Joost Van Roost – ExxonMobil

Joost van Roost is reeds lang werkzaam bij ExxonMobil.  Vanuit zijn functie van Lead Country Manager voor de Benelux wil hij mee het publiek debat voeren rond (duurzame) energie.

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Joost Van Roost in de Logische niveaus

Context

Ik werk voor ExxonMobil, wereldwijd de grootste firma op basis van winst en de grootste oliemaatschappij.  In België werken wij onder de namen Esso en Mobil, in Amerika onder de naam Exxon.

ExxonMobil is op vele sectoren  actief: olie en gaswinning, chemie, raffinage, verkoop van brandstoffen en smeermiddelen, asfalt, … . 

Ik ben in de eerste plaats directeur aardgas voor Esso Benelux, maar omdat er in België geen aardgas gewonnen wordt ben ik voornamelijk in Nederland actief in de samenwerkingsverbanden die ExxonMobil heeft met Shell en de Nederlandse overheid voor de exploratie, productie en verkoop van Nederlands aardgas.  

De aardgaswinning is voor ons zo’n belangrijke activiteit dat ik op basis daarvan lead country manager van de Benelux ben.  Wij hebben ons kantoor in Breda, van waaruit ik voornamelijk met aardgas bezig ben en met de algemene zaken voor de Benelux.  Daarvoor krijg ik heel veel steun van onze afdelingen Public and Governmental Affairs om in relatie te staan met onze de overheid, onze omgeving en de stakeholders.

Ook de personeelsafdeling steunt me intens , en ik maak deel uit van de ondernemingsraad.  Ook verzorg ik de algemene zaken die erin bestaan om te trachten de gemeenschappelijke policies en gedragingen te bekomen tussen de verschillende operationele afdelingen.   

Ik ben ingenieur mechanica van opleiding en heb ook nog nucleaire gestudeerd in Amerika.  Ik ben dan een doctoraat gestart, maar snel gemerkt dat dit niet mijn ding was.  In de nucleaire vond ik  niet onmiddellijk werk, en ben dan bij Esso beland, daar heb ik heel wat watertjes doorzwommen.  In mijn huidige functie zit ik nu al twaalf jaar.  

Gedrag

Olie & gaswinning

Wij zoeken, en boren  omolie en gas te vinden en te produceren.  Dit is in de Belgische context veel minder gekend, in Nederland echter is er een  grotere affiniteit met de olie- en gaswereld.  In België werkt 3000 man, in Nederland 2000 man rechtstreeks voor ExxonMobil en bovendien nog 1700 mensen in de NAM (joint venture met Shell voor de productie van olie en gas), 200 bij Gasterra (de marketingorganisatie waar we samen met Shell en de Nederlandse Overheid zorgen voor de commercialisatie van het Nederlands aardgas).  We hebben ook een heel pak indirecte tewerkstelling, in de raffinage en chemie is dat een vermenigvuldigingsfactor van 3 of 4 en ook op de benzinestations zijn er nog eens honderden extra medewerkers.

Veel van dit gas wordt geëxporteerd naar Duitsland en andere omliggende landen, bv, Distrigas en Gaz De France zijn ook klant.   Dit is een zeer winstgevende zaak, voornamelijk voor de Nederlandse overheid, maar zeker en vast ook voor ons, de Nederlandse gaswinning maakt deel uit van de kroonjuwelen. 

Raffinaderij

We hebben bijna alle ExxonMobil activiteiten ook in de Benelux.  We hebben twee raffinaderijen, één in Rotterdam en één in Antwerpen.  We hebben 11 chemical plants in de Benelux waar we in de  basischemie  actief zijn.  Het is een heel belangrijk industriële poot voor ons en daarin zijn we een belangrijke speler. Deze tak is misschien minder bekend bij het publiek, het is typisch Business to Business.

Basischemie blijven ontwikkelen

In tegenstelling met een aantal andere spelers hebben wij, door alle ups en downs van de business cyclus heen, ons bezig blijven houden met de basischemie. 

Op dat vlak concurreren we dus niet meer met de andere oliemaatschappijen, maar wel bvb. met BASF en DOW Chemicals, we zijn bij de top 3 van de chemicals in de wereld. 

Mensen blijven aanwerven

Wij zijn een bedrijf met veel ingenieurs, zeer technische profielen dus.  We werven dit soort mensen aan in groot tempo.  We trachten ons aanwervingsprogramma nooit stil te leggen, ook niet in tijden van crisis.   Wij werven 50/50 ingenieurs en economisten aan, de helft Nederlanders, de helft Belgen.  Ook voeden wij het Europees hoofdkantoor met mensen die al wat ervaring hebben in onze fabrieken. 

Organisatie efficiënter maken

We blijven ook onze organisatie efficiënter maken en als gevolg daarvan  krimpt ze constant.  Dit is vooral het geval in de hoofdkantoren Breda en ook Brussel, dat het Europees hoofdkantoor is voor chemie, raffinage en marketing.  We trachten onze business efficiënter te regelen gebaseerd op 3 poten: 1) vereenvoudiging van rapportage, 2) transfer van transactioneel werk naar lageloonlanden 3) concentreren van beleidstaken in het Europees hoofdkantoor. 

Dit alles heeft in Europa geleid tot een aanzienlijke reductie van werkplaatsen, maar dit over een redelijke periode van tijd.  Wij zijn er in de Benelux er in geslaagd om al onze mensen aan boord te houden op enkele individuele gevallen na (en dit had dan nog andere redenen), dit dankzij de lange periode waarover de reorganisaties gespreid waren en dankzij herplaatsingsmogelijkheden. 

Geen verlies in economische dip

Wij zorgen er voor om competitief te blijven in al onze businesses, zodat we ook in een economische dip geen verlies maken.  We hebben rendementsobjectieven gezet die moeten gehaald worden in het dieptepunt van de economische cyclus.  Als je continu werkt aan je energieverbruik en aan de competentie van de mensen die er werken, dan hoef je niet met schokken te reageren op de economische crisis.  Zo kan je ook de normale vernieuwing van het personeel in je organisatie laten doorgaan, en blijven aanwerven in tijden van crisis. 

Continu waken over veiligheid

Een van de belangrijkste doelstellingen op gebied van Maatschappelijk Verantwoord ondernemen ligt op gebied van veiligheid: we wensen dat al onze medewerkers ’s avonds ongeschonden naar huis kunnen.

In de fabrieken bestaat wat we noemen ‘procesveiligheid’: alles moet zo ontworpen zijn dat je veilig kunt opereren.  Er is ook heel veel ‘gedragsmatige veiligheid’.  We hebben daarvoor behaviour based safety observations: je gaat met iemand door de fabriek of door het kantoor en je observeert elkaar waarbij je elkaar feedback geeft.Dit is niet altijd zo gemakkelijk want er zijn mensen die deze feedback niet lusten. Dat zijn dan opmerkingen over ‘hoe kunnen we veiliger werken’  

Bij ‘incidenten’ kijk je naar een piramide: van fatalities bovenaan, kwetsuren met werkverlet , medische behandeling, EHBO tot near-missed onderaan de piramide.    Corporate-wide hebben we maar enkele dodelijke ongevallen per jaar, dit in schril contrast met sommige andere spelers die er tientallen hebben.  Ook in een kantooromgeving heb je veel risico op ongevallen.  Die zijn allemaal klein, maar ze gebeuren. In de meer bedreigende omgeving van een fabriek wordt er reflexmatig meer aan veiligheid gedacht, ook in kantooromgeving is dit nodig.  Vorig jaar hadden we iemand die aan de koffiemachine was uitgegleden met een gebroken been als gevolg.  Er zijn op kantoor heel wat programma’s voor ergonomie, om elkaar te observeren, en inspecties van alle materieel zoals bvb. brandblussers, trappen. 

Onze veiligheidssystemen zijn erg georganiseerd en geïnstitutionaliseerd als gevolg van een zeer grote oefening die we gedaan hebben na de ramp met de Exxon Valdez.  Dit was een keerpunt om het veiligheidssysteem –dat toch al zeer goed uitgebouwd was – nog verder uit te bouwen. Daar is dan zeker nog een jaar of 10 over gegaan om heel de firma daarvan te doordringen  We waken er over die systemen in stand te houden, inclusief de feedbacksystemen: hoe wordt dit uitgevoerd, hoe kunnen we dit verbeteren…

Wij ontwerpen onze boorplatformen met meer vrije ruimte tussen het zeeoppervlak en het boorplatform zodanig dat ze bij hurricanes niet  overspoeld worden door de golven. Dit zijn allemaal dingen die geld kosten maar toch een grotere veiligheidsmarge geven. 

Meewerken aan milieudoelstellingen

Wij moeten wel degelijk meewerken aan het halen van de milieudoelstellingen.  Wij werken mee aan het ontwikkelen van nieuwe brandstoffen om op die milieu-eisen kunnen inspelen.  . Wij doen dit onder andere door nieuwe brandstoffen waar minder koolstof in zit te ontwikkelen door het bijmengen van biobrandstoffen.  We doen onderzoek naar nieuwe brandstoffen die beter toelaten aan automobielfabrikanten de uitlaat van de auto te reinigen door zwavelvrij-dieselolie te maken.  We hebben pas een nieuwe fabriek in Antwerpen opgestart, we spreken over honderden miljoenen investering voor Antwerpen.  Eind 2006 hebben we ook in Rotterdam zo een fabriek gebouwd. 

We investeren veel in milieudoeleinden, we proberen daarmee ons aan de top van de markt te bewegen. Het zijn trouwens dingen die naar de toekomst toe moeten gebeuren.  Eens er afspraken en wetgeving zijn kan je maar trachten die zo snel mogelijk uit te voeren in plaats van te wachten. 

Biobrandstof op basis van algen ontwikkelen

We zijn bezig met een nieuw model van biobrandstof op basis van algen.  Algen zijn organismen die ook vetten produceren en afscheiden.  We hebben een joint venture met Synthetic Genome Inc, een firma van Craig Venter, de ontrafelaar van het menselijk genoom.   Deze man is specialist in genetische manipulatie van planten en van algen.  Met hem zijn we op zoek naar een soort algen die maximale opbrengst aan vetzuren oplevert die permanent afgescheiden worden zodanig dat je een systeem kan opbouwen waarmee je vetten kan winnen die je verder kan raffineren tot brandstoffen.  Het is een model dat nu reeds op laboratorium model aantoont dat het muziek in zich heeft.  Dit is een vorm van biobrandstoffen die niet in conflict is met de voedselketen, wat ook heel belangrijk is. 

Teruggeven aan de maatschappij

In de landen waar we actief zijn proberen we ook mee te werken aan een aantal ontwikkelingsprogramma’s.  Deze programma’s zijn verstandig en efficiënt gekozen, en komen ook onze eigen werknemers in operaties ten goede.  We zijn bezig met de bestrijding van malaria, dit kost ons geen fortuinen, we steunen een aantal wereldwijde organisaties zoals Roll Back Malaria.  Echter, kleine investeringen in die landen kunnen resulteren in grote effecten. We steunen bijvoorbeeld management talent  voor het lokaal produceren van de malarianetten die bewerkt zijn met insecticide. We proberen lokale gemeenschappen aan te zetten hun waterhuishouding in orde te zetten, zodat ze niet te veel plassen hebben waar muggen kunnen kweken.  Malaria is een heel ernstige ziekte, iedereen heeft zich toegespitst op AIDS . Er zijn echter veel meer mensen die aan malaria lijden dan aan andere ziektes.  

De winst voor Exxon is duidelijk: we hebben minder werknemers die met malaria te maken hebben.  Je kan dit niet doen op individuele basis, dat moet op maatschappelijke basis gebeuren.  Het zijn de muggen die je moet bestrijden, en dat kan je niet doen per persoon.  We moeten aan de omgeving waar je werkt iets teruggeven: er moet een soort van appreciatie zijn om de kans te krijgen om zaken te doen. 

In de Benelux steunen we een aantal kleinere projecten in de omgeving van de raffinaderijen, we steunen de Koning Boudewijnstichting, we steunen het buurtmuseum, scholen in de buurt van Spijkenisse, het natuurdomein De Zegge, …We proberen scholen ook duidelijk te maken dat er in de chemie carrièremogelijkheden zijn.  In Nederland hebben we ook een forum opgericht voor jonge entrepreneurs om jongeren te laten begrijpen dat ze zelf iets kunnen ondernemen ipv alleen maar werk te gaan zoeken. 

Vaardigheden

Beheersen van de chemische processen

We beheersen de chemische processen, het ontwerpen van chemische reactoren.  Deze komen ook van pas in een toekomst waar we naar minder CO2 moeten gaan.  Die vaardigheden zijn heel goed voor als je naar biobrandstoffen wenst te kijken.  Als een grote installatie moet gebouwd worden  om alternatieve brandstoffen te produceren, dan kunnen wij dat ook! 

Overtuigingen

Betaalbare energie leveren

In heel het milieudebat wordt wel eens over het hoofd gezien dat energie noodzakelijk is en een veel beter leven creëert voor de mensen.  We moeten dus voor de landen in het westen, maar ook in de ontwikkelingslanden betaalbare energie leveren.   Het publiek komt namelijk in opstand op het moment dat de prijs van de benzine of het aardgas boven een zeker niveau uitgaat. 

Prijsvolger

Als bedrijf zijn we onderworpen aan de wetten van de markt: je bent prijsvolger en geen prijsleider.  We zijn zuinig als het aankomt op investeringen,  en als we bouwen zorgen we dat we het project kunnen afwerken binnen het vooropgestelde budget en tijdskader.  We zijn daar goed in, in dat projectmanagement

Woord ‘duurzaamheid’ correct neerzetten

Als men spreekt over ‘duurzaam’, dan moet men dan de definitie van dat woord exact neerzetten, inclusief de sociale contacten en het feit dat er vandaag de dag nog 1.5 miljard mensen geen elektriciteit hebben, en meer dan een miljard mensen geen drinkbaar water hebben. 

Debat klimaatproblematiek meevoeren

Wij zitten in een industrie die soms wel  onder vuur ligt in verband met CO2 emissies.  Het zijn echter wij niet die de producten gebruiken, het zijn wel de consumenten.    Wij erkennen natuurlijk dat er een klimaatprobleem is, dat er iets moet aan gedaan worden, maar wij proberen de mensen ook heel duidelijk te maken dat al die dingen waarvan men vindt dat  ze duidelijk zijn, dat ze eigenlijk niet zo duidelijk zijn in het klimaatdebat. 

Wij proberen dit debat ook mee te spelen, niet zozeer om onze industrie te redden, want als het nodig is voor maatschappelijke doeleinden dan zijn het keuzes die gemaakt worden en dan zullen wij meedraaien.  Bovendien zien we ook in alternatieve brandstoffen een rol voor ons weggelegd.

Fossiele brandstoffen blijven meespelen

Tegen 2030 zal nog steeds zo’n 80% van de energie geleverd worden door fossiele brandstoffen.  De milieubeweging hoort dat natuurlijk niet graag, en dit is niet in lijn met de evolutie in Europa, want daar daalt het verbruik wel degelijk maar het is wel degelijk een wereldwijd gegeven door de groei van fossiele brandstoffen in ontwikkelingslanden. 

Kerncentrales zijn nog nodig

Ik vrees dat wat in Japan gebeurd is een terugval van 5 à 10 jaar van de nucleaire industrie betekent (mogelijk ook in België). Kernenergie is momenteel nog nodig omdat de alternatieven nog niet voldoende zijn uitgewerkt. 

Elektriciteitsopwekking met aardgas

Er zijn pistes die veel te weinig worden bewandeld, zoals het opwekken van elektriciteit door middel van aardgas.  Wij zijn natuurlijk producenten van aardgas, en worden daarom met de nodige argwaan bekeken als we dit zeggen.  De elektriciteitsproducenten zouden beter geen nieuwe steenkoolcentrales bouwen, want de opvang en opslag van CO2 is nog geen bewezen en haalbare technologie.  Eens dat het bewezen zou zijn, zal het waarschijnlijk zo duur zijn dat het niet kan concurreren met andere technieken om CO2 te verminderen. 

Verder ontwikkelen van alternatieve vormen

Het verder ontwikkelen van alternatieve vormen van energie is nodig en kan perfect gebeuren zonder dat men het grootschalig uitprobeert en de kosten naar de gemeenschap doorsluist.  Bovendien door de scheeftrekking van bepaalde subsidie-situaties in Europa (en daarbuiten) stop je op deze manier buitenlandse leveranciers geld toe: er komen momenteel veel goedkope Chinese zonnecellen ons land binnen en zo worden er enorme winsten gemaakt in China.  Deze subsidies werken zo de industrie tegen: de incentive om ze goedkoper te maken valt weg op het moment dat er te veel subsidies worden gegeven.  . 

Economisch haalbare alternatieve energieën

De eerste alternatieve energiebron die economisch haalbaar zal zijn, is hoogstwaarschijnlijk windenergie.  Zonne-energie is waarschijnlijk niet economisch haalbaar, dus dat grootschalig ondersteunen is geen goede keuze, tenzij je dat natuurlijk doet in combinatie met iets anders. 

Windenergie als haalbaar alternatief

Windenergie komt stilaan aan de grens van economische haalbaarheid.  Dit moet dan wel in de beste omstandigheden: de grootste turbines geplaatst op een plek waar er geen enorme investeringen voor aankoppeling nodig zijn en waar er veel wind is.  Ik ben heel benieuwd of Elia ooit een vergunning voor een aansluiting zal krijgen voor een hoogspanningslijn van Zeebrugge naar Zomergem waar er een aankoppeling kan gemaakt worden.  Die consequenties moeten er bij genomen worden.  Het feit dat je het op zee gaat winnen maakt de installaties zo duur dat het nog niet zo dicht aan de grens van economische haalbaarheid komt.  Als je kijkt naar de windmolens op het land dan vermoed ik dat die dicht aan de pariteit liggen met de marktprijzen zolang ze geen kosten moeten dragen voor electriciteitsopwekking als er geen wind is. 

Geld stoppen in fundamentele research

Onze visie op het milieuvraagstuk is dat je beter slechts beperkte bedragen aan geld stopt in fundamentele research om doorbraaktechnologieën te vinden dan veel geld te investeren in de ontplooiing van bepaalde technologieën die niet economisch zijn.  Bijvoorbeeld eerder dan grootse windmolenparken te ondersteunen zou de overheid moeten research stimuleren of zelfs geldelijk stimuleren.  Op een bepaald moment komt de markt dan zelf wel. 

Biobrandstoffen mogen niet in concurrentie met voedselketen

De meeste andere biobrandstoffen zijn wel in conflict met de voedselketen omdat het beroep doet op landbouwareaal dat dan niet meer kan gebruikt worden voor het produceren van voedsel.  We vinden het een zeer aantrekkelijk en maatschappelijk haalbaar en verantwoord model van biobrandstoffen.  De Europese unie is wel bezig met het certificeren van biobrandstoffen op basis van duurzaamheid.  Maar de enige die duurzaam blijken te zijn, is de productie van ethanol uit suikerriet in Brazilië. Algen is een goede piste om verder te ontwikkelen (we investeren 600 miljoen dollar in dat onderzoek). Het is natuurlijk een gefaseerd programma met tussentijdse evaluaties.  Het kweken van algen heeft veel zon en water nodig, het mag brak water zijn, en dat zou in de woestijn mogen gebeuren.   Dit komt dus niet in concurrentie met landbouwareaal voor voedselproductie.   

Regels of niet?

In Europa heeft men veel te veel de neiging om regels te definiëren, terwijl het er in Amerika soms vrijer aan toe gaat.   Maar ook daar is men bezig bepaalde regels aan het opleggen voor biobrandstof die niet haalbaar zijn omdat er gewoon niet voldoende voorradig is. 

Wij proberen ook telkens aan te geven dat men maatregelen moet nemen die economisch verantwoord zijn, die aan de maatschappij zo weinig mogelijk kosten.  We moeten dus doelstellingen halen, maar de overheid zou moeten loslaten hoe die doelstellingen gehaald worden: ze moeten geen technologiewinnaars uitkiezen.  Ze moeten niet  voorschrijven dat elektriciteit moet opgewekt worden met windmolens in plaats van met steenkoolcentrales.  Ze moeten zeggen dat er lage CO2 uitstoot moet zijn.  Als er een combinatie zou mogelijk zijn van bijvoorbeeld wind, zon & gas, die aan de doelstellingen voldoet dan moet de overheid bereid zijn om daar naar te luisteren.

België heeft duale prijspolitiek

Hier heeft de overheid in België een heel duale rol betreffende de prijspolitiek.  Enerzijds wil ze hogere energieprijzen omdat die het gebruik van energie afremt, en dus de uitstoot van CO2 tegengaat, anderzijds wil ze lagere energieprijzen omdat dit de koopkracht van de burger ten goede komt, en het zo de politiek populairder maakt. 

Mengen van biobrandstof

In België zetten wij het model op van het mengen van biobrandstoffen zoals de overheid deze in stand heeft gezet.  Dit model functioneert echter niet goed, er zijn slechts vier producenten van biobrandstoffen aangewezen in België waar de mengers van brandstoffen  hun bio-component moeten bij gaan halen.  Die produceren niet genoeg en zijn veel te duur en de import is nog niet georganiseerd.  Wij zijn dus nog niet tevreden met het gestelde model: het kost veel geld aan de gemeenschap en het werpt weinig vruchten af.

CO2 reductie

Wij proberen de mensen altijd aan te reiken dat het makkelijk is om te eisen dat de CO2 emissies hier verminderen, maar de ontwikkelingslanden hebben ook zekere verwachtingen over groei uit de armoede.  Het kan hier natuurlijk intenser gebeuren dan in de ontwikkelingslanden, maar je mag die landen niet helemaal in de hoek drukken.  Wij proberen dat debat te voeren om het open te trekken en het evenwichtig te maken, niet om het tegen te werken. 

Draconische maatregelen?

Tegen 2035 verwacht de IEA dat de emissies in Europa nog slechts 7% van de werelduitstoot zullen uitmaken.  Dan is het draconisch beperken van die emissies aan hoge kostprijs  nauwelijks nog effectief als je niet weet dat de anderen meedoen.  Ik wil niet suggereren dat de VS of China niet zullen of hoeven meedoen, maar momenteel doen ze nog niet mee, of ze komen nog maar heel langzaam aan boord.  Er moeten nog heel wat inspanning op dat vlak gedaan worden, zowel voor de industrie in Europa, als voor de gezamenlijke reductie van de CO2 emissies. 

De EU zou zich beter veel meer richten op het meesleuren van de Amerikanen en de Chinezen in dit debat eerder dan nog verder draconische maatregelen  op eigen houtje  te nemen.   Als je kijkt naar de groei in ontwikkelingslanden en in China, dan beginnen de inspanningen die wij in Europa doen naar CO2 reductie futiel te lijken. 

De bluts met de buil

We proberen de mensen duidelijk te maken dat als er maatregelen genomen worden die het verbruik aan motorbrandstof doen dalen zodanig dat er een aantal raffinaderijen dichtmoeten, dan moet men ook aanvaarden dat die dichtgaan.  De overheid bijvoorbeeld in Frankrijk aanvaardt niet dat, er een raffinaderij van Total in Duinkerke sluit.  Dit is nochtans de meest logische stap nadat men de maatregelen heeft genomen om het brandstofverbruik te beperken, en de markt in Frankrijk is gewoon gekrompen.  

Dit is dus een logische stap, en men moet dan alle consequenties nemen van een dergelijke politiek.  Wij proberen dus dat debat mee te voeren, niet tegen klimaatverandering (zoals men ons een tiental jaren geleden afschilderde), maar een debat op goede gronden, op wetenschappelijke evidentie,   om te zorgen dat er realisme in het debat is. 

Piekolie

Ik vind de discussie over piekolie niet erg zinnig.  Natuurlijk zal er op een bepaald moment een piek zijn in het olieverbruik.  Olie zal uit de maatschappij gebannen worden niet omwille van het gebrek aan olie, maar wel omwille van aanvaardbaarheid voor het milieu.  Het stenen tijdperk is niet ten einde gekomen bij gebrek aan stenen, hetzelfde zal waarschijnlijk ook wel gelden voor olie.  De reserves die er zijn, en die we elk jaar vinden zijn zodanig dat ik er van overtuigd ben dat we geen probleem zullen hebben de olie te produceren die er nodig is.  Dit is en blijft natuurlijk een interactie tussen prijs en hoeveelheid.  We hebben altijd een vrij goede schatting kunnen maken van de vraag naar olie, we zijn er echter nooit goed in geslaagd de prijs te voorspellen.  Dit komt voornamelijk omdat de technologie de winning van olie zo veel gemakkelijker heeft gemaakt zodat  in een aantal situaties dat de kosten aanzienlijk lager waren dan dat we ooit hadden kunnen voorspellen.  Ik denk dat dit zal blijven het geval zijn. 

Waarden

Integriteit breed neerzetten

Integriteit kan je heel nauw definiëren, maar bij ons strekt het ver uit: we willen onze klant niet beetnemen of verrassen, we zorgen dat we de wetgeving naleven .  We gaan echter verder dan dat, omdat integriteit ook betekent dat iedereen ’s avonds heelhuids van zijn werk moet thuiskomen.  Wij doen dus heel veel aan veiligheid.  Ik durf te zeggen dat wij bij de leiders zijn in de industrie.  Wij hebben vroeger heel veel geleerd van Dupont en hebben ze danin de loop der jaren ingehaald. 

Ethisch gedrag stimuleren

We leven niet alleen de wet na, (ander aspect van integriteit), maar we houden ons ver weg van de grijs-gedefinieerde limiet tussen wettelijk en onwettelijk.  Dit vooral op gebied van concurrentiewetgeving. 

Natuurlijk, in de Benelux is daar een hele goede wetgeving over.  In sommige landen is geen wetgeving, bvb voor veiligheid, en dan passen we gewoon de Amerikaanse wetgeving toe. Soms reageert men dat we daarin overdrijven, het is in elk geval een principe dat geapprecieerd wordt door het personeel want het is in hun voordeel. 

Degelijk personeelsbeleid

We hebben een goed personeelsbeleid,. We geven mensen heel veel kansen.  Zowel jonge mensen op het gebied van carrièreontwikkeling als mogelijkheden om het evenwicht te vinden tussen privé-tijd en werktijd.  Hier is de Belgische wetgeving al een heel sterke bouwsteen voor, zeker als je die volgt op het gebied van alle verloven die je kan krijgen.  We geven jongeren de mogelijkheid om doorheen verschillende afdelingen te roteren, en dit op een schaal die bij weinig firma’s te vinden is.  We geven onze mensen ook heel duidelijke en open feedback over hun prestaties en waar ze staan in de organisatie.  Ik wil dit niet omschrijven als iets super uitzonderlijks maar er zijn toch veel situaties waar dit niet zo nauw wordt genomen. 

Management van eigen kweek

We werven zelden of nooit mensen van buiten aan voor hun ervaring, soms wel voor technische ervaring.  Ons management is van eigen kweek en begrijpt het lange termijn karakter van de business.  Net zoals in andere bedrijven  zijn er voor de directie incentive programma’s (bonussen en dergelijke) maar die zijn heel duidelijk op de lange termijn gericht. 

Identiteit

Doordacht bedrijf

Onze company culture wordt in Amerika wel eens omschreven als ‘deliberate’, doordacht en doelgericht, dus met weinig poeha.  Een aantal dingen die met veel poeha zouden kunnen gebeuren en enkel voor ons imago zouden zijn, daar doen we niet aan mee.   

Geen kampioenen

We moeten ook niet trachten ons te positioneren als de kampioen in Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.  Wij vinden dat we aan de maatschappij rondom ons iets verplicht zijn door veilig te opereren en in alle geledingen van de samenlevering hier en elders energie te leveren. 

 

Missie

To be the premier oil company.  

Wat maakt dat je er aan begon?

Rockefeller gaf voorbeeld

Als je kijkt naar het ontstaan van het bedrijf en de corporate culture, dan heeft het er altijd al ingezeten.  Als je kijkt naar Rockefeller die rond 1880 Standard Oil oprichtte, dan deed hij iets wat nu absoluut niet aanvaardbaar zou zijn, namelijk een monopolie verwerven.  Hij kocht alles op wat er op te kopen viel en drukte zijn concurrenten uit de markt, kocht zaken over als ze aan de rand van het faillissement stonden.  Een manier van zakendoen dat zeer aanvaardbaar was in het super kapitalistische Amerika van toen.  Dat was gangbaar in alle takken van de industrie: staal, olie, rubber, spoorwegen.. Het congres heeft daar toen ook maatregelen tegen genomen omdat het maatschappelijk niet aanvaardbaar was.  Standard Oil is dus opgesplitst.  Toen was er echter wel al een behoefte aan excellence in operations en aan veiligheid. 

Als je de brieven ziet van Rockefeller naar zijn scheepskapiteins, dan stonden daar die dingen al in: zorg dat je je schip proper in orde houdt, zorg voor hoge kwaliteit en veiligheid, ga goed met de mensen om, geef de mensen de nodige rantsoenen.  Dit is op lange termijn natuurlijk de logica zelve: op lange termijn zuiver omgaan met de ethiek (voor een groot bedrijf als het onze) is winstgevend.  Je kan je reputatie niet laten afknakken op incidenten.  Uw reputatie komt te voet, maar gaat te paard. 

Standard Oil is opgesplitst in Standard Oil of New Jersey, het latere Exxon, Standard Oil of New York (nu Mobil), Standard Oil of California (nu Chevron), Standard oil of Indiana (Amoco), Standard Oil of Ohio (Sohio),  en vele andere firma’s.  Amoco en Sohio zijn later door BP overgenomen en ExxonMobil is ontstaan uit de fusie van Exxon en Mobil.

Het zit gewoon in onze company culture, het lange termijn denken en het in stand houden van onze eigen management cultuur. 

Fusie Exxon & Mobil

Dankzij de fusie van Exxon en Mobil in 1999  heeft Exxon geleerd beter in contact met de gemeenschap te treden.  Vroeger hadden we een cultuur van niet in contact met de pers komen, , nu proberen we dat wel te doen.   We proberen het debat van ‘wat is duurzaam’ wel mee te voeren in plaats van enkel kritiek te geven en  als gevolg er van aangemerkt te worden als klimaatontkenner.  We proberen dus een redelijke positie in te nemen en het debat mee te voeren op basis van wetenschappelijk gebaseerde argumenten.  .  

De fusie was een geslaagde fusie omdat de twee businesses zeer complementair waren en men iedereen gedwongen heeft zich aan te passen aan een nieuwe firma.  Het was niet zo dat de ene de andere opvrat.   Qua corporate culture is daar dus een soort van fusie ontstaan, en dat is een geweldig positief effect geweest voor de medewerkers, niemand heeft zich achteruitgesteld gevoeld denk ik.  

Wat staat in de vitrine, waar ben je fier op?

Dat we een winstgevend bedrijf zijn.  Aandeelhouders worden in België wel eens verguisd, maar je mag niet vergeten dat het kapitalistische systeem met de aandeelhouders van de firma een enorme sociale rol heeft.  Dit komt voornamelijk door de vorming van spaargelden en pensioenen in Amerika met de pensioenfondsen.  Ook in Nederland bijvoorbeeld worden pensioenfondsen geïnvesteerd in (aandelen van grote industriële firma’s), zo heeft daar dus de winstgevendheid van de firma’s een rol in de pensioenen van miljoenen mensen.  In België wordt de aandeelhouder wel eens karikaturaal afgeschilderd als iemand die in de zetel zit met een sigaar en zo slapend rijk wordt.  De aandeelhouder hier is echter iemand die belegt in een firma met vertrouwen en verwacht dat er winst gemaakt wordt om zo voor zijn eigen toekomst te zorgen .  Dit aandeelhoudersmodel mag dus niet afgeworpen worden.  We zijn dus fier dat we op die manier een bijdrage leveren. 

Ik ben er persoonlijk fier op dat we de laatste jaren bijna niemand hebben moeten laten gaan in een industrie die aan het krimpen is. 

Ik denk dat we mogen fier zijn op de manier waarop we met mensen omgaan, en de relatie die we hebben met de overheid waar we erkend worden als eerlijke en betrouwbare speler. 

Maatschappijbeeld

Ik heb het gevoel dat in België de politiek nogal met zichzelf bezig is.  Het is niet zo evident om toegang te krijgen tot politici en kabinetten. 

We willen onze mensen goed vergoeden, maar in België zitten we met een probleem dat al jaren heerst en erger wordt.  We spreken over een loonkostenhandicap van 5 à 7 %  of 10%.  Als je echter naar hoger geschoolde mensen gaat kijken, en je stelt vast dat de werkgeversbijdragen in België (en dit in tegenstelling met andere landen) niet geplafonneerd zijn, dan zie je bvb een loonkostenhandicap van 30% ten opzichte van Nederland.   

 

ExxonMobil, het bedrijf waar ik heb mogen meemaken dat de man aan het roer zelf koffie gaat halen aan de automaat, en die koffie zelf opkuist wanneer hij de beker omstoot.  Lijkt misschien een detail, maar het geeft volgens mij mooi de company culture weer…

Franky De Cooman

Met dank aan Mieke De Pril voor de redactie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: