Kritische Wolf – 345e FOS De Toekan

Kritische Wolf, in het burgerleven Andries Hofkens, is eenheidsleider van de Toekan, de 345e FOS-eenheid gevestigd in Lovenjoel.

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Inzet voor kinderen

Als kind was ik bij de scouts en ik ben lang monitor geweest bij de CM, vandaar komt de interesse om me in te zetten voor anderen, om bezig te zijn voor en met kinderen.  Het zorgen voor een leuke vrijetijdsbesteding voor kinderen is daaruit gegroeid. 

Back to basics

Vanuit de Scouts van Linden heeft men mij, met enkele anderen, gevraagd een nieuw project op te starten in Lovenjoel.  Ik had daar direct goesting in, we hadden allemaal hetzelfde doel en dezelfde visie voor ogen: we gaan back to basics

We hebben daar een manifest voor opgesteld, dit in een sfeer van waarden en vriendschap, heel mooi allemaal.  Er zijn veel redenen waarom we zo snel gegroeid zijn, maar ik hoop en vermoed toch dat onze inzet daar iets toe bijgedragen heeft.  We trachten een degelijk programma aan te bieden, niet zomaar aan het lokaal aan te komen, de kinderen een bal te geven en zeggen ‘doe maar iets’. 

Hier zijn we

Ik vind het belangrijk dat we op verschillende manieren een kader creëren om met elkaar om te gaan: weekends organiseren, op kamp gaan, eventueel een buitenlands kamp.  Ik heb dit jaar veel energie in de leiding gestopt en we hebben hen trachten mee te geven dat het lokaal moet proper zijn, dat hun uniform in orde moet zijn.  Dat kan detail lijken, en dat is ook detail, maar het is een middel om te zeggen ‘jongens , hier zijn we ‘. 

Als je dat laat vieren, dan ga je het laten lossen en lossen.  Je ziet dat onmiddellijk bij de kinderen, die beginnen direct vrije tijd op te eisen, hun eigen dingen te doen.  Daar heb ik niets op tegen, maar laksheid in de netheid van het lokaal, in de netheid van het uniform reflecteert heel goed hoe uw tak draait, hoe uw kinderen denken en hoe die met elkaar omgaan.  Hadden we geen uniform gehad, dan stelde zich dat probleem niet.  Als we alleen een pull en een das hadden, dan had dit zich op een andere manier geuit.  Nu we wél een uniform hebben, mogen we het er niet slonzig laten bijhangen. 

Perfect uniform

Er zijn andere verenigingen die minder ‘militaristisch’ zijn, die zijn op andere waarden heel sterk bezig, waarden die ik minstens even hard apprecieer.  Ik heb bij AGESCI in Siena een aantal vergaderingen meegedraaid.  Die waren absoluut niet te strikt en gingen op een ongedwongen en menslievende manier met elkaar om, er hing een onzichtbare lijm tussen die mensen. Ik vond dat bijzonder mooi. 

Dat perfect uniform, dat militaristische, die discipline is vooral gekomen omdat we een nieuwe vereniging waren met mensen die allemaal dezelfde visie hadden, die zeiden ‘terug naar de bron’. 

Bewegingsvrijheid binnen uitgezet kader

Alles verwatert natuurlijk, mensen die drie jaar geleden uit de vereniging gestapt zijn en nu terug komen, durven wel eens zeggen ‘in onzen tijd’, tuurlijk, ‘in onzen tijd’ was het altijd beter.  Dat disciplinaire is er van in het begin bij geweest, ik denk dat dit eerder een middel is dan een doel. 

Ik vind het belangrijk dat een jeugdig persoon 1) een kader krijgt, 2) binnen dat kader de vrijheid krijgt om min of meer te doen wat hij wil.  Dit brengen we al tot uiting van bij de bevers, en dat culmineert bij de seniors.  Een senior tak heeft wel wat fondsen nodig, wil het op buitenlands kamp gaan bijvoorbeeld. Een dergelijk groep seniors draait al gauw een omzet van 2 à 6 duizend euro op een jaar, dat is een redelijk groot bedrag waar die mensen op 16-17 jarige leeftijd verantwoordelijkheid over krijgen. 

Het puntje op de i

We hebben van in het begin geprobeerd een kwaliteitsvol programma aan te bieden.  Ik parafraseer Yves Leterme (die meegewerkt heeft aan de filmpjes voor ons vijfjarig bestaan, zie http://www.detoekan.be/v25/film.php,  ‘Rondom Ons’), onze werking is gericht op het overbrengen van waarden.

Natuurlijk zijn we niet heiliger dan de paus, het loopt niet altijd even vlotjes.  Maar de intenties zijn nog altijd heel sterk.  De scouts is mijns inziens nog steeds een plek waar die waardenoverdracht evenzeer moet gebeuren.  Dat is iets wat we naar de nieuwe jonge leiding proberen mee te geven.  Daarnaast willen we hen tevens duidelijk maken dat het ‘af’ moet zijn: “kijk, je gaat een ‘i’ schrijven, maar ga alstublieft niet slapen voor dat daar een punt bovenop staat”.  Dat is een soort van drijfkracht. 

Waarom?

Je kan je soms afvragen waarom je het allemaal doet.  Ik doe het gewoon graag, nog altijd. Je zit onvermijdelijk tussen een groep mensen die je vrienden kan noemen.  Er heerst een goede sfeer, dat staat en valt wel met de tijd die je met elkaar spendeert.  Vroeger was dit heel eenvoudig, we aten en sliepen bij wijze van spreken samen. 

We waren vrienden binnen en buiten de scouts, dat is nu lichtjes anders omdat we merken dat mensen (toch zij die bij ons in de werking zitten) moeten kiezen uit een breed scala van projecten.  Het zijn allemaal heel sociaal geëngageerde gasten, niet alleen binnen de scouts.  Ze hebben een heel drukke agenda en hebben heel veel aandacht voor hun studies, waardoor het vriendenkring aspect minder exclusief voor de Toekan is weggelegd.  Toch doen we met de leiding geregeld dingen samen en vieren we ook samen nieuwjaar e.d.  

Ik heb ook over die verschillende jaren heel mooie dingen gezien en meegemaakt. Mensen die hun grenzen tegenkomen en verleggen, mensen die je ziet groeien,…

De belangrijkste drijfveer waarom ik het doe is eigenlijk niet uit te leggen… dat is de glimlach van een kind. 

“Goed gespeeld”

Na een kamp, na een weekend, “ja godverdomme , het was neig”, schrammen, een vuil uniform en een moeder die thuis twee dosissen detergent in de wasmachine moet kappen om alles proper te krijgen.  Dat is de reden waar je het allemaal voor doet. 

FOS Open Scouting had daar (samen met alle jeugdverenigingen) een schitterende campagne over vorig jaar, we hadden pleistertjes voor op wondjes te plakken met de tekst ‘goed gespeeld’.  Niet van ‘ai ai,wat erg’, maar eerder ‘goe gespeeld’.  Dit kwam naar aanleiding van wat vorig jaar op televisie te zien was: ouders die reclameerden omdat hun kinderen vuil van de speelpleinwerking thuis kwamen. 

Peter Pan syndroom

Ik herinner me dat ik als klein manneke met mijn kameraden met de velo op verkenning ging in het dorp en we kenden ook elke hoekje van het dorp. Als er ergens iets veranderd was, dan hadden we het gezien. 

Dat is de liefde voor de natuur, die kindertijd vind ik zo heilig dat ik denk dat ik aan een lichte vorm van het Peter Pan-syndroom lijd, ik wil maar niet toegeven dat het ongedwongene gedaan is, dat het voorbij is.  En toch, bij elke factuur die binnen rolt, denk je ‘godverdomme, wat ne wereld’. 

Geef kinderen zuurstof

Het is zo belangrijk dat we in het bos mogen dat aan ons park grenst.  Een kind stoot wel eens tegen een struik of zo, maar laat kinderen alsjeblieft kind zijn.  In het kader van de inplanning van ons nieuw lokaal zijn we gaan praten met aantal overheidsagentschappen, voor hen blijkt er weinig plaats te zijn voor kinderen in de natuur. Volgens hen moet je van de natuur afblijven, het is verworden tot een kijknatuur, ik vind dat hemeltergend.

Je hebt de bossen tussen Linden en Holsbeek waar je niet meer in mag komen, er zijn 3 paden, die zijn met grind bedekt.  Dat is het resultaat van mensen die het wel vernietigen, ik vind het zo jammer dat ne kleine daar niet meer in mag.  ‘Maar we hebben speeltuintjes meneer’ was het antwoord. 

Waarom mogen kinderen niet meer in de natuur waar ze hun verbeelding de vrije loop kunnen laten, zodat hij kan ontdekken wie hij is.  Met de kameraden waarmee hij wil spelen, efkes niet een schoolomgeving of in een andere omgeving waar er drukte is.  Geef die mannen gewoon heel efkes wat ademruimte, wat zuurstof, dat is zo belangrijk. 

Als we buitenkwamen bij de betrokken agentschappen keken we naar elkaar, we hadden goesting om er mee te stoppen. 

Appreciatie als brandstof

Je doet dat dan niet, je stopt er niet mee, dat is echt wel iets waar je voor vecht.  Om heel eerlijk te zijn (ook al klinkt dat heel esoterisch), de reden waarom ik nu nog altijd eenheidsleider ben, is omdat dit nu eenmaal iets is waar je mee bezig bent, wat je graag doet, niet speciaal voor een reden.  Ik denk dat ik op dit moment al zo veel bloed, zweet en tranen (letterlijk) in die vereniging heb gestoken, dat dit gewoon iets op zichzelf staand geworden is. 

De dankbaarheid, de appreciatie die je krijgt, van de gasten rechtstreeks, van de medeleiding, van de ouders, ….  Voor  de medeleiding ben je een beetje coach, je bent iemand die assisteert, die probleempjes oplost.  Dat is iets wat mateloos geapprecieerd wordt.  Die appreciatie is sowieso een fuel, daar kan je niet naast kijken. 

Volwassenen

Ik ben twee jaar lang eenheidsleider geweest, ik ga het binnenkort uit handen geven.  Ik weet niet of ik het goed gedaan heb, of mijn inspanningen geloond hebben, of het “af” gaat zijn.  Dat weet je vermoedelijk pas naar het einde van het mandaat toe.  Sommige beleidsmatige keuzes krijgen ook pas weerklank nadat je bent afgetreden.  Ik weet wel hoeveel tijd, energie en goede wil ik hierin gestoken heb.  En ik stond ook niet alleen natuurlijk: we hebben een zeer sterk eenheidsleidingsteam en we zijn een vereniging met vrijwilligers die zich kei hard inzetten.  Ik tracht het project op een aantal punten nog even een zetje te geven om het rond te maken zodat iedereen er kan van genieten en erop verderbouwen. 

We zijn een jeugdvereniging met redelijk wat volwassenen.  Soms durven we misschien te weinig om het jonge kader op hun bek te laten gaan.  Het hoeft niet altijd té gesmeerd te lopen.  Scouting is “learning by doing”.  Ik ben nu 31 jaar, het is nu aan de jonge garde om het over te nemen.  Zij zijn er klaar voor en ik geloof in hen, ze moeten alleen de sprong wagen.  Ik blijf de Toekan wel nog van de zijlijn volgen en zal me nog even blijven inzetten voor de vzw en het bouwproject. Daarnaast heb ik waarschijnlijk nog een mandaat voor de volgende 3 jaar als IC (internationaal commissaris), waardoor ik FOS Open Scouting vertegenwoordig binnen GSB en WOSM, internationale events opvolg en internationale uitwisseling ondersteun.

Aandacht voor het individu

Wat wij ook belangrijk vinden is tijd spenderen aan die éne persoon, aan het individu.  Totemisatie is iets waar een omerta op rust, daar kan ik niets over zeggen.  Over de beloften kan ik wel iets zeggen, die gaan best wel ver: je belooft te trachten goed samen te werken in de groep, te leven naar de wetten van de scouts en de gidsen, te helpen waar je kan.  Die beloften zijn zo waardevol dat we vonden dat het geen holle woorden mochten worden. 

Vroeger waren de beloften gewoon een ‘zeg mij na’ met de hand aan de vlag.  We vonden dit iets te banaal voor zo iets gewichtig.  De beloften waren bij ons wat op het achterplan geraakt om dat de totemisatie veel gewicht krijgt.

De beloften, zoals we die nu bij de Toekan kennen, is het resultaat van een drietal jaar nadenken hoe we meer vlees om het been kunnen geven.  Met die beloften willen we enerzijds de mensen wat bij de les halen en ook tijd spenderen aan die persoon, die persoon aandacht geven, laat het me ‘beknuffelen’ noemen. 

Jezelf in vraag stellen

We bereiden dit nu voor via 4 brieven die we de kandidaten opsturen.  De eerste brief gaat over de Toekan, waarom vind jij de Toekan zo belangrijk.  Niet alleen omdat het onze vereniging is, je kan ook andere keuzes maken.  In de brief staat de uitnodiging om daarover na te denken, ze moeten de leiding niets vertellen, we vragen ze de tijd te nemen om er over na te denken.  Een week later krijgen ze een brief met de uitnodiging te denken over ‘wie zijt gij?’.  ‘valt het je niet op dat je ma ooit je al eens gezegd heeft :”jij bent nogal slordig”, en dat iemand anders dat ook zegt’.  ‘hoe word jij beschouwd in je vriendenkring, in je klas?’.  De derde brief gaat over de combinatie van de twee: ‘wie ben ik, wie is de toekan en hoe pas ik daarin?  Zijn er projecten waar ik me mee wil gaan bezighouden?  Wat schrikt me af en waarom?’.  De vierde brief gaat over een eigen invulling van de beloften.  Allemaal heel concreet dus. 

Overladen met positiefs

Op het leidersweekend hadden we een speciaal moment voor hen die de beloften afleggen.  We hadden een vuur gemaakt, fakkels rond om rond, theelichtjes overal in het gras.  Het was een hele vuurzee, heel sjiek.  De leidersploeg en zij die hun beloften al afgelegd hebben stonden in een cirkel, een voor een kwamen de kandidaten naar voor, we babbelden er even mee.  Dan was het de bedoeling dat de groep gezamenlijk positieve feedback geeft over die persoon, ‘verdorie, keigoed gedaan, ge zijt ne crème van ne kerel, … ‘, we overlaadden hen met hun positieve kanten.  Dan legden ze hun beloften af, klassiek met de vlag in de hand.

Meerwaardezoekers

Wij zijn niet zomaar een jeugdvereniging waar je vrijdagavond takraad houdt, zaterdag met de kinderen op schok bent, dan terug naar huis en de rest van de week gewoon terug naar school.  Dat is bij ons niet waar, we geven aan iedereen de kansen en de aandacht die ze verdienen, aandacht voor iedereen in de vereniging.  We moeten niet alleen met dat altruïstische (wat heel mooi is) bezig zijn, maar iedereen mag hier zijn eigen meerwaarde zoeken, in die vereniging, in zichzelf, in de manier van omgaan met de andere mensen.  We willen een klein beetje de nodige zuurstof geven. 

Zoek je eigen weg!

Er zijn leden die afhaken rond hun 14 jaar.  Normaal natuurlijk, de baard komt in de keel, de meisjes krijgen borstjes, ze willen eens zonder hun ouders op vakantie met het liefje, ze hebben geld nodig, ze willen fuiven.  Heel dat leven verandert , toch vind ik dat we op die moeilijke leeftijd weinig mensen verloren hebben. 

In het begin van dit jaar hebben we een brief geschreven naar onze leden: we zijn er voor het ontwikkelen van onze talenten.  Dat komt in scouting dikwijls naar boven: het op zoek gaan naar jezelf, dat cultiveren en versterken.  Als je dan zegt ‘verdorie, die muziekschool, die voetbal is belangrijker’… Super!!  Je hebt een beslissing genomen en prioriteiten gesteld, je weet waar je naartoe wilt.  Is dat dan zonder ons, jammer uiteraard, maar geen enkel probleem.  En toch, een late puber die afhaakt, dat gebeurt weinig.  Er gaan heel wat van onze gasten in de leiding, wat hopelijk zorgt voor een continuïteit in de beweging. 

Groep

Wat ik nu zeg is in eigen naam, maar ik weet dat velen mijn mening delen.  Als iemand in de vereniging ooit een probleem heeft, zij het juridisch of praktisch, iedereen is welkom bij mij.  Ik ga niet mijn toga aantrekken en die mannen voor de rechtbank verdedigen, je staat beter niet te dicht bij je cliënt.  Als iemand met zijn auto in het veld vastgereden zou zijn, dan mag die mij om vier uur ’s nachts opbellen, ik zal die er gaan uittrekken, als mijn Skoda daartoe in staat is 😉 .  Ook al zijn er kleine akkefietjes (wij zijn ook maar mensen), wij zijn een groep die staat, we staan allemaal als een blok achter het project en elkaar. 

Peukjes

Hoewel ik misschien (nog) niet honderd percent de juiste keuzes heb gemaakt, ben ik wel heel bewust bezig met ecologie. Toen ik rookte, kon ik me enorm schuldig voelen als ik een peukje op de grond liet vallen.  ‘Hoe lang gaat het weer duren vooraleer dat vergaan is?’  Het milieu houdt me bezig.  Als advocaat moet ik dagelijks op en af naar het kantoor in Brussel.  Ik ben me bewust van mijn CO2 uitstoot.  Hopelijk verhuist het kantoor ooit naar een plek hier dichterbij.  Ik probeer toch persoonlijk de dingen zo veel mogelijk toe te passen die we op de scouts verkondigen, maar dat is niet altijd gemakkelijk.  De dingen stemmen me tot nadenken.

Prullaria

Ik heb serieuze problemen als ik zie wat er in de consumptiemaatschappij gebeurt.  Tot op vandaag bestaat er nog slavernij.  Er bestaat zo’n website waarop je kan berekenen hoeveel slaven er voor jou al gewerkt hebben.  Voor consumptie van producten die wij zeer normaal vinden, hebben soms een tiental mensen als moderne slaven voor ons gewerkt. 

Neem nu bijvoorbeeld een GSM; daar zit coltan in.  Een groot deel van die erts komt uit de Kivu-streek, is enorm veel geld waard en heeft dan ook aanleiding gegeven tot conflicten.  Kinderen worden ontvoerd, de jongens krijgen een kalasjnikov in hun handen geduwd en de meisjes worden regelmatig verkracht.  Dat allemaal voor het geld. Mensen spreken over bloed- of conflictdiamanten, maar zwijgen over coltan.

Tot nu toe heb ik sinds 1998 een viertal GSM’s versleten en dan dikwijls een 2e of 3e hands GSM.  Mijn vierde GSM is een iPhone, ik hoop het ding lang kan meegaan.  Ik koop over het algemeen zo weinig mogelijk materiaal aan, in de hoop dat het duurzaam is.  Ik begrijp de fixatie van mensen niet om steeds te hunkeren naar iets nieuws. Ik heb er hartzeer van als ik in de supermarkten al die prullaria zie liggen die gretig gekocht worden en niet lang daarna in de vuilbak belanden.  Dan spreken we nog niet van het verpakkingsafval.

Respect

Respect zit diep geworteld, nogmaals we zijn niet heiliger dan de paus, maar ik vind het belangrijk dat onze kinderen ten eerste respect hebben voor zichzelf.  Je kan moeilijk verwachten dat ze eerbied hebben voor jou als je geen eerbied hebt voor jezelf.  Ik weet dat dit een cliché is, maar er zit waarheid in.  Respect voor jezelf, voor de anderen, voor andere overtuigingen, ieders integriteit, voor de natuur, voor alle verschillende aspecten.

Respect voor de ander

Fierheid voor de eigen identiteit is een ‘must’.  Je moet fier zijn dat je scout of gids bent van de Toekan, je moet je eigenheid behouden.  Dat wil niet zeggen dat je leden van andere verenigingen moet uitjouwen, daar moet je ook respect voor hebben. 

Als leider was ik daar heel streng op.  Het is niet leuk als men naar ons begint te roepen  ‘die mannen met dat blauw hemd’ en ze je beginnen je uit te jouwen…  Diegene met wijsheid zwijgt dan.    Ik zeg dan tegen de mannen ‘laat ze gewoon doen, zeg er vriendelijk een goeiedag tegen’

Incident

Op kamp in Paliseul hebben we op een gegeven moment een probleem gehad binnen een JVG-patrouille.  Het uiteindelijke resultaat was dat er vier leden naar huis werden gestuurd.  Een sanctie was alleszins op zijn plaats, maar de gevolgde procedure was ongetwijfeld voor verbetering vatbaar.

Wij zijn na afloop van het kamp gaan samenzitten met de ouders van de betrokken leden, niet alleen om alles uit te klaren, maar ook omdat het verhaal ‘bij de bakker en de slager’ in Lovenjoel tot ongekende proporties opgeblazen scheen te zijn.  Het werd een zeer intense dialoog waar we van beide kanten openlijk onze kaarten hebben getoond.  We hebben vervolgens gezamenlijk een communiqué opgesteld waarin we alles gekaderd hebben.  Vanuit de eenheidsleiding hebben we zeer waardevolle lessen getrokken; en hoewel ik niet kan spreken in naam van de betrokken leden, ben ik er zeker van dat zij hetzelfde gedaan hebben.  Fouten maken maakt immers niemand klein, maar fouten durven toegeven en eruit leren maakt iemand groot. 

Ik heb me nog lang afgevraagd of ik dezelfde keuzes zou gemaakt hebben.  Vooral hoop ik dat we dit achter ons kunnen laten, zonder dat er wederzijds nog negatieve gevoelens zouden bestaan.

Onmiddellijke omgeving

De laatste jaren hebben we veel ingezet op de onmiddellijke omgeving, vroeger deden we dat veel te weinig.  We proberen goed met de buurtbewoners overweg te kunnen, we gaan regelmatig in overleg met het gemeentebestuur, hechten veel aandacht aan de Jeugdraad en trachten contact te zoeken met Chiro Hiperlie (Korbeek-Lo), met Chiro Karoo (Bierbeek), de verenigingen van ons dorp.  Als iemand van JP Kolo zijn vormsel doet, proberen we ook op die viering aanwezig te zijn. 

Uitwisseling

We hebben met de andere verenigingen emailadressen uitgewisseld.  Het is heel gemakkelijk als je aan het hoofd van een vereniging staat om te zeggen dat je gaat samenwerken, maar je achterban moet ook nog mee willen.  Als we een bosspel doen, en er zijn twintig gasten extra bij, geen probleem, hoe meer hoe liever.  Maar we merken aan onze leiding dat hun programma zo vol zit, dat ze het soms niet zien zitten.  Het is nochtans niet omdat wij ‘koken en vuren’ doen, en de Chiro in eerste instantie misschien niet, dat die daar niet in geïnteresseerd kunnen zijn.  Nodig hen uit.  We proberen dat te doen op niveau van de takken zodat zij met elkaar in contact kunnen komen.

Best practices

De eerste vruchten van die aandacht voor de onmiddelijke omgeving zijn zich aan het afwerpen, maar eerder naar andere FOS groepen toe.  Maar ja, die zijn in afstand ver van ons verwijderd.  Liever een goede buur dan een verre vriend, vind ik. 

Ik wissel graag best practices uit.  Ik heb dat heel sterk gevoeld toen ik van de CM kwam en bij de Toekan kwam.  “Verdorie, jullie doen dit zo”, “jaja, wij doen dit al jaren zo”.  Dan val je ineens uit de lucht. En als ik dan met iets bezig was, dan waren zij soms verwonderd.  Dan merk je dat je een Chiro eiland hebt, en een FOS eiland. Dat is mooi natuurlijk je moet ergens die fierheid voor je vereniging hebben, uit volle borst schreeuwen en de vlag omhoog, wij zijn de besten.  Maar op tijd en stond moet je eens ‘burenluren’.  Scouts en Gidsen Vlaanderen hebben ooit eens een jaarthema gehad over ‘burenluren’. 

Actief pluralisme

Ik zou FOS Open Scouting niet als vrijzinnig beschouwen.  Het niet-confessionele heeft verschillende vlaggen die verschillende ladingen dekken.  ‘FOS Open Scouting’ wil het actief pluralisme uitdragen. We hebben niet alleen respect voor eenieder, uit eender welke ideologie.  We tasten elkaar ook actief af in onze ideologieën, we gaan elkaar met een open vizier tegemoet. Dat kan op verschillende manieren, aan een kampvuur kan je effectief op zoek gaat naar iemands mening. 

Dit klinkt heel zweverig, ik ben er van overtuigd dat het niet in alle echelons van onze vereniging of federatie gebeurt, maar ik vind dit een mooi gedachtengoed.  We hebben heel lang de mogelijkheid geboden om op kamp naar de mis te gaan.  De laatste jaren is dat verwaterd omdat we op het moment van de mis een bezoekdag of tweedaagse hadden.  Het is de bedoeling dat dit jaar opnieuw te doen als de eenheidsraad hiermee akkoord is tenminste – zij zijn hét beslissingsorgaan binnen onze vereniging.

Mocht ik ooit maar geroken hebben dat iemand Joods, Boeddhistisch of iets anders zou zijn, dan zou ik zoeken op internet naar iemand die op kamp zou kunnen komen.  Iemand die niet alleen met die betrokken persoon een moment kan samenzitten, maar met eenieder die even wil samenzitten om gedachten uit te wisselen. 

Niet met de mond alleen

Als we principes hebben, is het niet voldoende om het in een wet of belofte uit het hoofd af te dreunen. Er moet ergens ook praktijk aan worden gekoppeld. We gaan waarschijnlijk binnenkort verbouwen of bouwen, misschien kunnen we een warmtepomp overwegen voor de lokalen.  Het is niet omdat mijn schoonbroer daar beroepsmatig mee bezig is; ik vind gewoon dat we energiezuinige maatregelen in overweging moeten nemen.  Er zijn er die zeggen dat het al genoeg zal kosten, dat we daar geen geld moeten in steken. Ok, maar we zijn tot nu toe heel principieel dingen aan het uitkramen geweest, nu krijg je die fractie van een seconde om een beslissing te nemen die daar bij aansluit.  Nu is het moment om iets te doen met je handen in plaats van met je mond.  Ik hoop dat we gezamenlijk de juiste beslissing gaan nemen.

Lokaal inkopen

Als wij op kamp gaan, doen wij natuurlijk ook een deel van onze inkopen bij de Colruyt.  Toch trachten we zo veel mogelijk te winkelen bij de plaatselijke middenstand voor ons brood, ons vlees en dergelijke meer.  Op het volgende kamp gaan we experimenteren door bio-melk rechtstreeks van de boer aan te kopen.  Het is niet gepasteuriseerde melk, de gasten zijn die smaak niet gewoon.  Benieuwd wat dit zal geven…

Integratie op de kampplaats

We begrijpen zowel op eenheidsniveau als op federatieniveau dat we met de organisatie van kampen een zekere impact hebben op de lokale bevolking.  We merken ook regelmatig dat het dorp heel wat ervaringen heeft gehad met jeugdkampen en soms ‘farcen’ heeft voorgehad met scouts en andere verenigingen.  We trachten onze impact dan ook zo klein mogelijk te houden.  We zoeken steeds slaapplaatsen bij andere verenigingen, we nemen af van plaatselijke verkopers en producenten, we mijden te veel leurcontact tijdens tweedaagses en dergelijke meer.  

Maanden voor we op kamp gaan, schrijven we ook het gemeentebestuur aan van de plek waar we naartoe gaan.  Via die weg nodigen we de lokale bevolking uit op ons kampvuur.  Telkens vragen we het gemeentebestuur of we ergens klusjes kunnen opknappen, bv. het poetsen van grafstenen of dergelijke.  We hebben hier jammer en vreemd genoeg nog nooit positieve respons gehad.

Geloofsbrieven

Op de kampplek weren wij zoveel mogelijk geluidsversterking, op die manier proberen we de natuurlijke rust van de leefgemeenschap niet te verstoren.  We maken de dingen natuurlijk vuil, maar we zorgen ervoor dat je dat achteraf niet meer kan zien.  We laten alles achter zoals we het gevonden hebben, dit maakt dat we zeer dikwijls geloofsbrieven meekrijgen.  Tijdens ons kamp in Chabrehez heeft een aangelande spontaan een brief gestuurd naar FOS Open Scouting om te zeggen dat we sterk bezig waren en een voorbeeld waren voor jeugdverenigingen en kampen.

Een ander goed voorbeeld van onze interactie met de localiteiten is het laatste kamp in Villers-Cernay, dicht bij het grote “Bois de Sedan”. We hebben op voorhand contact opgenomen met de bevoegde boswachter met de vraag of enkele van onze patrouilles tijdens hun tweedaagse mochten overnachten in het bos.  Dat was geen probleem, meer nog, hij had hier enorm veel sympathie voor.  Hij begreep duidelijk de noodzaak van een natuurlijke omgeving voor onze jongeren om er met respect in te leven, aan te voelen en van te proeven.  Alles is met wederzijds respect verlopen en heeft ons zelf nog – gecontroleerd – sjorhout laten kappen.  Op het einde van het kamp zijn we daar ne goeien mogen gaan drinken. 

Kampplekken

Vorige week heb ik heel toevallig met iemand gebeld waar we in 2003 op kamp geweest zijn.  Ik vroeg die persoon of hij zich ons nog herinnerde.  “Tuurlijk die van Lovenjoel” Met veel plezier zouden we terug mogen komen, we hadden een goede indruk nagelaten.  De strook waar we toen stonden is ondertussen beschermd door Natura 2000, daar mogen geen kampen meer doorgaan. 

Positief daglicht

Door een hoge concentratie aan jeugdvakanties op welbepaalde plaatsen, mag er in sommige dorpen maar 1 zomerkamp doorgaan omdat de jeugdbewegingen te veel overlast bezorgen.  De overkoepelende organisaties achter de jeugdbewegingen zijn zich daar bewust van.  Ze hebben een campagne opgestart om jeugdbewegingen in positief daglicht te stellen.  Wij trachten steeds op een respectvolle wijze om te gaan met onze omgeving. 

Het is wel jammer dat wij, ondanks onze pogingen om het goed te doen, de dupe zijn van het feit dat jeugdbewegingen soms een slechte naam hebben gekregen.  Ik spreek dan van de reputatie die jeugdbewegingen dikwijls onterecht krijgen omdat jongeren er zouden leren roken, drinken en tot kot in de nacht fuiven.  Uiteraard is een jeugdbeweging een plaats waar jongeren elkaar tegenkomen, waar jongeren hun eerste lief leren kennen,…   Terwijl jongeren binnen de vereniging doorgroeien, beleven (of ondergaan) zij tezelfdertijd hun puberteit, met alle positieve en negatieve kantjes die het meebrengt.  Het is al te straf om te poneren dat jongeren ‘slechte manieren’ bij de scouts zouden aanleren; het is wél onze taak om hen doorheen het groeiproces een beetje te begeleiden. 

Jaarthema’s

De meeste jeugdbewegingen hebben elk jaar een nieuw jaarthema dat wil inspelen op de eigenheid van de jeugdwerking of dat maatschappijkritisch wilt zijn.  Het is een manier om over iets na te denken of aan iets te werken op een intensievere manier als gewoonlijk.  FOS Open Scouting deed dit vroeger ook, maar stelde plots (terecht) vast dat er onnoemelijk veel fondsen en inspanningen geïnvesteerd werden in een thema dat binnen de eenheden enkel tot uiting kwam door het opnaaien van het kenteken op het uniform.  Het werd afgeschaft…

Wij hebben toen besloten om binnen De Toekan een eigen jaarthema te ontwikkelen.  Ons jaarthema kon dan iets specifieker op De Toekan gericht zijn en iets meer toegespitst op de actuele noden van de vereniging.  Het eerste jaar bleef puur intern.  Het jaar erop wilden we het uitbreiden naar andere eenheden en het jaar daarop werd het samen ontwikkeld en uitgedragen door maar liefst zeven eenheden.  Dit jaar hebben we opnieuw een nationaal thema dat door alle jeugdbewegingen in Vlaanderen wordt gedragen.  Volgend jaar is het weer aan ons…

Maak er spel van

Het thema van dit jaar is ‘Maak er spel van’.  Armoede is iets met veel facetten, niet enkel het financiële.  Armoede brengt immers een complex geheel van effecten met zich mee: minder kansen, minder kwalitatief voedsel, gezondheidsproblemen, dikwijls ook uitsluiten en pesten. 

Een scoutsjaar kost per kind ongeveer 300 euro per jaar, we bieden voor hen die dat willen de mogelijkheid om daarvoor een regeling te treffen.  We zouden eventueel het lidgeld kunnen laten vallen of een tegemoetkoming doen in het kampgeld.  We hebben er aan gedacht om huiswerkbegeleiding te voorzien voor de kinderen die het thuis minder gemakkelijk hebben.  Waarom kunnen we niet aan onze gasten vragen die goed zijn in een bepaald vak om anderen te helpen? 

Hoewel Lovenjoel een betrekkelijk welgestelde gemeente is, zijn we ervan overtuigd dat er misschien toch mensen zijn die hulp kunnen gebruiken.  Toch hebben we hier nog nooit enig signaal van opgevangen.  Misschien speelt er schaamte?

Vrijwilligerswerk

Een vrijwilligersengagement is iets speciaal.  Je zet je honderd percent in voor een belangeloos doel en krijgt er geen cent voor terug.  Wij betalen in ‘glimlachjes’, ‘handjes’ en ‘zonnetjes’.  Ik doe het zelf al zo lang dat ik het vanzelfsprekend ben beginnen vinden.  Toch komen mensen ons regelmatig vertellen hoe zeer ze onze vrijwillige inzet appreciëren.  Ik moet deze mensen gelijk geven! 

Het lijkt allemaal heel normaal, maar die jonge gasten in onze leiding die een deel van hun vakantie opofferen om in de leiding te staan, om borden te komen schilderen in hun vrije tijd, om tot in vroege uurtjes te helpen op eetfeesten en fuiven,…  Dat lijkt allemaal heel normaal, maar dat is het niet. 

Dat verdient respect en waardering die ik ook tracht te geven. 

 

Respect!!!!  De wereld heeft mooie mensen nodig, mensen zoals Wolf, zijn leidingsploeg, de gasten…  Op hun manier dragen zij bij tot een betere wereld.  Geen wonder dat de scouts in Lovenjoel groeit gelijk kool!

Franky De Cooman

Met dank aan Mieke De Pril voor de redactie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: