Paul Verbruggen – Leerkracht Economie

Op de keper beschouwd is een school maatschappelijk verantwoord.  Deze leerkracht tilt het echter op een hoger niveau…

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Paul Verbruggen in de Logische niveaus

Context

Ik ben leerkracht Economie in het Onze Lieve Vrouw van Lourdes college in Edegem in de ASO richtingen. September 2011 ga ik op pensioen.

Gedrag

Vertrekken vanuit de actualiteit

Dankzij het internet begin ik de les vaak met iets uit de actualiteit, www.deredactie.be is mijn voorkeursstartpunt van de les. Als er in de ochtend iets interessants is in het nieuws, dan vlooien we dat in de klas uit. Ik probeer zo veel mogelijk in te spelen op de actualiteit, maar ik volg natuurlijk telkens de rode draad van het leerprogramma economie.

Je lessen zo actueel mogelijk maken is boeiend maar brengt wel werk mee. Ik heb indertijd een hele case-study gemaakt van DHL in Zaventem, die omwille van de nachtvluchten dachten weg te gaan en daar een hele lessenreeks rond gebouwd. Het jaar nadien is dat natuurlijk onbruikbaar. Maar op die manier hou je de interesse levendig.

Thema verwerken

In het vierde jaar hebben we het over economische groei, ‘Is dat wel nodig, die groei?’ Wat zijn de negatieve aspecten van economische groei want groei betekent meer consumptie, meer afval. In dat kader heb ik op het einde van het schooljaar telkens een thema dat de studenten moeten verwerken en dit vanuit de drie snijvlakken: economie, ecologie en sociaal ondernemen. De thema’s kunnen dan zijn de millenniumdoelstellingen, hoe zit het met het water, duurzame energie, afval, Cradle to Cradle, …

Projectweek

Elk jaar hebben we op school een projectweek, waar leerlingen kunnen kiezen uit projecten die door leerkrachten aangeboden worden. Er is toneel, er is kleding maken, en ik had onlangs een project met als thema ‘afval’. Ik noemde het ‘Afval een tweede leven geven’. Tijdens die week hebben we ook oude computers uit elkaar gehaald.

We hebben daar heel creatief mee gewerkt, ik had een aantal wijnkistjes en daar hebben we vogelhuisjes mee gemaakt, beplakt met printplaten, echte kunstwerkjes! Met de leraar chemie hebben we naar de samenstelling van de computer en een GSM gekeken.

We hebben een strenge school met een zekere reputatie. De leerlingen zijn vaak niet de meest handige. Het was leuk om ze bezig te zien met een schroevendraaier en een kniptang..

Ik had iemand van de vzw Green uitgenodigd die via boeiende werkvormen de afvalproblematiek aanbracht. Ik had ook iemand van Umicore uitgenodigd. Die was meteen bereid om de activiteiten van het bedrijf te komen uitleggen – dat was de periode dat Umicore nog zijn imago diende op te poetsen. Hij kwam onder meer vertellen wat er met opgehaalde gsm’s gebeurt, wat daar allemaal in zit aan recupereerbare dure grondstoffen.

Mini ondernemingen met MVO cachet

Ik heb een collega uit de derde graad die economisch heel onderlegd is, en wij vullen elkaar heel goed aan, ook in onze mini-ondernemingen. Ik probeer telkens bij de mini-ondernemingen het MVO aspect er bij te betrekken.

Vorig jaar hebben we ei zo na de eerste prijs gewonnen bij Vlajo op Nationaal vlak. Het Feddelaine (http://www.pienternet.be/middelbaar/comments/feddelaine_is_beste_provinciale_mini_onderneming) concept was dat de leerlingen restjes wol die zij (en in de familie) op de zolder hadden liggen, zouden verzamelen. Met die wol gingen ze naar ouderlingentehuizen, om daar sjaals te laten breien. Die sjaals werden dan verkocht en voor elke verkochte sjaal gingen de jongeren voorlezen of spelen in een kinderziekenhuis.

De oudere dames waren heel tevreden want ze hadden iets om handen, en ze vroegen regelmatig om nieuwe wol. Op een bepaald moment waren er ook mannen in het bejaardentehuis die wilden meewerken. Ze maakten pompons voor mutsen die de dames breiden. De leerlingen werden hoe langer hoe enthousiaster, en het werd een succesonderneming.

C2C opvolgen

Klassieke MVO verhalen zeggen dat People, Planet en Profit in balans moeten staan. De C2C beweging zegt dat People + Planet resulteert in Profit. Die gedrevenheid is fenomenaal, daarom is het wel jammer dat het naar de gewone consument zo weinig wordt uitgedragen.

Ik was aanwezig bij de oprichting van het C2C Netwerk door OVAM, en bij het binnenkomen werd ik onmiddellijk geïnterviewd ‘wie bent u, wat komt u hier doen’. Zij waren wat verrast dat er daar een leerkracht aanwezig was, want voor de rest waren het allemaal mensen uit het bedrijfsleven of organisaties.

Na het evenement bij Ovam heb ik me prompt op linked-in gegooid. Via het Linked-in netwerk heb ik ondermeer geleerd dat er in Nederland een dame is die C2C cafés organiseert. Zo leer je dat er toch al heel wat mensen met de materie bezig zijn, maar ondanks de moderne communicatie-mogelijkheden het niet van elkaar weten.

Vaardigheden

Blijven bijleren

De financiële crisis eind september 2008 was een mooie uitdaging voor mij. Dat was een groot feest voor mij natuurlijk, omdat ik de kans kreeg daar een interessante lessenreeks rond te maken, de leerlingen dingen laten opzoeken. Je leert dan zelf enorm veel bij.

Als ik mij nieuwe materie eigen wil maken, bijvoorbeeld het boek Econoshock van Geert Noels, dan benader ik het met de vraag ‘hoe zou ik daar les over geven’. Ik maak dan aantekeningen, powerpoints zelfs.

(Jonge) mensen enthousiasmeren

Economie is een leuk verhaal: zo veel kansen om de theoretische en droge leerstof te illustreren met zaken waarmee de leerlingen via media en hun omgeving kennis maken. Ik probeer iets mee te geven dat langer nazindert. Ik merk dan ook dat heel wat leerlingen graag economie doen, zelfs dat ene uurtje Sociaal Economische Initiatie. Op de screensaver van de klascomputer staat: ‘Economie : geen vak, maar een hobby.’

Men zegt me soms dat ik de leerlingen zo goed kan begeesteren. Dat is niet zozeer mijn verdienste, het is gewoon het onderwerp op zich dat zo boeiend is, je moet ze gewoon weten te inspireren, en weten hoe je het moet aanpakken.

Als er bijvoorbeeld een les is geweest over de index en de inflatie, dan zeg ik altijd tegen de leerlingen dat ze ’s avonds aan tafel moeten uitleggen wat inflatie is, en zorgen dat de tafelgenoten het begrijpen. De volgende keer vraag ik dan of ze het gedaan hebben. Dan krijg ik als reactie ‘mijn vader dacht dat hij het wist, maar het was niet juist’. Zo heb ik mijn doel bereikt. Mijn job is jonge mensen enthousiasmeren.

Uitdagingen zien

Wij Vlamingen spreken steeds over problemen, de Nederlanders spreken over uitdagingen. De CEO van Desso (een groot Nederlands bedrijf, met een belangrijke vestiging in Dendermonde, zij maken tapijt en kunstgras) keek naar de VPRO uitzending van tegenlicht omtrent C2C, na de uitzending zei hij ‘dit is het, daar moeten we naartoe’.

De volgende ochtend had hij een vergadering met zijn naaste medewerkers en heeft hen de uitzending laten zien. Nu haalt Desso de oude tapijten op, ze halen ze terug uit elkaar en gebruiken dat als grondstof voor nieuwe tapijten. Ze denken er aan om tapijten niet meer te laten kopen, maar ze te laten leasen: je betaalt dus voor het gebruik, niet voor de eigendom van de producten. Desso heeft nu tapijttegels met een C2C certificaat en gaat er voor om in de toekomst voor de volle 100% aan Cradle to Cradle na te streven.

Overtuigingen

Menswetenschap

Ik vind het belangrijk dat leerlingen inzien dat economie een menswetenschap is. Ik kijk telkens naar ‘de mens’ in het verhaal, hoe staat de mens er in. Ondernemen is niet alleen winst maken, ondernemen geeft ook effecten op de omgeving.

Economie geven is makkelijk

Ik heb altijd gezegd dat economie geven heel gemakkelijk is, omdat je kan praten over de dingen waar leerlingen dagelijks mee geconfronteerd worden. We proberen daar wat diepgang in te leggen en te zoeken naar causale verbanden.

Bedrijfsbezoeken…

Een bedrijf vinden dat ASO studenten voor een bedrijfsbezoek wil ontvangen is niet evident, want onze studenten gaan verder studeren en zijn niet onmiddellijk interessant voor bedrijven, dit in tegenstelling met een technische school. Bedrijven zoals Coca-Cola, daar kunnen we natuurlijk wel naartoe.

Dromen mag?

Wij hebben net niet de eerste prijs gehaald met onze mini-onderneming: voor de jury was het nét iets te dromerig. Mijn repliek was ‘is dat nu de bedoeling van een mini-onderneming, dat de jeugd van vandaag een hapklare onderneming ontwerpt die morgen effectief zou kunnen beginnen’?

Onze leerlingen gaan verder studeren, die beginnen nu nog niet met een bedrijf. Ik vind het belangrijk dat de leerlingen via miniondernemingen niet alleen leren hoe een bedrijf gerund maar ook dat initiatief en creativiteit in onze economie noodzakelijk zijn. Bij Vlaanderen In Actie zegt men dat we innoverend moeten zijn, dat we nieuwe ideeën moeten volgen, en dan wordt dit gefnuikt. Wie heeft de wedstrijd gewonnen? Een mini-onderneming die een bestaand loop-evenement organiseert in Gent, en dit in samenwerking met de gemeente en met grote bedrijven. Heel professioneel en knap uitgewerkt – veel meer praktisch realiseerbaar als echt bedrijf –  maar het evenement bestond eigenlijk al, iets wat volgens het reglement van Vlajo niet mogelijk was. De jury waren geen mensen van Vlajo, en zij hadden geen weet van die reglementering. Wij waren heel ontgoocheld…

(H)Erkenning is belangrijk

Mensen zijn zo gevoelig voor erkenning, voor beloning voor appreciatie, en dat wordt vandaag de dag zo vergeten…Ik heb nog nooit een écht moeilijke leerling gehad. Ik straf niet, ik beloon. Ik heb in mijn lade altijd – ik ben er voor gekend – rolletjes King pepermunt liggen. Als iemand een schitterend antwoord geeft, of iemand die zelden zijn taak maakt, en dat ineens wel doet, dan krijgt die van mij een muntje.

Ik zie dat ook in het bedrijfsleven: in het Mechelse is er een producent van fineerhout die ex-gedetineerden te werk stelt. Mensen die op de arbeidsmarkt weinig kans maken, laaggeschoolden ook. ‘Somers zaden’ hier in de buurt zijn ook zo gedreven bezig met het tewerkstellen van ‘probleemmensen’. Bert Leysen (van het fineerhout) smeerde ’s morgens zijn boterhammen en ging ‘s middags mee in de kantine met zijn werknemers eten. Dat zie je bij Desso ook, die schouderklopjes, die appreciatie van medewerkers.

Dit zijn voor mij lichtende voorbeelden, en vanuit mijn vak zijn dat voorbeelden van hoe economie ook kan zijn.

Geen vast stramien installeren

Het geven van muntjes gebeurt op heel onregelmatige basis, waardoor ik wel eens protest krijg in de klas van ‘meneer, ik was ook in orde’, maar ik wil daar geen regel van maken, geen stijf stramien van als je dit doet, dan krijg je dat, en als je meer doet, dan krijg je meer. Dan is het niet meer leuk.

C2C: niet krenterig

Die Cradle to Cradle toestand, ik ben daar opgesprongen, en alles wat er mee te maken heeft probeer ik te volgen. In mijn naïviteit heb ik Kathleen Van Brempt gecontacteerd met de vraag om op scholen namiddagen te organiseren rond Cradle to Cradle en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen wanneer ik op pensioen ben.

Bij C2C krijgt het positieve heel veel aandacht, en dat heeft de vonk doen overslaan. Tot dan was het milieu altijd: je moet minder dit, je moet minder dat, en het daarbij gaande schuldgevoel. Maar hier kwam iets positiefs: we hoeven niet krenterig te zijn, als het maar goed materiaal is. Ik ben met consuminderen bezig geweest met de buy nothing day. Het adagio van C2C is echter om niet slechts ‘minder slecht te doen, maar goed doen’.

Wij stellen ook erg kritisch in vraag waarom ‘of economische groei nodig is?’.

C2C is begeesterend

Bij ons op school heb ik een sessie georganiseerd rond Cradle to Cradle. Ik had een aantal mensen uitgenodigd en de respons was boven verwachting.

Ik stuurde een mailtje naar Frans Jacobs, de Accountmanager bij Van Houtum, hij belde me terug met de boodschap dat hij het bijzonder vind dat ik er zo mee bezig ben en dat hij me wat zou opsturen. Twee dagen later komt de postbode met een doos met Satino Black toiletpapier. Dit is zo typerend aan die C2C gemeenschap, dat het zo een enthousiaste mensen zijn.

C2C is te weinig bekend

C2C is veel te weinig bekend. Ik ben naar een lezing van Geert Noels over zijn boek Econoshock, geweest. Het was een hele aula vol, en hij vraagt op een bepaald moment ‘wie kent Cradle to Cradle’. Ik steek mijn hand op samen met slechts een vijftal anderen.

In Nederland zijn de gemeentes Venlo en Maastricht C2C gemeentes. C2C leeft daar echt.

Ik nodigde in Edegem de milieuambtenaar uit, de schepen van leefmilieu, Erik De Bisschop van Desso, mijn vriend architect, iemand van het VITO (de man die daar met C2C bezig is blijkt een oud-leerling van mij te zijn). Met die groep hebben we op school gepraat over C2C, en heb ik gesuggereerd aan de schepen van leefmilieu om vanuit de gemeente samen te zitten. Via de school kan je heel wat doen om C2C bekend te maken, maar wij hebben beperkte middelen om bijvoorbeeld (het iets duurdere) C2C toiletpapier aan te kopen.

Mijn idee was toen om een C2C evenement te organiseren voor alle milieuschepenen en ambtenaren van de gemeentes van Antwerpen. Ik had het een aantal keren gevraagd, maar ik had niet de indruk dat ze stonden te springen om het te organiseren. Er was nochtans niet veel werk aan, het was gefundenes fressen: ik had al veel contacten en veel kennis van het onderwerp.

Macht ligt bij de consument

Vijfendertig jaar geleden, toen ik begon, was economie gewoon Profit, wat een goede keuze was om uit de crisis na de wereldoorlog te komen. Nu is het anders. Elk jaar krijg ik de jaarverslagen van een aantal ondernemingen. Je ziet hoe belangrijk hun mission statement wordt, hun code of conduct en hoe ze er mee omgaan. Vroeger was dat geen zorg, nu maakt dat veel uit bij de voorstelling van een bedrijf.

Als je ziet dat de Stad Gent zijn rekeningen van Dexia en KBC weghaalt omdat ze toch bonussen uitkeren, dan zeg ik tegen mijn studenten dat er iets beweegt in de maatschappij.

De macht ligt dus bij de consument, het is hij die iets koopt of niet koopt. Dus wij moeten de consument bewust maken van wat er allemaal mogelijk is. Wij moeten dit uitdragen.

Het plaatje is niet volledig

Ik heb de panorama uitzending omtrent de GSM getoond in mijn klas waar men uit de doeken doet hoe de grondstoffen coltan en Kobalt in Congo naar boven worden gehaald. In de uitzending laten ze de arbeidsomstandigheden zien: het is razend gevaarlijk in de tunnels die ze graven en het is daar heel ongezond. Op het einde van zijn leven wordt de GSM naar China verscheept en daar uit elkaar gehaald. Door middel van baden van kokend lood worden de edele metalen gerecupereerd en de arbeiders zitten daar te werken boven die giftige dampen. Afval is dus wel degelijk voedsel, je recupereert, maar het plaatje is toch nog niet volledig.

Standvastigheid is nodig

Ik zou na mijn pensionering ook willen blijven les geven, maar alles wat er rond hangt wordt me wel te veel. Al die administratie, die voortdurende vernieuwingen, leerlingen die standvastigheid nodig hebben maar van het ene naar het andere gesleurd worden.

Waarden

Zorgen voor bewustzijnsverruiming

Dit jaar had ik voor het concept van de mini-onderneming zeven meisjes toegewezen gekregen. We wilden gebruikte Gsm’s en computers verzamelen. Ik ben toen bij Umicore geweest en men vond het daar een lovenswaardig initiatief. Dat geeft onze leerlingen weer een bewustzijnsverruiming: wat gebeurt er met onze GSM wanneer we die niet meer gebruiken? Er zit daar heel veel rijkdom in, maar als die niet goed verwerkt wordt is dat schadelijk voor het milieu en er gaan waardevolle grondstoffen verloren.

Maar het mocht niet van OVAM, wegens het – overigens begrijpelijk – veiligheidsrisico.

Kritisch blijven kijken

Het is goed dat grote bedrijven nu uit noodzaak (niet omdat ze door de overheid verplicht zijn) met dat MVO aspect rekening beginnen te houden. Ik geef in de klas telkens het voorbeeld van Chiquita, die vroeger op een niet-MVO manier hun ding gedaan hebben, en nu – onder druk van de concurrentie van onder meer de OXFAM-bananen  – de boel in de gaten houden en bezig zijn met het logo van de groene kikker (Rainforest Alliance).

Ik waarschuw mijn studenten op te letten voor greenwashing, want logo’s zijn er veel… Zij maken daar ook een werk over: wat zijn de officiële, erkende, betrouwbare logo’s. Nu bijvoorbeeld komt het FSC label in de tocht te staan…

Ik zeg steeds dat ik niet het grote gelijk heb, en dat het niet is omdat het in de krant staat dat iets waar is. We moeten kritisch blijven tegenover het materiaal dat we krijgen, het is niet omdat iets een stickertje of een logo heeft, dat het koosjer is. Je hebt ook labels die gewoon lucht zijn, waar staat het logo voor, wie heeft het toegekend?

Vinger aan de pols houden

Ik heb me ooit op de veiligheid in het verkeer gestort. Ik was een van de eersten die destijds dr. Beaucourt heeft uitgenodigd om zijn lezingen te geven op onze school. Het was de eerste keer dat hij de lezing in een school gaf.

Ik heb toen contact opgenomen met Langzaam Verkeer die voorstelde om cursussen te volgen en dan gedetacheerd te worden zodat ik die cursussen in allerhande scholen kon gaan geven, projecten op scholen kon begeleiden. Toen ik alle examens had afgelegd heeft men de bezoldiging van dat project stopgezet. Ik heb toen – pro deo – nog twee projecten begeleid in scholen in Merksem en Zottegem. In Zottegem ligt een school heel dicht bij een drukke straat, en de uitgang van de school ligt aan een heel smal voetpad. Ik was op voorhand al gaan kijken om me goed voor te bereiden. Wij hebben toen een vergadering georganiseerd met de directie van de school, de lokale politie, de gemeente, de omwonenden en ouders van de schoolkinderen. Dat was allemaal heel boeiend.

Identiteit

Iemand die de vinger aan de pols houdt

Ik ben misschien pretentieus als ik zeg dat ik wat profetisch ben, maar ik denk wel te mogen stellen dat ik aanvoel wat er in de maatschappij aan het gebeuren is. Ik probeer een vinger aan de pols van de maatschappij te houden, ik ben een actualiteitsbeest. Ik sta ’s morgens op, lees mijn mails, en kijk dan naar www.deredactie.be. Het is leuk dat je de duidingsprogramma’s later nog kan bekijken.

Tevreden mens

Ik heb natuurlijk heel wat comfort, ik wil niet rijk of beroemd worden. De eerste vijftien jaar van ons huwelijk is mijn vrouw thuisgebleven, zelfs niet gaan stempelen. Wij kozen voor kinderen, en kregen er vier. Toen de jongste zo’n dertien jaar was, en beter uit de voeten kon, is mijn vrouw ook gaan werken. Ik heb dus de luxe gehad altijd met en voor school kunnen bezig te zijn. Ik vertrok ’s morgens naar school, als ik thuis kwam kon ik even uitblazen, eten, en dan achter mijn bureau gaan zitten en voor school werken.

Ik gaf avondschool Engels, twee uur in de week. Dat was boeiend, dat was voor volwassenen, meestal dames. Ik verdiende daar eigenlijk quasi niets mee, maar het was geweldig plezant. Je begon met een klas, en je ging daar vier jaar mee door, met dezelfde mensen. Op den duur ken je de mensen door en door.

Wij zijn heel tevreden thuis, we gaan zelden of nooit op reis. Een keer per jaar gedurende twee weken naar de middle of nowhere in de Haute Savoie in behoorlijk primitieve omstandigheden.

Niet waanzinnig groen

Mijn vrouw is ook natuurgids, er zitten wel wat ecologische kantjes aan ons gezin, maar we zijn nooit geitenwollensokkenmannen geweest. We zijn vrij bewust, maar absoluut niet fanatiek. Ik rij ook met de auto, ik tracht wel ecologisch te rijden. Ik wil me graag milieuvriendelijk verplaatsen, maar je moet de middelen hebben om bijvoorbeeld een Toyota Prius te kopen. Ik zou ook met de trein naar school kunnen gaan, maar ik heb zo vaak wisselende uren, en heb zo vaak dingen mee te sleuren dat dat al wat moeilijker wordt. Ik heb dat wel een tijd gedaan met de trein, maar dat is voor mij heel onhandig. We hebben altijd een kleine auto gehad, en we proberen daar zo zuinig mogelijk mee te rijden. Ik ben dus niet zo fanatiek groen dat ik nee zeg tegen een auto.

Missie

Ik wil zorgen dat er mensen op een of andere manier beter worden van het feit dat ik hier rondloop. Dit kan mijn directe omgeving zijn, bijvoorbeeld mijn vrouw met wie ik al 31 jaar lang samen ben, mijn 4 zonen, … Ik wil nuttig zijn voor mijn omgeving, voor de mensen die me toevertrouwd zijn. Ik heb nooit de ambitie gehad de maatschappij te veranderen maar wel om iets te betekenen.

Het heeft te maken met wat je wil doorgeven op school, aan de leerlingen die je zijn toevertrouwd.

Wat maakt dat je er aan begon?

Ik heb altijd interesse gehad in talen, heb Latijn gestudeerd en heb nooit economie gehad in het middelbaar. Na de humaniora besloot ik regentaat Nederlands Engels te volgen, en ik heb er economie bijgenomen, ik had daar nog nooit van gehoord.

Ik heb daar hard op gezweet, mijn collega’s studenten hadden eerder al economie gehad. Ik was dus telkens de laatste van het peloton. Voor economie (niet voor Nederlands en Engels) ben ik afgestudeerd met de hakken over de sloot.

Toen heb ik besloten avondschool boekhouden te doen, elf uur per week. Tijdens mijn eerste jaar avondschool deed ik mijn legerdienst, toen had ik het gemakkelijk en kon ik ’s avonds studeren. Na mijn legerdienst was ik eerst een jaar studiemeester. Zodoende had ik ‘s avonds ook de tijd om verder te studeren.

Jobs als leerkracht lagen toen niet voor het grijpen, en ik nam aan wat ik kon krijgen, hier in Edegem. Wij hadden geen economische afdeling hier op school, die zijn er door de hervormingen later wel gekomen. Ik kon hier economie geven, Nederlands en Engels kon ik geleidelijk achterwege laten. Ik gaf les in de 2e graad (3e en 4e middelbaar), en ik had daar het monopolie: toen de economische richting opgestart werd, waren alle uren economie voor mij.

Ik heb er kunnen voor zorgen dat ook de klassen die geen economie hadden (de wetenschapsklassen) toch een uurtje economie konden krijgen. We hebben daar een beetje voor gevochten op school en dat gedaan gekregen. Ik had het zelf meegemaakt als student hoe het is om geen economie te krijgen, en daar wou ik iets aan doen.

Hoe meer ik met dat vak bezig was, hoe boeiender het werd. Toen heb ik het ook gedaan gekregen om in het 3e en 4e jaar nog vervolg te geven op het vak SEI (Sociale Economische Initiatie). Dit vond ik geweldig, want daar zijn geen leerboeken van, daar is geen programma van. Ik kon dus freewheelen, en proberen dat vak zo boeiend mogelijk te maken.

Ik heb ook mijn eigen economielokaal, dat ik zelf helemaal heb ingericht. Ik heb toen een oude computer op de kop getikt samen met vier kolossale schermen, naar de klas gericht.

Vanuit die achtergrond en mijn interesses, kwam ik begin de jaren negentig via een studiedag in contact met ‘ethisch ondernemen’. Er werd een werkgroep opgericht, die dan later zorgde voor de publicatie van het boek ‘economie en ethiek’. Ik ben daardoor geboeid geraakt, en ben van alles beginnen lezen rond ethiek. Toen kwam daar stilaan ook het milieu bij. Toen ik in 1976 begon les te geven bestond het woord ecologie niet. Ik ben toen ook in contact gekomen met de Bond Beter Leefmilieu, met Dirk Van Regenmortel. Zo begin je dan contacten te leggen, en komen er al eens mensen spreken op school. Zo is Dirk anderhalf uur komen spreken over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Hij vertelde nadien dat de studenten al heel veel wisten rond MVO, dus dat hij het meer zou kunnen gehad hebben over het milieu.

In 2007 kwam ik toevallig in aanraking met ‘Cradle to Cradle’. Ik ben dan naar meer informatie gaan surfen over C2C , en vond het programma ‘Tegenlicht’ van de VPRO waar ze uitlegden wat C2C was. Dat boeide me zo enorm, dat positieve erachter, en ook alles wat er rond hangt, bijvoorbeeld het sociale aspect, bekommernis om de werknemer, de stakeholders. Toen ben ik daar ook langzaam ingerold, en is het een hobby geworden – een obsessie zegt mijn vrouw…

Een vriend van mij, die architect is, heeft in de Haute Sovoie een paar huisjes in the middle of nowhere. Hij leeft daar heel primitief in de vakantie en daar gaan wij al een twaalftal jaar naar toe. Erik De Bisschop van Desso kwam daar ook langs. Erik was verbaasd dat ik zo met de materie bezig was en heeft me uitgenodigd bij Desso, hij vertelde me toen waar ze mee bezig zijn, en wat hun ambities rond C2C zijn, want dat verhaal is nooit af.

Mijlpalen

Onlangs ben ik naar de fabriek van Van Houtum gegaan, in de buurt van Venlo, ik ben er ontvangen als een vorst. CEO Frans Jacobs zat in een vergadering maar is onmiddellijk goeiedag komen zeggen. Ik heb een hele rondleiding gehad in het bedrijf, en toen ik daar wegging heb ik twee grote pakken toiletpapier en een fles jenever gekregen. Ze vonden dit gewoon fijn om te doen, ze hebben er geen belang bij, want ik ben geen directe klant. Dat is zo typerend aan heel het C2C verhaal, die begeestering, dat sprankelende. Wat me daar ook opviel was de relatie met de werknemers, de mensen zijn daar super vriendelijk, er zijn daar kaartjes in elke hal waar men suggesties kan opschrijven. Er zijn 2 soorten kaartjes, eentje voor suggesties om je eigen werkomstandigheden te verbeteren, en eentje voor ideeën betreffende het milieu. Een van de suggesties was om de grasstrook rond het bedrijf niet meer te laten maaien met een grasmachine, want die man die het suggereerde had veel schapen, maar te weinig grond. Het voorkomen van eentonigheid door werknemers regelmatig andere opdrachten te geven.

Ik ben toen doorgereden naar Venlo zelf, een gemeente die C2C is. Daar staat een heel groot pand in het centrum met een affiche die uitlegt wat Cradle to Cradle is. Bij de VVV informeerde ik naar de grote vrouw achter de floriade van Venlo, waarbij men mij vertelde dat alles in volle voorbereiding is om C2C te worden. Dat was wel een beetje een ontgoocheling. In 2012 zijn er de 10-jaarlijkse floriaden in Venlo, en daar wordt alles C2C uitgewerkt.

In mei 2011 organiseerde ik een C2C dag op school, waar iemand van het VITO en enkele bedrijfsmensen kwamen uitleggen hoe ze met C2C omspringen.

Hoe hou je het vol

Het is een uitdaging. Maar het is vooral de respons die je krijgt, van de mensen, van de bedrijven die erg motiverend en stimulerend werkt.

Er zijn bevlogen leraars op onze wereld, mensen die met hart en ziel hun ding doen.  Jammer dat deze hier op pensioen gaat..

Franky De Cooman

Met dank aan Jan Van Den Eeckhaut en Mieke De Pril voor de redactie.

Advertenties

5 Responses to Paul Verbruggen – Leerkracht Economie

  1. Geert Noels says:

    Als je wil, kom ik wel eens spreken, ik heb veel sympathie voor gemotiveerde leraars.
    Op voorwaarde dat je me wat suggesties geeft voor ons nieuw boek.

    mvg

    Geert

  2. Veerle Borremans says:

    De vakgroep economie, en vooral het vakhoofd, van het Olve college is fier Paul Verbruggen jaren als collega economie gehad te hebben. Hij heeft ons veel geleerd en het zal moeilijk zijn voor ons om zijn gedrevenheid en kennis te evenaren. We zien het echter als een uitdaging ….

    Geniet van je pensioen, Paul!
    BOV

  3. Ik ben benieuwd of je ook al eens in Hasselt zult passeren met je C2C-verhaal, Paul?

  4. Paul Verbruggen says:

    Als je je coördinaten doorgeeft, kunnen we er concreet over praten, Steven.

    pbrug@telenet.be

  5. Ivo says:

    Toen ik op OLVE zat was het nog allemaal heel streng en katholiek en formalistisch. Paul heb ik juist gemist… waren er maar meer leraars zo, de wereld zou er al helemaal anders hebben uitgezien. Blijven uitdragen die boodschap Paul !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: