Koenraad Debackere – K.U.Leuven

De KU Leuven heeft als universiteit een breed gamma en spectrum aan activiteiten, Koenraad Debackere houdt zich binnen deze universiteit bezig met drie activiteiten: onderzoek op vlak van innovatie, hij is de algemeen beheerder van de universiteit en is verantwoordelijk voor Leuven Research & Development. 

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Koenraad Debackere | KULeuven in een notendop

Duurzaamheid zit overal in de universiteit

Doordat de instelling met een vrij breed spectrum en op verschillende niveaus bezig is, impliceert dit natuurlijk dat je ook bezig bent met de problematiek van Verantwoord Ondernemen, en dit op de drie peilers van de universiteit: het onderzoek als fundament, de kennisoverdracht en het beheer van de instelling.

Eerst en vooral heb je het het fundament van de instelling: het wetenschappelijk onderzoek, waar je merkt dat heel wat onderzoek die richting uitgaat.  We doen onderzoek naar duurzaam materialenbeheer, naar duurzame energie, naar duurzaam personeelsbeleid, …

Een tweede aandachtspunt is het opleiden van mensen: we proberen er voor te zorgen dat in zo veel mogelijk curricula de wetenschappelijke inzichten die opgebouwd worden rond duurzaamheid, verantwoord ondernemen, energie, milieuaspecten, … hun weg vinden in het onderwijs.

Ten derde zijn we ook een bedrijf qua organisatie, we moeten dus een gezond financieel beleid hebben.  We voeren duurzaamheid door in het je personeelsbeleid en de infrastructuur.  We trachten te zorgen voor een gezonde work-life balance en een transparant personeelsbeleid.  Ook waken we over een soort van continuïteit door niet om de zes maand het geweer van schouder te veranderen: zo kunnen mensen zich ontplooien in hun projecten.

Ons professorenkorps is heel zelfstandig: academische vrijheid is een te koesteren goed want daaruit ontstaat creativiteit en kennis.  Je bent als organisatie dus continu in spanning tussen hoe je de bedrijfsvoering professionaliseert en hoe je die vrijheid optimaliseert.

Antennewerking

De laatste vijf jaar hebben we een zeer consistent beleidskader uitgewerkt rond veiligheid, gezondheid & milieu.  Hier werken we met een doorgedreven systeem om te zorgen dat alles veilig verloopt, ons VGM systeem.  In veel instellingen zou men dat beleid top-down organiseren, wij wensen dat niet te doen.  Wij werken met een antennesysteem, een combinatie tussen tussen een functionele en hiërarchische aansturing waarbij de de werkprocessen worden uitgewerkt voor heel de universiteit, maar de hiërarchische aansturing van de antennemedewerkers lokaal blijft.

We accrediteren onze antennemedewerkers zodat zij empowered worden en als als professional erkend en herkend worden.  Op deze manier krijgen we (zoals een soort van grasroots principe) heel veel betrokkenheid, en kunnen we bovendien de best-practices oppikken.

Sense of Ownership staat boven Sense of Urgency

Een dergelijke manier van werken creëert eigenaarschap.   Ik heb de indruk, de vaste overtuiging, de wetenschap en het geloof dat wanneer mensen zich eigenaar voelen van wat er in hun omgeving gebeurt dit de beste motivator is om mensen aan de gang te houden, aan de slag te krijgen.  Men heeft de mond vol van de sense of urgency, maar als de sense of ownership er is, dan is de sense of urgency er ook.

Veel consultancy organisaties ontwikkelen blauwdrukken, stellen ze voor en implementeren ze.  Nadien stopt het meestal.  Als ik kijk naar ons voorbeeld van de antennes, dan zien we dat de blauwdrukken ook ten dele bottum-up ontstaan.  Zo creëer je die sense of ownership: als die externe de blauwdruk komt maken, dan vragen de mensen zich af “who am I to be thrilled?”.  Een blauwdruk wordt nog te veel gezien als ‘ergens daarboven bedacht’ maar voor mij is een blauwdruk iets dat groeit met en door de betrokken medewerkers.

We weten allemaal dat budgettair, demografisch, competitief de wereld er binnenkort helemaal anders gaat uit zien.  Europa zit toch wel in de hoek waar potentieel de grootste klappen kunnen vallen.  Er is geen enkel continent dat zoals Europa nagenoeg over geen enkele materiële grondstof beschikt.  Dit betekent dat Europa, meer dan ooit, het zal moeten hebben van wat de mensen zelf in termen van creativiteit en innovatie kunnen gaan bedenken, creëren, realiseren.  Iemand die over heel veel natuurlijke hulpbronnen beschikt, die kan daar op spelen.  Het enige waar wij ownership over hebben is onze eigen inzet en inzicht.  De grote uitdaging zal zijn ‘zijn wij in staat de komende jaren de sense of ownership te creëren?’.

Koppeling tussen ratio & emotie

Als ik kijk naar wat de laatste tien jaar gebeurd is in de innovatiesfeer, dan is er een koppeling gemaakt tussen de ratio en de emotie.  Je kan en mag natuurlijk de ratio niet van tafel vegen, maar je ziet meer en meer organisaties waar de twee gecombineerd worden.  Op een bepaald moment is er inderdaad – dat zal de hybris van de jaren zeventig/tachtig geweest zijn- op een overdreven manier verwetenschappelijkt zonder voldoende rekening te houden met dimensies zoals gebruikscontext, esthetiek, attractiviteit ….

Ambigu ten opzichte van MVO

Ik heb altijd heel ambigu gestaan tov MVO, een aantal van die principes zou gewoon dagdagelijkse principes moeten zijn.  Ik heb altijd schrik als men dat soort van zaken te sterk gaat formaliseren en dogmatiseren.  Ik heb daar toch wel schrik van omwille van het feit dat een dogma zegt ‘stop met denken’.  Dogma’s zijn heel rigoureus, er is zo een carcan van ‘je bent insider of je bent outsider’, diegenen die binnen het formele kader zitten zijn de waardigen, diegenen die er buiten zitten zijn onwaardig.

Er wordt met MVO uiteraard ook geld verdiend, er zijn business schools die programma’s oprichten rond Corporate Social Responsability waar je 15.000 euro betaalt om een MBA te halen.  Zijn we dan wel nog met CSR bezig?  Dit gaat over ethiek, over morele integriteit, daar moet je bij wijze van spreken toch geen prijs op kleven?  Dit moet je gewoon doen en zijn.

Maximaal leven

Leven we om gelukkig te zijn, of hoort geluk bij het leven?  Ik denk niet dat het doel van het leven is geluk na te streven, geluk zal je wel overkomen zoals ongeluk u ook zal overkomen.  De Persuit of Hapiness leidt nogal vaak tot een materiële invulling er van, je wordt slaaf van je genieten.  Waar ik wel van overtuigd ben is dat je niet anders kan doen dan maximaal leven en maximaal zijn.  Maar dat is nog iets anders dan maximaal genieten.  Een genotscultuur heeft per definitie ook iets dogmatisch.

Waarden dienen doorleefd

“Socrates, Jezus, Boeddha” is een mooi boek van Frederic Lenoir waar hij de drie leermeesters en de overeenkomstige waardepatronen met elkaar vergelijkt.

De typische Christelijke waarden zoals integriteit, respect, waardering voor elkaar lijken misschien clichés te zijn geworden, maar ze blijven uitermate relevant. Ze moeten wel doorleefd zijn, maar eens doorleefd zijn ze een directe basis waaruit je elke dag put om maatschappelijk verantwoord te handelen!

Socrates, de man van kennis, leert mij om niets zomaar voor waar aan te nemen.  Als universiteit draag je dat mee, die kenniscreatie, die kritische vraagstelling.  Als ik dan kijk naar de figuur van Boeddha, dan zie ik verinnerlijking, onthechting, een stuk ‘loskomen van’.

Wij kunnen die dingen combineren en kritisch zijn, maar dit vanuit een begaan zijn met mens en  maatschappij.  Als universiteit ben je heel afhankelijk van de maatschappij, je bent een denkcentrum dat gesteund wordt door de maatschappij, en je staat dus in de maatschappij, maar die maatschappij geeft je ook de kans om naast de maatschappij te gaan staan en er kritisch naar te kijken.  Zo willen wij meewerken aan de ontdekking van de vele mysteries waarmee we geconfronteerd worden, echter het doorgronden van het mysterie zal je vaak ook tot meer mysterie brengen!

Historiek

In het oude China was er heel veel kennis, maar die was heel hiërarchisch gestructureerd en heel gesloten, ten dienste van de staat.  De oude Grieken hadden al hun universiteit, de Stoa.  In het Westen is het inzicht gegroeid dat kenniscreatie maximaal kan en moet gestimuleerd worden, in de zin van dat iedereen die kán bijdragen ook mág bijdragen, iedereen die wou zoeken, kon zoeken.  Er zijn in het Westen natuurlijk donkere tijden geweest, denk maar aan de inquisitie, maar de laatste 300 jaar werden gekenmerkt door een steeds toenemende openheid naar kennisontwikkeling toe.

Soms is men bepaalde kennis echter ook meer gaan verabsoluteren.  Hierbij kunnen we kijken naar het einde van WOII, dat de hoogdagen van de technologie heeft ingeleid.  Je hebt de heel sterke figuur van John Von Neumann, de grondlegger van de speltheorie, die een rationeel kader ontwikkelde waardoor je beslissingen kon mathematiseren.  Tegelijkertijd had je de evolutie van de computer: instrumenten die veel meer rekenkracht bezitten dan dat de meesten van ons hebben.  We kunnen dus spreken van de hybris van de technologie, die er er voor gezorgd heeft dat in de jaren 50, 60, 70 NASA mensen naar de maan heeft kunnen brengen.  Dit vind ik er nog altijd het goede van, dat men gelooft in de vooruitgang, dat men gelooft in ‘over 10 jaar zal het beter zijn dan vandaag’.  Men moet echter tegelijk beducht zijn voor verabsolutering: technologie bouwt vooruitgang en vooruitgang bouwt technologie, maar dit betekent niet dat we hiermee de oplossing hebben voor alle uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden .. Als je computers de beurzen laat leiden, dan kan je eigenlijk wel voorspellen wat er gebeurt … Dit heeft zich ook bijwijlen vertaald  naar de wereld van het management, de management opleidingen, ‘the visible hand of management’ die rationeel elk probleem aanpakt en oplost. We weten ondertussen uiteraard dat het iets meer genuanceerd is.

In de jaren 70 ontstond aan het MIT het mooiste voorbeeld van absolute mathematisering toen Jay Forrester – de uitvinder van de Magnetic Core Memories – begon met systeemdynamica (wat nog altijd een heel interessante wetenschappelijke aanpak is om bedrijfsprocessen te bekijken en te modelleren).  Zijn onderzoeksgroep is qua focus geëvolueerd van system dynamics voor bedrijven naar urban dynamics.  Zijn laatste werk was world dynamics, waar hij trachtte de wereld systemisch te modelleren.  Een magnum opus, voortvloeiend uit deze aanpak, was het rapport van de Club van Rome in 1974 waar men een nogal Malthusiaans model van de wereld heeft ontwikkeld dat zich dankzij het menselijk vernuft, dankzij technologische vooruitgang, maar ook dankzij organisatie en ondernemerschap, gelukkig nooit heeft gematerialiseerd .

Nu beginnen we te beseffen dat we ratio en gedrag, ook dus emotie, moeten en kunnen koppelen in ons wetenschappelijk denken. Vandaag is in de economie (mijn vakgebied) de branche die veel aan kracht gewonnen heeft die van behavioural economics: die probeert de relatie te leggen tussen rationaliteit en gedrag.  Van daaruit kan je dan verder denken: hoe beïnvloedt gedrag rationaliteit en omgekeerd.

Wat staat in de vitrine, waar ben je fier op?

Onze vitrinekast is heel goed gevuld.  Als ik kijk naar wat we met Leuven Research & Development doen, dan kijk ik naar de spin-off creatie van 4000 jobs.  We mogen fier zijn op Gasthuisberg, daar ontstaan nieuwe inzichten naar behandelingen.  Begin april 2011 hadden we hier bijvoorbeeld nog minister Lieten op bezoek bij prof van Gool betreffende zijn onderzoek naar hersentumoren en hebben we haar de intense band tussen diepgaand wetenschappelijk onderzoek en klinische praktijk kunnen toelichten.

We hebben een competentiepool (co-gefinancierd door de Vlaamse Overheid) genaamd Flanders Synergie.  Daar gebeurt heel wat onderzoek naar duurzame arbeidsverhoudingen.  Dit is een samenwerking met een vijftigtal bedrijven en met Voka, waar we zoeken naar duurzame organisatiestructuren en duurzaam personeelsbeleid.  Het is een heel zichtbare clustering van competenties die vanuit de universiteit gevoed worden, maar die zoveel aandacht kreeg dat de Vlaamse Overheid besliste deze competentiepool mee te ondersteunen.

Het HIVA (Hoger Instituut Voor de Arbeid), is sinds jaar en dag heel degelijk bezig met onderzoek naar arbeidsrelaties, naar personeelsrelaties, maar ook naar NGO werking en alles wat te maken heeft met duurzaamheids- en ontwikkelingswerking.

Met metaforum (de K.U.Leuven denktank rond universiteit en maatschappelijk debat) zijn we bezig nieuwe inzichten rond ons mobiliteitsprobleem en het gebruik van psychofarmaca kenbaar te maken, naast nog zovele andere onderwerpen.

In april 2011 hebben we een centrum opgericht en aangekondigd in de pers rond Duurzaam Materialenbeheer, alles wat te maken heeft met transformatie van materialen, recyclage.

Die dingen staan in onze vitrinekast, die is groot en goed gevuld met kennis en kunde die we teruggeven aan de maatschappij.

Maatschappijbeeld

De mens is niet perfect

Als je kijkt naar wat Christus gedaan heeft, dan kan je zeggen dat hij nogal tegen het formalistische karakter van religie was. Hij heeft het formalisme van de joodse religie aan de kaak gesteld, hij was tegen hol formalisme, tegen het dwangmatige en het dogmatische, hij had problemen met de opstelling van de schriftgeleerden, …De Kerk is uiteindelijk een instituut van mensen, door mensen, en bijgevolg niet steeds even consequent als “instituut van Christus”.  Je hoopt natuurlijk dat de primaire focus van dat instituut er in bestaat om de boodschap, de heilsboodschap, te koesteren, te beleven en door te geven.  Maar we weten allemaal dat we als mensen af en toe ‘vallen’.  En dat kan ons  eigenlijk alleen maar menselijker maken.  Wat mij betreft is een van de essenties die uit die Boodschap volgt dat de mens niet perfect is, maar dat we moeten leren met dat niet-perfecte er steeds het betere van te maken, in het geloof dat deze inspanning onszelf tot betere mensen maakt.  Een essentie van de Boodschap is niet enkel ‘breken en delen’, maar ook zelfredzaamheid en zelfzorg, als mens heb je die verantwoordelijkheid.  De Boodschap is rijk aan paradoxen, net zoals het leven zelf.

De ene hybris volgt uit de andere

Ik heb net een heel interessant boek gelezen van Peter Beinart: het Icaros syndroom, over hybris in het Amerikaans beleid.  Hij toont heel duidelijk aan hoe verschillende periodes in het Amerikaans beleid vanaf de eerste wereldoorlog tot vandaag bepaalde vormen van overmoed getoond hebben.  Een eerste vorm (die is uitgemond in het oprichten van de Verenigde Naties) was de hybris of Reason.  Het kwam er op neer dat iemand zoals president Wilson dacht dat hij de wereld volledig volgens een rationeel model konden inrichten en dat men alle conflicten in Europa (het was de periode rond WO I) kon voorkomen door rationeel te denken en te handelen.

De hybris of reason is dan vervangen door de hybris of toughness, waar men vaststelde dat er grenzen waren aan wat rationaliteit kon bewerkstelligen en dat men bijgevolg macht diende te gebruiken om dat allemaal onder controle te kunnen houden.   Vandaar de idee van Roosevelt om met vier de wereld te besturen.  Toen kwam men tot de constatatie dat dit met de Russen niet werkte en toen kwam de hybris of dominance.  Als je die evoluties dus allemaal naast elkaar zet, dan stelt je vast dat er een progressief inzicht groeide, dat problemen uit een vorige periode probeerde te remediëren, maar daardoor reeds de nieuwe problemen in zich droeg die nadien zouden moeten worden geremedieerd. Zo heeft de hybris of dominance geleid tot de oorlog in Irak  die ons vandaag doet zoeken naar een nieuw model van “global governance”.

Menselijk falen

De uitwassen in de financiële sector waren gedreven door een wereld van consumentisme en moral hazard. Instellingen zoals Morgan Stanley, Goldman Sachs en Deutsche Bank hebben eigenlijk wapens van financiële massavernietiging gecreëerd die naar de markt werden gebracht met verwachtingen van enorme winsten op korte termijn.  Het dient vermeld dat ook de gemiddelde spaarder en de gemiddelde belegger liever een product had met 15% rendement dan met 2% rendement.  Iedereen was verblind en zag niet in (of wilde niet inzien) dat het uiteindelijk piramidespel was en liet zich meetrekken.  Er waren er natuurlijk wel die het zagen, maar niemand wou naar hun profetische woorden luisteren.

De problemen in de kerk zijn in essentie de problemen van en door mensen.  Mensen die een serieus gewetensonderzoek moeten doen, daarbij moeten kijken naar de boodschap die ze gans hun leven verkondigen en de manier waarop zij leven.  Als mens ga je af en toe zelf in de fout  – ik spreek nu niet over de serieuze feiten die gebeurd zijn- maar dan moet je daar ook lessen uit trekken.  Dan moet je de nederigheid hebben om te zeggen ‘ik moet en zal anders en beter’.  Als je dat niet doet, dan is dat ook een vorm van hybris, dan is dat ook een soort van hebzucht.  Het zijn dus meestal de inherente beperktheden van de mens zijn die tot falen leiden.

Als je de gebroeders Karamazov van Fjodor Dostojevski leest, meer bepaald de passage van de grootinquisiteur, dan is dat voor mij nog altijd een van de meest beklijvende teksten in de Westerse literatuur.  De passage waar de grootinquisiteur Christus erkent die terug op aarde is gekomen. Het eerste wat hij doet is Christus in de boeien slaan en hem ver weg brengen van de mensen.  Vervolgens legt de grootinquisiteur aan Jezus uit dat hij nooit het hoofd had moeten bieden aan de drie duivelse verzoekingen: stenen in broden veranderen, zich van het hoogste punt van de tempel omlaag werpen en de engelen vragen hem te redden, en de heerschappij over alle koninkrijken van de wereld aanvarden. Want, vervolgt de grootinquisiteur, er zijn maar drie krachten die het menselijk bewustzijn kunnen onderwerpen: het wonder of mirakel, het mysterie en de autoriteit of macht.  De inquisiteur wacht vervolgens in spanning het antwoord van Christus af. Uiteindelijk loopt Christus zwijgend op de oude man toe en drukt in stilte een kus op diens lippen. De grootinquisiteur loopt naar de deur, opent ze en zegt: Ga heen, en kom hier niet meer, nooit meer, nooit, nooit meer terug.

Weer een heel pak wijzer geworden na deze open en gemoedelijke interactie.  Koppeling tussen ratio en emotie, sense of ownership, authenticiteit: dingen om te onthouden en te koesteren!

Franky De Cooman

Met dank aan Mieke De Pril voor de redactie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: