Inge Bossuyt – Palliatief Support Team

Verbinding als sleutel tot ondernemen. Een les die ik overhoud van Inge Bossuyt (wel vertaald naar mijn jargon). Luister…

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Inge Bossuyt in de Logische niveaus

Context

Interdisciplinair team

Wij zijn het Palliatief Support Team (PST) van UZ Gasthuisberg, een interdisciplinair team (artsen, verpleegkundigen en psychologen ) dat in tweede lijn komt: op vraag van een hulpverlener (van een ‘klassieke’ hospitalisatieafdeling) komen wij langs op de afdeling wanneer men raad nodig heeft bij de verzorging van een palliatieve patiënt.

Wij hebben dus geen eigen patiënten en we geven enkel advies, consult, coaching, en dit op vraag van andere hulpverleners op 55 verschillende afdelingen.

Gedrag

Zorgen voor palliatieve zorg

De opdracht van een palliatief support team is er voor te zorgen dat mensen binnen het ziekenhuis, die recht hebben op palliatieve zorg, die ook krijgen. De grote uitdaging bestaat er in dat palliatieve zorg geen standaard dingen zijn, maar dat we goed moeten inschatten wat die patiënt nodig heeft. We trachten daar samen met andere hulpverleners naar te kijken en door met hen op weg te gaan, door hen opleiding te geven, door hen op verschillende manieren te prikkelen trachten we de noden van de patiënt in te vullen.

Van pijncontrole naar coaching

Wij zijn nu 15 jaar bezig, en de eerste jaren waren we vooral bezig met pijncontrole. Dat is natuurlijk heel gemakkelijk: je hebt dat pijnprobleem, en daar hoort dat pilletje bij. En als dat niet werkt, dan geef je er dat en dat maar bij. Dit is kennis.

Die kennis die wij opgebouwd hebben wordt nu op vele afdelingen gebruikt. Nu gaat het meer over een zorg-attitude die we trachten aan mensen door te geven. Dit gaat dan over het coachen van deze mensen, ze leren reflecties te maken. Dat is natuurlijk veel moeilijker, maar het is wel leuker. Wij als verpleegkundigen in het PST zien dat coachen een proces is, en we weten dat hulpverleners daar moeten kunnen in groeien, maar je ziet dan wel dat de patiënt het slachtoffer zou kunnen zijn. Als je het zou overnemen, dan zou deze specifieke patiënt betere zorg krijgen, maar de zorgverlener moet het zelf kunnen doen.. Dit is een dilemma, want we zijn heel zorgende mensen, dat is onze focus, en we weten als we willen bereiken wat we willen bereiken, dat we moeten coachen naar de zorgverlener op de oorspronkelijke eenheid. Een attitude kan je niet zomaar veranderen door te zeggen dat ze het zus of zo moeten doen, maar door er voor te zorgen dat ze het zo willen doen, ze goesting doen krijgen.

Vaardigheden

De nood ontdekken

Als een patiënt een pijn-probleem heeft, dan doen wij het ook vanuit evidence-based medicine, dus de therapie geven die daar het best voor dient. Bij ons gaat het vooral over ‘wat heeft die patiënt nodig’?  Wil hij dat zijn pijn gewoon onder controle is?  Of misschien trekt hij zich dat niet zo aan, maar wil hij liever thuis zijn?. Er is dus zeker een soort van evidence based medicine, waar we uitgaan van de nood, en een antwoord zoeken.

Wij gaan nog verder kijken en zien wat de nood is. Als iemand een been breekt gaan we niet aan de patiënt vragen wat hij nodig heeft, hoe we daar moeten mee om gaan, dat is nogal evident. In palliatieve zorg is het echter niet duidelijk hoe mensen dat ‘laatste’ stuk van hun leven willen beleven. We gaan dus veel in communicatie, we bekijken de (evidence-based) mogelijkheden, maar willen vooral weten wat de patiënt belangrijk vindt. We bekijken dan niet enkel het comfort, maar ook de andere dimensies zoals het psychische, het sociale, het spirituele. Dit maakt de palliatieve zorg heel boeiend, maar ook heel moeilijk. Want je moet elke keer opnieuw beginnen en zoeken naar de beste oplossing voor de patiënt.

In interactie gaan

Vroeger kwamen we enkel op de afdeling oncologie, en daar kenden we op den duur heel goed de problematieken.  Gaandeweg worden we nu ook op veel andere disciplines gevraagd, waar we de basispathologieën minder goed kennen. Dit is een meerwaarde, want je moet meer tot interactie overgaan. Je moet veel meer vragen stellen, en door de vragen te stellen ben je meer  met het proces bezig.

Co-creatie

We zijn recent begonnen met het creëren van palliatieve referentiegroepen. We hebben het ziekenhuis opgedeeld in 26 referentiegroepen, opgedeeld volgens pathologie. Twee keer per jaar trachten we samen te komen, en we zetten ze aan tot reflectie tussenin.

Vorige maand hebben we bijvoorbeeld met een afdeling samen gezeten om te bekijken hoe we aan palliatieve zorg zouden kunnen doen binnen die afdeling. We zijn drie uur bezig geweest rond communicatie: hoe communiceer je aan je patiënt, hoe communiceer je onder elkaar, en hoe communiceer je tussen de verschillende disciplines.

Team laten klikken

Binnen ons team hebben wij de ongelooflijke luxe dat we met elkaar over moeilijke dingen kunnen spreken, en hebben we inhoudelijk de luxe dat we dingen doen die we graag doen. We zien natuurlijk heel veel gebeuren, maar daar werken wij niet aan mee, en we proberen dingen te veranderen waar we het moeilijk mee hebben. In die zin zie ik burn-out niet zo snel gebeuren, emotionele belasting daarentegen (omdat het complexe en moeilijke situaties zijn) is wel een gevaar voor ons team. Er zijn in ons team nog niet veel mensen weggegaan, en ik denk dat zij die weggegaan zijn, dat hebben gedaan omdat het emotioneel zwaar en complex werk is, niet omdat ze een burn-out hadden.

Bij ons is het gewoon een team dat goed klikt, en daar werken we keihard aan. Dit is voor stuk een cultuur die er van in het begin is, waar we aan gewerkt hebben, en dat de mensen die er nu bijkomen dat als een cultuur ervaren en dat overnemen. Ik probeer nu bewuster te kijken, omdat we nu met meer zijn, of dat iedereen zich goed voelt, heb ik voldoende aandacht, volg ik voldoende op. Bekrachtig ik genoeg?  In het begin was dat niet moeilijk, want we waren maar met twee, nu let ik daar echt op.

Zorg én Zelfzorg

In ons team is het een spelregel dat je voor elkaar zorgt, én dat je ook voor u láát zorgen. Het is natuurlijk moeilijk voor een zorgverlener om voor zich te laten zorgen, maar ik geloof in de dynamiek dat wij dat binnen in ons team toelaten. Bij ons laat iedereen zich wel verzorgen op die momenten waar we dan zelf voor kiezen.

Wat is ‘laten zorgen voor’?  Zelfzorg is voor mij ook voor andere mensen kunnen zorgen, ik weet dat. Ik vind het belangrijk dat ik kan kiezen op welke manier ik voor mezelf zorg. Het geven, geven, en bliven geven, waarbij je het gevoel hebt dat je moet geven, daar zit volgens mij een groot probleem. Ik doe heel veel overuren voor het PST, maar dat is mijn keuze, dat is voor mij mijn stuk vrijwilligerswerk, en ik doe dat met volle goesting. Dat is voor mij geen slechte zelfzorg, dat is een keuze. Van bepaalde mensen aanvaard ik dat ze voor mij zorgen, van anderen niet. In dat opzicht erken ik wel dat ik niet gemakkelijk voor mij laat zorgen, omdat ik vaak het gevoel heb dat ik dat niet leuk vind. Soms vind ik het ongelooflijk leuk, maar ik weet dan welke mensen ik toelaat. In het team kan ik het aanvaarden.

Wat is zorgen voor jezelf?  Als mensen mij zeggen ‘ga nu elke avond in de zetel zitten en een half uur in een boekje lezen’, dan is dat voor mij geen zorgen voor mezelf.

Het ‘moeten’, bij mij is het meer van ‘dat is zo’. Ik ben getrouwd en heb 4 kinderen, dus het huishouden hoort daar gewoon bij, dat is zo. Ik ga daar niet ongelukkig van rondlopen, dat is geen ‘moeten’.

Overtuigingen

Niet gehinderd door voorkennis

Het ‘coachen’ op afdelingen die je niet bekend zijn gaat eigenlijk gemakkelijker omdat je –behalve je kennis rond palliatieve zorg- niet weet waarover het gaat: je wordt niet gehinderd door enige vorm van voorkennis, zodat je naar uitleg kan vragen. Dit is natuurlijk oprecht, je mag niet doen alsof. Je wordt bondgenoot in een complex proces, en je zoekt samen een oplossing. De zorgverleners zijn dus evenveel expert dan wij.

Puzzle

Palliatieve zorg is een puzzel maken, waarbij de patiënt mee mag puzzelen.

Mensen prikkelen

Ons Palliatief Support Team is als een inktvis: je probeert overal met je poten tussen te zitten, en constant mensen te prikkelen. Een inktvis heeft veel poten, en ik geloof er in dat mensen op veel manieren kunnen geprikkeld worden. Als we dus alleen consult zouden geven, dan gaan we een bepaalde groep bereiken. Opleiding is weer iets anders, waar dan de mensen op af komen die het tof vinden dat je anderhalf uur theorie zit te verkondigen en dat de mensen dat als een spons opnemen.

We trachten dus heel creatief te zijn en te kijken hoe we mensen kunnen bereiken. We hebben ons zakboekje, de pijnkaartjes.  Als we iets nieuws doen, en men zegt ‘we gaan dat niet meer doen, want er was niet zo veel volk’, dan weet ik dat net die mensen gekomen zijn die dat nodig hebben. Ik blijf dus steeds denken aan hoe we als team meer mensen kunnen bereiken, op een andere manier waaraan je nog niet gedacht hebt.

De kracht van mensen

We willen niet alleen zorgverstrekkers bereiken, maar ook de directie. Ik geloof in de kracht van de mensen, van de bottom, en het is belangrijk dat de directie ziet wat deze groep doet, en dat erkent, want die groep heeft dat ook nodig. Op onze werkgroepvergadering gaan we dan ook de medisch directeur uitnodigen, die we dan ook trachten duidelijk te maken wat onze groep doet. Toen we dit deden bedankte hij heel oprecht de mensen van ons team.

Hulpverleners zijn kwetsbaar

Als hulpverleners zijn we een heel kwetsbare groep, omdat we voor mensen zorgen en daar kunnen op gepakt worden. Het risico bestaat dan dat je je mentaal gaat afsluiten. Op een bepaald moment sluit je dan ook je hart af. Bij verzorgenden kan dat snel gebeuren, omdat je werkt vanuit gevoel en vanuit zorg. Als je vaak dingen moet doen, of zorg moet toepassen waar je niet meer kunt achterstaan, dan kan het afsluiten heel snel gaan. Wij, verpleegkundigen, zijn natuurlijk een heel sterk ras, en we zijn er zo van doordrongen dat we moeten blijven zorgen,

Niet kijken of we dit wel aankunnen…

De werkvorm met de palliatieve referentiegroepen betekent dat we twee halve dagen met twee mensen van ons team daar mee bezig zijn. Men vraagt zich af of we dit wel kunnen volhouden, ik denk ‘dat we wel zullen zien’… We kunnen het toch niet maken -als we die vraag krijgen- om dat niet te doen. Ik geloof meer in deze dynamiek dan in de adviezen die we geven. Zo werken met een groep, en rollenspelen doen.

Wij zijn dan facilitator. Het levert zo veel op dat de vraag ‘kunnen we dat blijven doen’ geen issue is. Als er zo’n vraag komt, dan gaan we gewoon samenzitten, en samen kijken. Dit is voor ons team natuurlijk een uitdaging: we zijn begonnen als een team van verpleegkundigen, die groeien naar een adviesverlenende functie, en nu gaan we coachen, faciliteren, co-creëren.

Onderwijs en Zorg zijn Maatschappelijk verantwoord

Wat is Maatschappelijk verantwoord??  Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor mensen, om kinderen op te voeden, …. Onderwijs en ziekenhuizen zijn gewoon dingen die er moeten zijn.  Het gaat hem ‘over de manier waarop’ natuurlijk: het is niet omdat het onze verantwoordelijkheid is, dat we daar niet op een bepaalde manier dienen naar te kijken. De verantwoordelijkheid zit in de manier waarop je de dingen doet. Bijvoorbeeld iemand onbeperkt blijven behandelen, is dat verantwoord?

Waarden

Humor

Humor is heel belangrijk, ik ben kwaad op mezelf dat ik daar niet altijd goed in slaag. Voor het opvoeden van de kinderen en voor het werk is dat ontzettend belangrijk.

Relativeren

Relativeren is ook belangrijk. In dat woord zit ook het woordje ‘veer’, dus veerkracht. Relativeren geeft veerkracht. Relativeren is ook de wisselwerking tussen passie, waar je voor gaat, en dat dan ook weer volledig kunnen loslaten. Door die evenwichtsoefening te doen kan je vooruit. Wij hebben op 15 jaar tijd heel veel bereikt, maar veel hangt af van de manier waarop je daar naar kijkt. Je kan blijven kijken naar die therapeutische hardnekkigheid in het ziekenhuis, of zeggen dat we al veel bereikt hebben.

Iemand zei me ooit dat als je in het Palliatief Support Team werkt, dat je echt een vijs moet kwijt zijn. Ik geloof dat ook wel. Die vijs is dan het relativeren.

Creativiteit

Creativiteit is een stuk van mijn overlevingsstrategie. Als ik kijk naar mijn kinderen, dan ben ik veel bezig met het zoeken van oplossingen. Als je niet weet hoe een bepaald woord moet geschreven worden, neem dan een ander woord. Als ik een bepaalde naam vergeten ben, dan geef ik daar wel een draai aan.  Ik heb  dus de strategie ontwikkeld dat er altijd een oplossing is. Ik ben daar dus van overtuigd dat er altijd een weg is, ook al is het een moeilijke of een lastige, er is er altijd een. Als ik het niet weet, dan ga ik rondlopen, dan kijk ik op de manier van ‘ik ga iets vinden’. Ik ben een koppige, maar dat maakt ook dat ik denk ‘we zijn er nog niet’. Die gedrevenheid dus van ‘er is een oplossing’. De drive om er blijven voor te gaan, en creatief naar oplossingen te zoeken. Op bepaalde momenten is die drive bij mij even weg, en dan is er iemand anders in het team die dat wel overneemt.

Graag leven

Ook graag leven, iedereen in het team heeft écht ook andere dingen. Ons werk is niet van ‘als ik dat niet heb, dan ben ik niet gelukkig’. We hebben ook andere interesses, dingen die ons drijven. Dat werk is natuurlijk belangrijk, maar dat is niet zo belangrijk dat als daar iets fout loopt, dat je daar doodongelukkig van bent. Je mag daar ontgoocheld over zijn, ik moet dan eens vloeken, maar na een half uur is dat weer over.

Jonathan Livingston Seagull

Ik ben fier op het feit dat ik enthousiast en gedreven ben. Gewoon voor iets gaan. Ik had ooit mijn voet gebroken, en ik lag in het ziekenhuis. Ik kreeg toen van mijn vader het boekje van Jonathan Livingston Seagull. Het is een boekje over een bende meeuwen, en Jonathan probeert uit die groep meeuwen weg te vliegen. Een meeuw alleen overleeft niet zo goed. Zoeken dus naar ‘waar kan ik een verschil gaan maken?’.

Waar kan ik toch, niet omwille van mezelf, niet om bekend of beroemd te worden, die uitdaging aangaan om vanuit de verontwaardiging toch te zeggen dat je hier iets kan veranderen. Het is niet omdat iedereen vindt dat iets zo is, dat het ook zo is. Als ik terugblik, dan zie ik bij alles wat ik gedaan heb, dat ik vertrokken ben vanuit die verontwaardiging, vanuit mijn eigen accenten willen leggen. Daar heeft mijn vader me dan van overtuigd: je kan meevliegen met de rest, of je kan proberen uit de groep te geraken. Jonathan vliegt er dan uit, en ziet de dingen op een andere manier. Ik ben in mijn verpleegkundige opleiding in conflict gegaan met de directie, ik ben in mijn universitaire opleiding in conflict gegaan met de directie. Ik kan bepaalde dingen gewoon niet hebben, als iets niet klopt, dan klopt het niet. Sommigen vinden dat ook maar durven  het niet te zeggen. Het leuke is dan die bondgenoten te ontdekken op je tocht.

Eigen visie opzij zetten

Een aantal weken geleden had ik een vergadering in een zorgteam, en ik wist wat de juiste aanpak was, maar ik voelde dat ik dat niet mocht inbrengen, omdat dit het proces ging blokkeren. Dit is hard werken, omdat je voelt dat je een weg ziet, of een mogelijkheid ziet, maar dat je er je bewust van bent dat jij dit opzij moet zetten.

Belangenloos verhalen

Onze directie zit tussen verschillende of andere belangen, en ik probeer die mensen er ook bij te betrekken. Onze verpleegkundige directeur zegt altijd ‘verhaal een keer’. En dat vind ik een goede manier om tot bij haar te krijgen wat er leeft op de werkvloer. Wij zouden eigenlijk als PST een boek moeten schrijven, want wij zien zo veel gebeuren dat het mooi zou zijn dat dit aan de directie zou kunnen doorgegeven worden. Als een hoofdverpleegkundige dit vertelt over zijn afdeling, dan wordt dit vaak gepercipieerd als ‘je zegt dit omdat je dit of dat wilt verkrijgen’. Wij verhalen belangenlozer.

Bezorgd…

Het is ongelooflijk om te zien hoe hard dat mensen zorgen, hoe hard er gewerkt wordt, hoe gedreven mensen zijn. ik ben ook bang voor burn-out bij heel veel mensen die in de zorg staan. Er wordt over (ethische) grenzen gegaan, en daar ben ik heel bezorgd over naar hulpverleners toe. Het wordt ethisch allemaal veel complexer. Als PST zijn we daar actief nog veel te weinig mee bezig.

Integer handelen

We signaliseren ook dingen naar de directie toe. Om dit te kunnen doen heb je natuurlijk wel krediet nodig, en ik denk wel dat we die aan het krijgen zijn. We werden onlangs weer uitgenodigd om in een werkgroep te zitten.  Dit is natuurlijke een evenwichtsoefening. Netwerking is niet mijn sterkste kant, en zomaar op vergaderingen gaan zitten is niet aan mij besteed. Op de inspiratiekalender van Steven Covey van vandaag staat ‘de sleutel van integer handelen is stoppen het spel te spelen’. Ik heb geleerd dat ik daar wat rebels in ben, ik kan dat niet goed, het spel spelen.

Ik vrees dat je op bepaalde functies en posities niet te authentiek mag zijn, want ik weet niet of je het dan lang kan volhouden. Als je veel op vergaderingen moet zitten waar een spel gespeeld wordt, dan hou je het niet lang vol als je authentiek wil blijven.

Identiteit: wie ben jij eigenlijk?

Jezelf in kaart brengen

Ik heb over mezelf heel veel geleerd dankzij het Clinical Leader programma. Dit is een anderhalf jaar lang durende opleiding rond transformationeel leiderschap, over leiderschap en management, gebaseerd op de eigenschappen van Covey. Er waren interactieve opleidingsdagen, maar ook action-learning sessies waarbij iemand een probleem aanbrengt en dat de groep door vragen te stellen –maar niets te suggereren of antwoorden te geven- en zo tot iets te komen. Dat is ook mijn manier van coachen. Daar moesten we dus ook zelf probleemsituaties aanbrengen, en kom je jezelf als persoon ook weer tegen: waar heb ik het moeilijk mee.

Ik heb het heel moeilijk met het geven van negatieve feedback. In die opleiding leerden we daar dan naar te kijken: wat maakt dat je het zo moeilijk met die dingen hebt. Ik heb daar ook geleerd dat ik het moeilijk heb met gezag, gezag dat ik niet kan volgen. Als mensen zeggen ‘ik sta boven u, en vanuit die functie heb ik het recht om dit of dat te zeggen’, daar kan ik niet tegen. Het is normaal dat sommigen spelregels moeten bepalen, en als ik in die spelregels kan komen, dan heb ik daar geen probleem mee. Ik heb van mijn vader geleerd ‘wat je wil, kan je’. In het clinical leader team kreeg ik de feedback dat ik nooit afgeef. Ik verwachtte van mezelf dat ik de dingen kan, nu kan ik foert zeggen, en iets niet doen omdat ik het op dat moment niet graag doe.

Nadenken over mijn missie

Mijn missie op het werk, eens per jaar denk ik daar over na, ga ik er mee verder doen of stoppen. Een uur en een fles wijn later zeg ik tegen mijn echtgenoot dat ik gewoon verder ga doen. Vroeger dacht ik als ik nog van werk wou veranderen dat het niet te lang meer mocht duren. Nu ben ik daar rustiger in geworden, ik weet het niet, en eigenlijk wil ik het niet weten.

Ik verstond dat niet als ik vroeger naar Brussel moest met de trein. Al die mensen die zo triestig zaten te kijken als ze naar hun werk reden. Misschien doen die mensen hun werk wel graag natuurlijk…

Missie

Integer leven

Het is voor mij niet wat ik doe, maar de manier waarop ik het doe. Mijn missie is in het leven staan op zo een integer mogelijke manier. Mijzelf ook relativerend omdat het de helft van de tijd niet lukt. Wat ik ook ga doen, ik ga willen opkomen voor iets waar ik een stuk kan tegenin gaan. Mijn drive komt alleen maar als ik verontwaardigd ben over iets. Die verontwaardiging vind ik ook gezond, dat is niet iets waar ze je kunnen op pakken. Ik heb nog nooit gevoeld dat mensen zeggen dat het niet klopt.

Rond leerproblemen voel ik ook een verontwaardiging. Ik wil daar nog iets mee doen, maar nu niet omdat ik er nog te veel emotioneel mee betrokken ben. Veel basisprincipes die in de palliatieve zorg gebruikt worden zouden ook op andere plekken moeten gebruikt worden.

Verontwaardigd kunnen blijven

Ik wil blijven het kind in mezelf bewaren. Het jammere van volwassen worden is dat je het kind verliest, en voor mij is dat kind het ‘verontwaardigde’, het ‘waarom is dat nu zo, waarom doen mensen dat?’. Ik speel dus ook nog graag spelletjes, ik kan helemaal opgaan in een speurtocht in het bos. Ik vind dat leuk omdat het komt vanuit een gezonde dynamiek.

Wat maakt dat je er aan begon?

Met de paplepel meegekregen

Mijn moeder heeft een heel gezonde verontwaardiging, van ‘dat kan nu toch niet’. Mijn vader heeft dan geleerd van ‘ok, dat is zo, en wat kan ik er aan veranderen’, en geloven dat je zelf iets kunt gaan betekenen. Zo trachte mijn vader op zijn eigen, authentieke manier dingen te doen. Als ik kijk naar de zeven eigenschappen van Stephan Covey, dan deed mijn vader dat als bedrijfsleider. Hij zei dat hij een boer was die zorgde dat het land goed is, dat er goede aarde ligt, dat er mest is. En dan zaait hij, en vertouwde hij dat het ging groeien. En daar dan ook correct en authentiek in zijn. Mijn vader was heel graag gezien.  Als er iets niet liep, verontschuldigde hij zich, wetende dat de beslissing die hij had genomen op dat moment de best mogelijke was, ook al liep het fout af. Dat werd dan ook aanvaard. Hij kon als bedrijfsleider toegeven dat hij fouten maakte. Er moet natuurlijk een cultuur bestaan waar dat kan. Mijn vader zei altijd dat mensen zich moeten goed voelen in een bedrijf, dat ze wat ruimte krijgen om te functioneren. Hij heeft heel vaak dingen door de vingers gezien omdat hij wou dat het ‘ons’ bedrijf was, van iedereen die er werkzaam was.

Student Aid

Met een paar mensen waren we heel betrokken in Student Aid en we zien elkaar nog steeds. Achteraf kan je het wel relativeren natuurlijk, met die dingen waar we toen mee bezig waren. Ontwikkelingshulp, en onze visie daaromtrent, we hebben Max Havelaar mee opgetrokken in Leuven. Wij dachten dat wij de wereld gingen verbeteren. De drive en kracht van een groep mensen die voelen en weten dat ze een verschil gaan maken.

En dan ’s avonds als je in je bed ligt en denkt: ‘Jezus, of we dit nu doen of niet …. ‘. En als je dan die verontwaardiging benoemt in een groep, dan zie je dat er zo veel andere mensen zijn die dat ook vinden, en daar dan stap voor stap een weg in zoeken, zonder uzelf voorbij te lopen, dat vind ik het leukste. Het moet natuurlijk ook niet altijd zo serieus zijn, als ik met het presidium fuiven organiseerde, dan gaf ik daar ook altijd een betekenis aan, bijvoorbeeld mensen samenbrengen. Ik ben fier dat ik voel dat ik mensen vanuit mijn drive mee kan motiveren. Dat je merkt dat als je door iets gedreven bent, dat het écht besmettelijk is.

Studies

Ik heb nooit expliciet gekozen voor palliatieve zorg, dat leek me zo iets engs. Mijn drive om verpleegkunde te studeren is laat gekozen. Ik ging als kind ontwikkelingswerk doen. Het is grappig, want mijn moeder heeft ook verpleegkunde gestudeerd om ontwikkelingswerk te gaan doen…  Mijn moeder deed overal vrijwilligerswerk, en ik ging overal mee naar toe. Nadat ik verpleegkunde had gestudeerd wou ik tropische beginnen, en mijn vader zei ‘stel dat je om een of andere reden in Belgie moet blijven werken, dan ga je als verpleegkundige niet aan je trekken komen omdat je overal al leiderschap hebt opgenomen, waarom doe je geen ziekenhuiswetenschappen bij?’. Ik -als oudste van de kinderen- had altijd in Kortrijk gestudeerd, de rest zat al op kot in Leuven. Dat op kot gaan beviel me wel, hoofdverpleegkundige worden niet, maar ik was toch van plan om naar het buitenland te gaan. Ik ben dan aan ziekenhuiswetenschappen begonnen, met in het achterhoofd nadien nog tropische te doen en te vertrekken.

Barcelona

Net voor de deliberatie van het eerste jaar kwam professor Kesteloot zeggen dat er Erasmusbeurzen waren. Dat vond ik natuurlijk leuk. Ik mocht naar Spanje, en daar moest ik mijn thesis schrijven. Ik wist niet goed wat te doen, tot iemand zei dat hij een collega in Barcelona had, waar ik eens moest gaan naar kijken. Daar aangekomen wist die persoon me te vertellen dat hij daar een project had lopen rond chronische, geriatrische en palliatieve zorg. Dat is een project dat vijf jaar loopt, en ik zag het zitten om daar een thesis over te schrijven. Ik wou niet veel schrijven en ben al die projecten gaan bezoeken en mee gaan draaien in de teams. Overdag was het meedraaien in de teams, en ’s avonds moest ik les volgen aan de universiteit van 6 tot 9. Overdag van 9 tot 5 zat ik op een dienst, en ik heb daar ongelooflijk veel geleerd. Heel veel met mensen gediscussieerd, maar altijd over geriatrische en chronische zorg. Dat palliatieve vond ik maar een triestig gedoe. De laatste week voor ik terug naar huis kwam had ik één week gepland op palliatieve, ik kon niet anders. Ik kwam daar toen in een team waarvan ik zei ‘Jezus, in zo een soort team wil ik werken’. Op die manier trachten te zorgen voor mensen. Ik heb daar een arts leren kennen, die man had iets begeesterends. Ik besliste om mijn thesis in tweede zit in te dienen want dat stuk over palliatieve was echt niet af. en ben ik heel de maand juli opnieuw naar Spanje getrokken. Ik heb dan heel die tijd stage gelopen bij die dokter Gomez in het PST. Toen voelde ik dat dat hetgene was dat ik wou doen. De dokter zei me dat ik eerst twee jaar op een palliatieve eenheid moest werken, om te zien of het mij wel beviel,). Het waren toen ook zotte tijden: tot 14u00 werkte ik op de dienst, en van 15u tot 21 werkte ik als vrijwilliger/verpleegkundige op de Olympische Spelen van Barcelona.

Bij zuster Leontine

Toen ik terug kwam in België wou ik weten wat er hier leefde. Ik was niet zo haastig om te beginnen te werken. Ik ben toen begonnen met op alle palliatieve zorgafdelingen in Vlaanderen langs te gaan. Ik wou van elk van de verantwoordelijken weten hoe zij dat zagen in België.

Ik ben ook bij Zuster Leontine (http://nl.wikipedia.org/wiki/Zuster_Leontine) terecht gekomen, en na een uur zei ze me dat ze graag zou hebben dat ik bij haar zou beginnen werken. Ze wou dat ik halftijds op de afdeling werkte, en halftijds op haar bureau mee opleidingen uitwerkte. Dat was voor mij als licentiaat een ideale combinatie!

Als mensen mij vragen wat ik doe, zeg ik nog altijd palliatieve zorg, en graag!  Er zijn zoveel dingen die veranderen, waarom zou ik dan veranderen?  Misschien dat ik daar binnen een half jaar anders over denk, maar dat zien we dan wel weer.

Van winkelwagen tot rugzak

Ik gebruik het beeld van ‘van winkelwagen tot rugzak’. Ik kreeg dit beeld mee van een patiënt. Ik werkte net een week op de palliatieve eenheid, en ik ging een kamer binnen met een zuster van de afdeling die mij ging tonen hoe ik die patiënt moest verzorgen. Op dat moment gaat er ergens anders een belletje, en die zuster zei dat ik al mocht binnengaan. Ik had gehoord dat het een uitdaging was om hem te verzorgen. Daarom, en ook omdat het goed klikte tussen de zuster en de persoon in kwestie, wou de zuster mee naar binnen gaan.

Het was een jonge man van 40 jaar, hij had  een tongcarcinoom en kon niet meer spreken. Hij was bedrijfsleider geweest en had een heel moeilijk aanvaardingsproces. Ik ging binnen op de kamer en dacht onmiddellijk de mondzorg te doen. Ik heb me voorgesteld als ‘Goeiemorgen, ik ben Inge en ik kom uw mondzorg doen’, mijn onmacht wegstekende. Ik begin mijn materiaal te nemen, en hij neemt mijn hand vast en doet een teken van ‘trap het hier maar af’.

Ik ben toen op zijn bed gaan zitten, en gezegd dat ik nieuw was, en niet goed wist wat ik moest doen. Hij schreef toen drie woorden op: onmacht (en hij deed een teken naar mij), eenzaamheid (en hij wees naar zichzelf), aanvoelen (en hij gaf me aan dat ik hem moest aanvoelen). Ik gaf toe dat ik fout was, dat ik niet had aangegeven wat ik voor hem kon doen.

Toen ik dat voorval nadien vertelde op de afdeling, formuleerde ik dat ik was binnengegaan met mijn winkelwagen, met alles wat ik geleerd had. De winkelwagen stond tussen mij en de patiënt, en ik nam er uit wat ik dacht dat de persoon nodig had. Meer in actie dan in inter-actie. De winkelwagen schiep een soort van afstand, ik als professioneel iemand kwam zeggen hoe ik het ging doen.

Die man gaf me te kennen dat het zo niet werkt. Hij verwachtte dat ik een rugzak heb, dat ik bepaalde dingen weet. Het nadeel aan een rugzak is dat je het op je rug hebt, en dat het moeilijk is om er zomaar iets uit te halen als je hem op je rug hebt. Als je dan naast je patiënt gaat zitten of staan, en zegt dat je niet weet wat hij nodig heeft, maar dat hij eens in de rugzak mag kijken.

Op deze manier wordt hij een tochtgenoot. De weg die moet bewandeld worden, daar is maar een persoon die daar kan over beslissen, en dat is die persoon die aan het afronden is. Het is niet gemakkelijk, want het is telkens opnieuw wegcijferen wat jij denkt, en samen op pad gaan.

Hoe hou je het vol

Ik werk er dan ook heel bewust aan om bondgenoten en zielsgenoten te vinden. Mensen met wie je daar af en toe kan over bezig zijn. Dat helpt mij het vol te houden, en dat is voor mij ook zelfzorg.

Toen ik Inge Bossuyt vroeg om geïnterviewd te worden vroeg ze zich af wat zij zou kunnen bijdragen tot ‘MVO’. Ik denk dat veel bedrijfsleiders een puntje kunnen zuigen aan de manier waarop het PST in de wereld staat!

Franky De Cooman

Met dank aan Jan Van Den Eeckhaut en Mieke De Pril voor de redactie.

 

 

Advertenties

One Response to Inge Bossuyt – Palliatief Support Team

  1. Ignas Janssens says:

    De asociatie tussen palliatieve zorg en M.V.O. zou ik zelf niet zo snel hebben gemaakt en is deze bijdrage voor mij een eye-opener om in de toekomst de sociale component van M.V.O.wat scherper op het netvlies te krijgen-houden.

    In dit verband roept dit tevens de vraag op hoe de afweging plaats vindt, tussen enerzijds een gewetensvolle palliatieve zorg, waarbij de wensen van de patiënt, niet altijd hoeven te stroken met de denkbeelden die bijvoorbeeld de Kerk hierbij heeft.
    He gaat men om met mogelijke gewetensconflicten die spelen bij de afweging, palliatieve zorg en denkbeelden vanuit de Kerk.
    Hoe denkt men over het onderwerp euthanasie ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: