Marie Dooghe – Huiskamerrestaurant Safraan

Marie Dooghe baat samen met haar man het bio-vegetarisch huiskamerrestaurant  Safraan uit in Sint-Joris-Weert. 

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Huiskamerrestaurant

We zijn in de huiskamer heel kleinschalig bezig met biologisch-vegetarische keuken. We doen open op vrijdag en zaterdag, of het nu voor 2 personen is, of voor 14 mensen, onze maximum capaciteit.  Als het een groep is die samen hoort, dan kunnen we 22 man aan.  Voor een groep vanaf 6 personen doe ik ook in de week open .

Ik ben iemand die graag thuis werkt, in mijn eigen omgeving, dat is mijn nest.   Voor mijn eigen restaurant kookte ik veel voor vrienden, het was altijd de zoete inval.

Al die zieke mensen…

Van opleiding ben ik kinesist, mijn stages op orthopedie, neurologie en cardiologie waren enorm zwaar.   Ik kon dat niet goed plaatsen, ik heb mijn studies afgemaakt tot aan mijn thesis, maar ik wou niet heel mijn leven werken tussen de zieke mensen.

Ik wou preventief werken, en zocht mijn weg in de alternatieve sector. Mijn ex-man (een verpleger) kende mensen die in die richting dachten, onder andere met macrobiotiek.  Die mensen hadden een bezielde visie, ik heb er me dan op toegelegd.   Het was bij mij een echte hersenspoeling, ik begon een natuurvoedingswinkel, streng macrobiotisch.

Oogkleppen

Ik ben 4-5 jaar streng macrobiotisch geweest, zo beland je in een sociaal circuit van mensen, wij hadden echt oogkleppen op. Wat ik in die periode allemaal verkondigd heb, als ik daar nu op terugkijk, dan zou ik dat niet meer zeggen.  Mijn vriendenkring vernauwde zich altijd maar, op den duur voel je dat het niet meer klopt.  Het enige waar ik over bezig was, was over eten, vooral wat je niet mag eten. In de beginperiode werd de macrobiotiek niet altijd goed begrepen en werden er veel fouten gemaakt. Hierdoor zagen velen er niet zo gezond uit..

Zo zijn we onze winkel beginnen verruimen: er kwam zuivel bij, om het commercieel haalbaar te maken.  En als je dat in huis hebt, en je verkoopt het niet, dan eet je dat zelf op, je kan dat toch niet weggooien.  Zo begon ik te versoepelen en heb ik mijn draai gevonden: vegetarisch vond ik een haalbare visie, en daar ben ik nu nog altijd mee bezig.

Gezondheidscentrummeke

Ik kreeg veel mensen over de vloer die op zoek waren, mensen waarvoor de medische wereld geen oplossing meer had.  Ik kookte voor hen en gaf turnles in mijn keuken.  Ik had ondertussen een klein bibliotheek uitgebouwd.

Ik was dag en nacht bezig, het leverde financieel niets op, mijn man moest de kas spijzen. Ik werd zwanger, en borstvoeding is een eerste vereiste in de macrobiotiek.  We zagen dat niet te combineren ik moest mijn winkel stoppen.  Zo ben ik bij Lukemieke terechtgekomen.

Vegetarisch restaurant

Ik heb daar 7 jaar als chef gewerkt, ik had toen het idee om ooit een eigen zaak te beginnen.  Dat heeft geduurd tot Lut bij Lukemieke kwam solliciteren met hetzelfde idee.

We hadden geen budget, geen locatie, en na veel gebabbel en geploeg besliste ik mijn huis op de Naamse Steenweg te verbouwen met het idee daar een kleinschalig restaurant te beginnen. Heel kleinschalig, in de living, met de optie dat als het niet lukt we er nog altijd kunnen blijven wonen.  Het was een heel kleine rijwoning, amper 3m breed en misschien 8m diep, dat hebben we uitgebouwd tot de maximum toegelaten diepte van 15m.

Werk en privé gescheiden

Wij waren 5 dagen op 7 open, ons huiskamerrestaurant had snel veel succes,  Na 5 jaar is Lut er uitgestapt, ik woonde daar met mijn dochter, het restaurant nam hoe langer hoe meer plaats in.   Het huis op de Naamse Steenweg werd te klein, kamer na kamer werd ingepalmd.  Ik ben op zoek gegaan naar een ander pand om in te wonen. In een doodlopend straatje vond ik iets, eigenlijk een krot, maar dat was toen het enige dat ik kon betalen.

Door die koop ben ik met mijn dochter naar daar verhuisd, dat was goed want daarvoor zat ik dag en nacht op mijn werk. Mijn ex-man kwam in het begin babysitten op onze dochter of hielp mij met de bediening.  Dan is Marc, mijn nieuwe partner, erbij gekomen.  Hij helpt nog altijd bij het serveren.

Aan de ruitersschool

Het pand waar we woonden was bouwvallig en op een van mijn wandelingen kwam ik voorbij het huis naast de ruitersschool, een zalig huis.  Ik heb mijn stoute schoenen aangetrokken en gaan praten met de eigenaar om de zaak over te laten, op 3 maanden was de zaak geklonken zodat we naar daar konden verhuizen en ‘ Safraan’ verder konden uitbouwen.

Na 5 jaar zijn we daar ook begonnen met een Bed & Breakfast.  We hebben daar heel hard gewerkt, maar door oververmoeidheid begon ik te sukkelen met mijn gezondheid.

Walk your talk

Het was crisis en dat voelden we: met vegetarisch eten zit je in een niche van cliënteel, een cliënteel dat niet gemakkelijk uit eten gaat of met geld gooit.  Wij hadden een trouw cliënteel, maar dat niet heel frequent kwam.  Ons sociaal leven beperkte zich tot het restaurant.  We hebben af en toe met mensen gepraat met meer commercieel inzicht, meer management gericht, maar we hadden geen budget.  Achteraf gezien had ik het commerciëler moeten aanpakken, maar ik durfde niet.

Op den duur was ik altijd achter mezelf aan het hollen en dan gaat de lol er van af. We vonden het concept van gezonde voeding, gezonde levensstijl, voor onszelf niet meer kloppen. Ik was diegene die ongezond bezig was, we aten onregelmatig of niet en ik was fysiek helemaal ondermijnd, opgebrand.

Rust nemen

Marc zei dat hij het beste van zichzelf wou geven, maar wel zodanig dat we het later wat rustiger aan konden doen   Ik ben een idealist en voor mij was geld niet belangrijk, maar het loonde niet navenant het werk.  We schrijven 2008, het begin van de crisisperiode.

Toevallig ontmoetten we iemand die het handelsfonds wou overnemen, maar niet het restaurant.  Het restaurant was ook niet over te nemen,  Safraan was mijn kind en als ik ging stoppen ging  Safraan ook stoppen. Die persoon heeft het handelsfonds overgenomen, mijn naam heb ik behouden.  Ik zou 2 jaar rust houden.  Een jaar voor de overname hadden we het huis in Sint-Joris-Weert gekocht.  Het was de bedoeling hier rustig te wonen, het ging hier geen zaak worden…

Terug naar de roots

Na 4 maanden schoot ik in paniek, ik realiseerde me dat ik zonder inkomen zat en begon werk te zoeken.  Ik kreeg al snel enkele werkaanbiedingen zowel in de klassieke en alternatieve horeca maar ik bleef maar twijfelen.Na al die jaren je eigen baas te zijn is het niet zo evident terug in een ander systeem te passen. De klassieke horeca zag ik al helemaal niet zitten omwille van de manier waarmee er met eten wordt omgesprongen en omwille van de vlees en visbereidingen.

Ik praatte er over met Marc, hij besefte dat het vegetarisch koken was dat ik graag doe.  We besloten om het opnieuw als huiskamerrestaurant te proberen.  De vraag was hoe het praktisch te organiseren, met de opzet het beperkt te houden.  De schrik van me te overwerken had me gepakt, de stress van vroeger hoefde echt niet. Mijn concept is kleinschaligheid, duurzaam werken, iets wat ik heel mijn carrière al deed.

Trachten consequent te zijn

Wij willen mens-, dier- en milieuvriendelijk ondernemen.. . Het mensvriendelijke zit in het feit dat we proberen gezond te koken en met liefde koken alsof het voor mijn eigen gezin zou zijn.  In het menu hou ik rekening met de nutritionele evenwichten, ik tracht ook gezonde kookstijlen te hanteren en seizoensgebonden te werken.  In de zomer zal ik veel lichtere kookstijlen gebruiken dan in de winter, dan zijn het meer stoofgerechten met langere bereidingstijden, deze zijn meer vullend.

We brengen een zo natuurlijk mogelijke voeding dwz volwaardig, vers,biologisch, onbewerkt, zonder toevoegingen.De nadruk ligt hierbij op levend voedsel, vitaliteit en energetisch voedsel dat  zo aan de mens kan worden doorgegeven.  We proberen hierin zo consequent mogelijk te zijn, we werken voor 90% biologisch.

Volhouden

We zijn een vegetarisch restaurant, dat is sowieso diervriendelijk, de zuivelproducten komen ook van biobedrijven.   Af en toe eten we een stukje biovlees. Ik wordt daar dikwijls op gepakt, maar dit maakt wel dat ik het sinds 1974 kan volhouden.  Ik promoot wel degelijk gezonde voeding en minder vlees en vis, maar ik heb al veel mensen gezien die, na jaren van strikt leven, het niet kunnen volhouden.  Ik ben daar niet dogmatisch in, ook al heb ik er nog altijd gewetenskwesties mee.

Ik heb periodes dat ik heel streng ben voor mezelf, maar dan verwatert het weer een beetje.  Ik kan het niet onder stoelen of banken schuiven, ik vind vlees nog altijd lekker.

Gepakt worden

Ik tracht voor mezelf een manier te zoeken die haalbaar is, als ik wel eens met de vinger gewezen word omdat ik af en toe een stukje vlees eet, dan heb ik het daar nog altijd moeilijk mee. In mijn restaurant is het natuurlijk volledig vegetarisch  Ik geef kooklessen, en vaak is de eerste vraag of ik 100% vegetarisch ben.  Dat is frustrerend.   Ik probeer me er minder aan te storen, soms denk ik wel ‘foert, ik geef er de brui aan’.  Maar dan denk ik, ‘ja OK, ik ben toch nog altijd bezig’.

We trachten ook zo milieuvriendelijk te werken als mogelijk.We gebruiken bioafbreekbare onderhoudsproducten, We doen aan gescheiden afvalverwerking en compostering.En natuurlijk gebruiken we enkel producten uit de biologische landbouw.

Organisch groeien

We zijn nu opnieuw 2,5 jaar bezig.  Ik ga hier nooit rijk van worden, daarvoor is de capaciteit te klein en werken we te weinig. We zijn 2 avonden in de week open, commercieel gezien zouden wij elke vrijdag en elke zaterdag vol moeten zitten om er voor mij een loon aan over te houden.  Een spaarcent zal ik er niet aan overhouden.

Ik ben nu 56 jaar, ik ga zeker voortdoen. Meer openhouden is geen optie, voor Marc is dit ook zijn woonkamer.  Hij combineert dit met zijn job, hij werkt fulltime.  Bij de heropening had ik schrik: “ben ik niet te hard begonnen, gaan de mensen willen komen?”   Zonder veel tamtam te maken is het ondertussen terug op gang gekomen.  Je voelt dat de mensen weten dat je weer bezig bent, dat is bevredigend.

Ze komen van ver, van de kust, van Antwerpen, van Limburg en van Wallonië.  Ook onze oude klanten vinden ons terug, ofwel per toeval, ofwel omdat ze surfen op internet om te weten wat er van ons geworden is.

Food for the Soul

Het huis waar we nu wonen is niet echt onze stijl, het is een huis van de jaren 1960.  De binnenkant van de deur van het toilet was beschadigd.  Ik heb daar bordverf op aangebracht, en er iets opgeschreven.  Nu staat het elke week vol, de mensen doen moeite om daar iets op te schrijven.  In het begin nam ik daar foto’s van, nu ze op mijn wc deur schrijven, schrijven ze niet meer in mijn gastenboek.   Elk weekend na onze dienst is het eerste wat ik doe naar de wc gaan en kijken wat er op staat.   Dat is echt heel tof, maar ik moet dat elke week weer afwissen, het is geen blijvend gegeven meer.  Maar we gaan ook niet elke week of elke maand in de boeken kijken wat de mensen allemaal geschreven hebben. Dat doe je niet, dat zijn momentopnames.

Het leukste daaraan is, is dat ik nog altijd het gevoel heb dat het hier food for the soul is.  Na al die jaren vind ik nog altijd dat ik een boodschap heb. Ik kook niet louter om mijn portemonnee te vullen, dan had ik beter een andere sector gekozen. Ik kook omdat ik vind dat voedsel iets is dat ik kan geven. Ik had, voor ik mijn restaurant had, altijd graag veel volk aan mijn tafel.  Ik denk altijd als je je eten geeft, geef je je hart. Via mijn eten wil ik vriendschap geven.  Ik heb hier mensen die dat letterlijk op het bord schrijven, dat het met liefde gekookt is, dan voel ik mij de koning te rijk.

Moet er goed uitzien

Alles hangt samen, daarmee wil ik ook kleur geven aan mijn eten, dat moet er goed uit zien.   Als het massaproductie wordt, dan klopt het niet.  Terwijl nu, nu ik het terug kleinschalig doe, kan ik een hele maand bezig zijn met de menu voor de maand nadien.  Ik maak het menu in mijn hoofd, het kan niet goed genoeg zijn.  Ik probeer dat niet uit, het wordt in mijn hoofd gemaakt, de kleuren en de geuren.

’s Nachts ook, ik sta dan op en schrijf het op, want ’s morgens vroeg weet ik dat niet meer. Voor mij is dat gelijk een schilder het doet met zijn palet.  Of dat dan rendabel is of niet, daar denk ik dan niet aan.   Als het er zó of zó moet uitzien en er moet bijvoorbeeld zeekraal op liggen, dan zal het er op liggen.  Als dat past binnen het seizoen natuurlijk.

Inkopen

De menu is een maand lang dezelfde, het heeft ook weinig zin om meer te veranderen, hier komt niemand meer dan 1 maal per maand eten. Daarom stop ik heel veel in mijn menu, dat blijft me gaande houden. Ik hecht enorm veel belang aan een goed product, ik zal niet rap content zijn. Ik vertrek van basisproducten, ik koop niets aan dat al af is, behalve tofoe, dat maak ik niet meer zelf.  In  een menu van 5 gangen zitten al snel een 20-tal bereidingen  Dat kan een druppelke van hier zijn of een sauske van daar.  Ik kom met moeite klaar met die menu op ene dag, maar toch probeer ik alles basic aan te kopen.

Ik koop zoveel mogelijk lokaal, de meeste dingen via de Bioplanet en het Appelfabriek en de natuurwinkel.  Maar het is niet altijd mogelijk, zo koop ik de originele Japanse sojasaus, onbewerkt en ongezoet, zoals ze eeuwen geleden gemaakt werd. Dat is niet lokaal, maar het is een basisproduct.  Voor de rest probeer ik zoveel mogelijk alles uit België te kopen.

Creativiteit niet inperken

Op een bepaald moment kan dat de creativiteit inperken, soms zou ik bij een bepaald gerecht een mango willen zetten.  En mango groeit niet hier natuurlijk, maar als dat echt in mijn menu past, zal ik dat toch wel eens doen.  Het is hier een restaurant, dan moet ik me af en toe permitteren daar soepel in te zijn. Als ik mij volledig aan de seizoensgebonden en streekgebonden producten hou, dan moet ik het in de winter met spruiten, witte kool, rode kool, en alle andere soorten kool doen.  Zo kan ik geen menu maken, ik vind dat ik er redelijk in slaag dat binnen de perken te houden.

Als je het op wereldniveau bekijkt, probeer ik het binnen onze klimaatgordel te houden.  Ik probeer het zo goed mogelijk te doen, ik probeer zoveel mogelijk met de fiets mijn inkopen te doen.  Altijd in de mate van het mogelijke. Duurzaamheid vind ik belangrijk, ook als is het geen honderd procent .

Plastiek

Als je voor die volle 100% van duurzaamheid wil gaan, dan heb je enorm veel tijd nodig.  Als ik mijn bio-groenten koop, dan probeer ik de individuele verpakking te vermijden, ik neem niet allemaal plastieken zakjes. In het winkelkarretje leg ik schoon mijn citroenen bijeen, mijn wortelen, zonder dat ik allemaal zakjes moet gebruiken. Dat is ambetant aan de kassa, het is moeilijker.  Alles moet gewogen worden, maar ze kennen me al ondertussen.

Ik probeer zo consequent mogelijk te zijn, maar er zijn grenzen. Volgens de wet moet ongeveer alles apart ingepakt worden, dan denk ik ‘wat een hoop plastiek’.  Het is dan wel biologisch afbreekbaar, maar het blijft toch verpakking.

Hiermee verdien ik mijn boterham

Als restaurant moet je altijd werken als andere mensen vrij zijn. Het is altijd laat gedaan, je bent stikkapot, het is veel stress.  Je zou kunnen opmerken dat er altijd mensen in huis zijn, maar dat is anders.  Als je aan het werken bent, dat is er een andere relatie met de mensen: de mensen komen eten, die moeten daarvoor betalen, dus is er een andere verstandhouding.

Daar komen vriendschappen uit, absoluut, dan wordt het anders.  Dan voel je je op den duur ambetant als ze komen eten en je toch geld vraagt.  Op een of andere manier wringt dat. Onlangs kwam heel de straat hier eten, terwijl we de week daarvoor toevallig aan tafel zaten bij iemand van de buren. Dan voel ik mij ongemakkelijk.  Dan denk ik ‘ ja willen we het dan toch niet gewoon doen? Ik zal wel koken.’   Het antwoord was eenvoudig: ‘nee, nu komen we voor het restaurant’.  Ik probeer het gescheiden te houden, dit is mijn zaak, hier verdien ik mijn kost mee.

Werken in de goede richting

Soms hebben we hier strikte klanten, mensen die er iets zouden van zeggen als er een mango op hun bord ligt.  Vroeger zou ik mezelf op de kop gegeven hebben.  Nu denk ik dat mensen die op restaurant komen, hier niet komen om iets te eten dat ze alle dagen thuis eten, anders kan je even goed thuis eten.  Je betaalt geen 45 euro om te eten wat je thuis alle dagen eet.  We hebben hier mensen die enorm strikt zijn, die al heel hun leven veganist zijn.  Als die hier komen, dan leg ik die extra in de watten. Ik kook dan mijn hele menu ook veganistisch, zij appreciëren dat enorm.   Van die mensen krijg ik enorme vriendschap, zij brengen zelfs een cadeau mee met nieuwjaar.

Het restaurantgebeuren wordt tegenwoordig door al die tv-programma’s een beetje op een pied de stal gezet. De koks zijn bijna afgoden.  Zo ben ik niet, laat me hier in mijn keuken op mijn gemak.  Ik ben geen Peter Goosens, ook al zou ik dromen dat ik zijn kennis had.  Ik probeer te doen wat ik kan, ik school me alle dagen bij, ik probeer dat in een ruimer perspectief te zetten, een beetje filosofisch.

Verbinding

Ik voel mezelf verbonden met de natuur. Hoe simpeler hoe liever ik het eigenlijk heb.. Ik had vroeger planten in huis, dat groeide allemaal zeer goed. Ik heb ook altijd dieren gehad, een hond, een kat, een paard, schapen, geiten, … daar kon ik mee communiceren. Dat is zo dicht bij de natuur. Ik heb dat als ik in de hof werk, ik wroet graag in de grond.   Mijn keuken is ook heel naturel, dat is mijn uitgangspunt, geen te ingewikkelde toestanden.

Keukenmateriaal

Ik werk met heel primitieve materialen. Tegenwoordig zie je in de keukens al die moderne apparatuur, je moet een computer kunnen bedienen om te koken.   Zo kan iedereen koken natuurlijk.  Dat moleculair koken interesseert me wel, vooral op het gebied van chemie. Vanuit mijn opleiding heb ik die chemische achtergrond, dat heeft me altijd geïnteresseerd. Als ik nu iets niet weet, als mijn saus kabbelt, dan ga ik opzoeken hoe dat dat komt. Dan kijk ik in mijn boeken van de koksschool, de basistechnieken.  Hoe komt het dat met die en die ingrediënten dat de saus kabbelt? Ik wil dat niet opnieuw laten voorkomen.  Die wetenschappelijke achtergrond interesseert me wel.

Ik zit altijd maar aan de basis te werken. Het is niet zo een hoog interessant gegeven wat ik doe, ik doe maar restaurant. Ik maak eten voor mensen, dat is alles, maar met een positieve ingesteldheid, ik weet waar ik mee bezig ben.

De cirkel is rond

De cirkel is rond voor mij. Ik ben nog altijd met hetzelfde bezig. Mijn moeder is vorig jaar gestorven, zij had veel kritiek omdat ik met mijn studies gestopt ben, dat ik met zo iets alternatiefs bezig ben. Mijn ouders waren zelfstandigen, dat waren bakkers. Met een vegetarisch restaurant,daar ging ik nooit mijn kost mee kunnen verdienen vonden ze.  Ik heb ze op veel punten moeten gelijk geven. Ze zeiden dat ik iemand ben van 12 stielen en 13 ongelukken.  Op een bepaald moment zei ik tegen mijn mama dat ik wel nog altijd met hetzelfde bezig ben.  Ik heb nooit iets anders gedaan dan met gezonde voeding bezig te zijn. Wel op veel verschillende locaties..  Ik heb nu een rustig gevoel. Ik ben nu bezig met hetgeen waar ik in de tijd mee begonnen ben.

Kwestie van overleven

Natuurlijk is het nog altijd een kwestie van overleven. Commercieel gezien is het nog altijd overleven. Ik had ooit wel ambitie om het verder te commercialiseren, maar dan had ik iemand onder de arm moeten nemen. Dat heb ik niet gedaan, dat ligt niet in mijn aard. Ik had misschien een breder publiek bereikt.  Nu heb ik een vaste kern bereikt, die zullen dat ook wel verder uitdragen.

Gevleid

Ondertussen zijn we toch weer druk bezig, ik ben verschillende keren in de krant gekomen. Ik zit niet echt in een of ander circuit, ik kom niet veel mensen tegen.  Je moet een beetje geluk hebben ook natuurlijk. Er komen hier mensen via iemand die vegetarisch is, mensen die hier anders nooit zouden komen. Die komen dan hier en denken “Oei, ik moet straks nog naar de frituur, want dat gaat me hier niet bevallen ik ga nog honger hebben”. Die zijn dan toch super content  en komen terug.  Dan denk ik dat mijn opzet geslaagd is. Meer moet ik niet hebben.

Met Kerstmis en Nieuwjaar zaten wij vol, dan voel ik mij gevleid. Op zo een belangrijke dag komen hier mensen in mijne living eten. Dan ben ik zo blij als een zot. Dan staan er chique auto’s op onze oprit.  Wij vinden dat niet echt belangrijk maar dan weet je dat hier mensen komen met geld, mensen die openstaan voor iets wat wij doen. Die hebben waarschijnlijk een villa 10 keer groter dan ons huis, en toch zitten die hier op nieuwjaarsdag in ons schamel livingske te eten. Vegetarisch dan nog wel. Dat is toch fantastisch!

Moet perfect zijn

Dan ben ik echt fier, je kan niet geloven hoe ik dan mijn best doe om het eten zo goed mogelijk te maken. Dan kan ik mij daar echt op toeleggen, dat éne blaadje peterselie moet dan zo liggen en niet anders. Gewoon omdat ik zo blij ben dat de mensen hier willen komen eten. Marc draagt die boodschap dan ook uit, niet altijd even graag, want soms is hij wel moe. En als hij het dan een keer niet doet naar mijn goesting, dan zeg ik het hem…  Als hij bijvoorbeeld een gerecht moet wegbrengen is het de bedoeling dat hij voorstelt wat op het bord ligt.  Soms is dat moeilijk te onthouden want regelmatig verandert  er wel iets.  Als hij het dan zegt, dan hoor ik dat als het niet goed is.

Niets gaat hier aan mijn oor voorbij. Dan geef ik hem soms onder zijn voeten: “je moet dat langzamer zeggen want de mensen kunnen dat niet volgen als je dat zo aframmelt”. Op dat punt ben ik perfectioniste.

Gedreven

Soms gebeurt het dat ik een schotel niet naar mijn goesting krijg, dan is het kot hier te klein.  Dan moet Marc dat allemaal ontgelden. Als ik zie dat er iets niet klopt, dan ontplof ik bijna.  Het moet zijn zoals het in mijn hoofdje zit.  Van de ene kant denk ik dat ik het mezelf niet te moeilijk moet maken, maar van de andere kant denk ik dan: de dag dat ik voel dat ik dat niet meer heb, dan is het moment gekomen om te stoppen.

Soms gaan we eens ergens anders eten, dan ben ik kritisch. Dan vraag ik me af hoe die kok zijn job graag kan doen als die zo iets te eten geeft aan de mensen?

Iets tegen mijn zin doen, zal nooit lukken.

Idealist tot in de kist wordt van Marie gezegd.  Ik heb er mogen van proeven, letterlijk en figuurlijk!  Hartverwarmend voor tong en ziel….

Franky De Cooman

Met dank aan Mieke De Pril voor de redactie.

Advertenties

2 Responses to Marie Dooghe – Huiskamerrestaurant Safraan

  1. Silvia Prins says:

    Respect Marie! Een oude klant die van plan is weer eens terug te komen.
    Silvia

  2. Het is een mooi en oprecht verhaal om te lezen. Over passie en geld, over idealiteit en realiteit; We zitten er volgens mij altijd tussen-in, we zijn inter-esse; Ik vind het verhaal van Marie daar een mooie illustratie van.
    Succes!

    Kristof

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: