Kristel De Coster – Zorgleerkracht

MVO in het onderwijs?  Jawel, als je het bekijkt als Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties. 

Kristel is taakleerkracht in een basisschool in Tervuren, zij werkt op een bijzondere manier met kinderen.

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Taakleerkracht

Ik ben taakleerkracht, dat wil zeggen dat ik werk met kinderen die extra aandacht, extra hulp nodig hebben, op welk vlak dan ook.  Uiteraard is dat meest op vlak van wiskunde en taal, soms ook op sociale vaardigheden.  Het gebeurt wel eens dat ze komen voor coaching, een persoonlijk gesprek.

Kinderen komen meestal niet spontaan naar mij,  leerkrachten komen naar mij toe en zeggen dat die of die iets niet begrepen heeft.

Babbeltje doen met de juf

Vorig jaar heb ik iets bijzonders meegemaakt, er was een kind dat problemen had met spreken voor de klas.  Zij klapte dan volledig dicht. Ik heb er dan een aantal gesprekken mee gevoerd.  Die gesprekken waren zo fijn voor haar, ze kwam vaak om eens te praten, uiteindelijk kwam ze ook uit zichzelf.  Iemand anders had dat door, en omdat die ook zorg op dat vlak nodig had, kwam die ook af en toe een babbeltje doen.

Niet stigmatiseren

Eigenlijk ben ik op dit moment geen zorgjuf meer volgens het klassieke patroon.  Volgens dat klassieke patroon haal je het kind uit de les, neem je het bij jou in een lokaaltje apart, en je legt het nog eens uit.  Dat is de situatie waaruit je het meeste denkt te halen.  Maar als kind mis je dan het gebeuren in de klas, het kind krijgt dan het gevoel  ‘ik ben de enige die het niet kan’.  Dat zorgt voor heel wat emotioneel gewoel in het kind zelf.  Daarom hebben wij er voor gekozen om de kinderen zo veel mogelijk in de klas te begeleiden.  Ik ga dan met de klastitularis mee rond in de klas. Je geeft die kinderen dan wat extra aandacht, het is ongelooflijk hoe die kinderen meer floreren.

Leren thuis komen

Het is duidelijk voor mij dat het in de school heel erg draait om de eindtermen te bereiken, maar dat zal overal wel zo zijn.  Ik voel wel dat ik diegene ben op school die net iets anders denkt.  Het welbevinden wordt door iedereen heel belangrijk gevonden, maar op de een of andere manier ga ik daar nog een stap verder in.  Voor mij is het heel belangrijk dat leerlingen leren bij zichzelf thuis te komen.  Daarop druk ik mijn stempel.  Vroeger, toen ik nog in de klas stond was ik daar al heel veel mee bezig.

Output

Wij hebben binnenkort doorlichting, dan komen inspecteurs kijken hoe wij de dingen doen.  Onze zorgcoördinator maakt zich daar heel veel zorgen over, want ze gaan vragen stellen over onze ‘output’.  Ik weet niet wat er bedoeld wordt met ‘de output’.  Voor het leerlingvolgsysteem nemen we testen af, dat zijn gestandaardiseerde testen waar heel Vlaanderen aan meedoet.  Zo kan je zien hoe een kind zich verhoudt ten opzichte van de gemiddelde Vlaamse leerling.  Op sommige van de testen hebben wij nogal veel E scores, wat ronduit slecht is.

Focus verleggen

Ik moet daar allemaal een beetje mee lachen, ik zou die testen gewoon in de vuilbak gooien. Wat aan die kinderen gevraagd wordt is eerst en vooral gewoon belachelijk in zo een gestandaardiseerde test.  Dit heeft geen zak te maken met het echte leven.  Die testen zijn vooral bedoeld om het intellectuele te testen. Ik heb ooit van een kind die test opnieuw moeten afnemen omdat die heel slecht was.  Die scoorde daar nadien even slecht op.  Het is een van de weinige kinderen waarvan ik vind dat ze een fantastische werkhouding heeft.  Het kind heeft dyscalculie, ze heeft het heel moeilijk, maar haar inzet is 100%.  Ik vind het helemaal ok voor die persoon.  Wordt het geen tijd om onze focus op andere waarden, andere vaardigheden te gaan leggen?

Te veel nadruk op het cognitieve

Wiskunde en taal blijven belangrijk, in deze maatschappij moet men goed kunnen lezen en vlot kunnen schrijven.  Het wordt hoog tijd, zeker in deze tijd, om kinderen alert te maken op het sociale, om hen te leren om te gaan met de andere.  Wat doe ik als de andere zich niet gedraagt zoals ik het graag zou willen; wat als de andere iets kwetsend zegt?  Ik zou het waarderen moest daar tijd kunnen voor vrijkomen.  Het empatische vermogen aanscherpen, meer kunnen bezig zijn met ‘wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik, wat voel ik?’.  ‘Wat voel ik’ is een heel belangrijke.

Sociale vaardigheden aanleren

Dat zijn allemaal waarden en normen waarvan leerkrachten maar vinden dat kinderen die sowieso moeten beheersen.  Maar ook daarin moet je onderwijs krijgen.  Dat is niet vanzelfsprekend.  Kinderen hebben nooit geleerd hoe om te gaan met een ruzie.  Als je vraagt aan kinderen hoe ze een ruzie gaan oplossen, dan is het enige wat ze kunnen zeggen ‘sorry zeggen tegen elkaar’.  Dat is zo arm.  Ik vind het heel mooi als mensen sorry zeggen tegen elkaar, maar het moet gemeend zijn.

Leren omgaan met zichzelf

Het heeft er zeker mee te maken dat ik dat heel belangrijk vind, dit is nu eenmaal mijn grootste levensles in dit leven.  Hoe ga je om met je eigen trauma’s, je eigen kwetsbaarheden, je eigen pijntjes?  Hoe ga je om met je eigen zwarte of donkere stukken?  Daarom vind ik het belangrijk om dat ook bij kinderen aan te wakkeren.

Sfeer

Wat ik heel erg mis in het onderwijs, is sfeer.  In een klas is een heel kille sfeer, alles is er gericht op leren.  De wanden hangen vol met prenten over leren, wat is in een zin het onderwerp, wat is de persoonsvorm, driehoeken, vierhoeken, …Voor mij is sfeer heel belangrijk.

Mijn droomschool is een klein schooltje in een herenhuis met allemaal woonkamertjes, waar kinderen binnenkomen en hun pantoffels aantrekken.  De klas is één woongemeenschap, met een grote living, waar kinderen samen zitten om te praten.  Er zijn praatrondes, voor de rest zijn er natuurlijk bankjes nodig om aan te zitten.  De ideale klas zie ik als een klein gezellig klasje met kleur en sfeer, verse bloemen en planten.  Een ruimte waar ieder zijn plaatsje heeft, waar er gezelligheid is.

Pol de Trol

Die gezelligheid probeer ik te creëren in het mindfulness uurtje.  Ik heb een mat met allemaal kussentjes en dekentjes waar ze onder kunnen liggen.  Kaarsjes worden gebrand, ik heb een wierookstokje voor de geur.  Ik lees eerst een verhaaltje voor over Pol de Trol.  Dat is een wijze trol die zijn wijsheid doorgeeft aan de kinderen.  Nadien hebben we een korte meditatie, hoe langer hoe meer begin ik er in te geloven dat die meditatie altijd hetzelfde is,  het is een stukje tot rust kunnen komen, tot zichzelf terug kunnen komen.  Dat kan je dan doen via de ademhaling, ik leer ze in en uit te ademen, dat is alles wat ze moeten doen.

Mindfulness

Met mindfulness kan ik de kinderen aanleren dat ze zichzelf in de hand kunnen hebben.  Ik leer hen aan dat als het niet goed gaat, als ze gepest worden dat ze STOP kunnen zeggen.  Het enige instrument dat je nodig hebt om terug tot jezelf te komen is je ademhaling.  Adem een paar keer diep in en uit, word rustig en zie dan wat er gebeurt.

Stilte

Ik leer ze om zichzelf te leren kennen, ik leer hen dat het normaal is dat er vaak stemmetjes in je hoofd opkomen.  Ik heb die kweblie genoemd, dat is het manneke dat altijd maar babbelt en babbelt en babbelt en babbelt in je hoofd.  Ik leer hen die kweblie te herkennen.

Op een bepaald moment zeg ik dat ik zelf ook wat ga zwijgen.  Dat is het zaligste moment, dan is het een minuut of twee volledig stil, dan zitten we allemaal samen gewoon stil te wezen, te ademen. Ongelooflijk zalig.  Na de meditatie praten we daar nog eventjes over, ‘hoe was het, kan je daar thuis ook nog iets mee doen als je dat zou willen’.  Iemand van de groep heeft altijd koekjes mee, ik heb thee gemaakt, op het einde genieten we daarvan.

Wij ook!

Vorig jaar is dit project gestart in het vierde leerjaar, dat is zo onwaarschijnlijk goed aangeslagen bij de kinderen, die vonden het fantastisch.  Als ze naar het vijfde leerjaar gingen, hebben ze bijna geëist dat dat verder gezet zou worden.  Ik vond dat een goed idee, we waren nog niet rond met het programma.  Ik ben ook opnieuw begonnen met het vierde leerjaar, maar omdat het derde leerjaar op dat moment hoekenwerk deed samen met het vierde, kwamen die er ook bij.  Het zesde leerjaar heeft dan op de leerlingenraad heel verontwaardigd gereageerd ‘de anderen mogen allemaal Pol de Trol doen, waarom wij niet?’.  Ik ben dus ook met het zesde begonnen.

Carte Blanche

Het was mijn initiatief om dit op te starten, we hebben een zeer vooruitstrevende directie, daar staat of valt alles mee.  Ik heb er uren voor gekregen, zij staat er heel erg voor open, ze kan er de meerwaarde van zien.  Voor de inspectie heb ik het gevoel dat ze het gaat benoemen als een van de ankerpunten van de school.

Niet geschikt voor iedereen

De klassen bestaan uit ongeveer 30 kinderen, Pol de Trol gebeurt in kleine groepjes van ongeveer 10 à 12 kinderen.  Om de drie weken krijgen ze dus een uurtje.  Het is een werkvorm die niet geschikt is voor iedereen, ik begin te voelen dat er kinderen zijn die totaal geen contact kunnen maken met zichzelf tijdens een stiltemoment.

Vandaag had ik een groep van het zesde, ze waren in de klas een spel aan het doen.  Op een gegeven moment mocht een deel van de groep bij mij komen, ik voelde een van de jongens zijn teleurstelling, hij had liever in de klas mee dat spelletje gespeeld.  Niet alle kinderen komen even graag.

Ik heb er heel veel moeite mee als iemand liever niet naar Pol de Trol komt, ik voel me dan eigenlijk afgewezen, en dat door een kind van 12 jaar…

Uithangers

Het is voor mij een dilemma, wat te doen met kinderen die (naar mijn idee) écht niet flink zijn in dat uurtje.  Ik vind dat die kinderen er recht op hebben, ik denk dat het de kinderen deugd doet.  Net die kinderen die het er moeilijk mee hebben zouden best blijven om iets te leren.  Maar natuurlijk net die kinderen hangen het zo erg uit.  Ik heb voor mezelf de beslissing genomen dat als het echt niet gaat ik ze terug naar de klas stuur.  Ik doe dat hoe langer hoe meer consequent.

Enthousiast

De meeste kinderen zijn razend enthousiast, wat dat nu precies maakt weet ik nog altijd niet.  Ik denk niet dat het de mindfulness op zich is, ik denk dat het de gezelligheid, de sfeer is die gecreëerd wordt, het gezellig samenzitten.  Ze zitten op kussens, ze mogen gaan liggen, sommige kinderen vallen half in slaap.  De rust die er is, en dan uiteraard de koekjes en de thee.

Iets van gezelligheid

Het is positiviteit die er hangt, zachtheid, mildheid.  In een klas gaat het er vaak heel hard aan toe, dat kan ook niet anders als je met 30 leerlingen in een klas zit.  Dan moet je als leerkracht een zekere autoriteit tonen, een zekere strengheid, om structuur in de klas te behouden.  Ik heb er slechts tien in mijn uurtje, soms is dat ook te veel, maar er hangt iets van zachtheid, warmte, gezelligheid.

Effect?

Ik denk niet dat het impact heeft op het pesten, het is niet dat ik een verandering voel in die klassen.  Die klas die nu in het vijfde zit volgt het nu het tweede jaar op rij, die klas is nog altijd even druk.  Ik vermoed dat het pesten niet zal verminderen, dit omdat de training niet frequent genoeg gebeurt.  Je zou daar elke dag moeten aan werken, elke dag stiltemomenten inlassen, wil je effect krijgen.  Dat is ook niet mijn doel, het enige wat ik aanbied is een andere wereld.  De wereld buiten het intellect, buiten de computer en de hardheid van het leven.

Tools aanreiken

Ik ben overtuigd dat het iets doet, ook al zie ik geen verandering: het feit dat ze heel graag komen zegt al genoeg.  Vorig jaar was er een meisje, een beetje zonderling, zonder veel vriendinnetjes.  Ze kwam vaak bij mij  om een babbeltje te doen.  Op een gegeven moment had ze het met iets heel erg moeilijk, ik vroeg wie haar vrienden waren. Ze kon niet direct zeggen bij wie ze zich goed voelde, behalve één meisje in de klas. Ze voelde zich ook goed bij mij en ze vertelde dat ze soms praatte met Pol de Trol.

Kinderen zijn er mee bezig, op hun manier, in hun wereld.  Ik wil via mindfulness geen brave, gedweeë kindjes maken.  Ik wil ze leren voelen, ik wil ze tools geven om te leren met zichzelf om te gaan.  Als het goed gaat met jezelf heb je geen tools nodig, of toch niet zo veel, dan leef je er op los.  Maar wat als het niet gaat, wat als je gepest wordt, wat als boos bent, verdrietig bent?  Hoe ga je daar mee om?

Jij bent OK!

Het onderwijs is zo mentaal, strak, prestatiegericht, hard, heel hard.  Ik wil de zachtheid in het leven brengen. Wat vaak terugkomt in de training is ‘het is goed zoals ik ben’.  Als ik boos ben, dan is dat ok, ik mag boos zijn.  Als ik dit vertel, dan merk ik vanuit welke invalshoek ik dat doe, vanuit mijn eigen innerlijke kind dat nog altijd het gevoel heeft dat het niet mag boos zijn, niet mag verdrietig zijn.

Niet voorbijgaan aan gevoelens

Ik denk dat het typisch is aan kinderen, ze houden van computerspelletjes, tv, alles wat flashy is, fun hevig, sterk. Boos mogen zijn, boos kunnen zijn, hoe ga je daar mee om?  Verdrietig mogen en kunnen zijn, hoe ga je daar mee om?  Angstig zijn, hoe ga je daar mee om?  Dat is niet direct een insteek voor hen, maar wel belangrijk om leren mee om te gaan.  Ik wil geen steen werpen naar scholen en leerkrachten toe.  Als je honderd kinderen op de speelplaats hebt die staan te joelen, dan pak ik het ook heel kort aan als een kind langs komt dat verdrietig is omdat zijn bal werd afgenomen.

Je kijkt dan naar de feiten en lost het op, er wordt volledig voorbijgegaan aan de gevoelens.  Dat kan ook niet anders, je moet op dat moment voor 100 kinderen zorgen.  Ik weet ook niet of ouders daar ’s avonds tijd en goesting voor hebben, maar ik wil ook geen steen werpen naar hen.

Schrale taal

Tuurlijk mag je laten zien wie je bent, maar eerst moet je weten wie je bent.  Daarna, wanneer je weet wie je bent, moet je nog durven tonen wie je bent.  Ik weet het niet goed (ik heb zelf geen kinderen), maar de gevoelenswereld van kinderen komt behoorlijk arm over, maar ik zeg niet dat dit zo is.  De manier waarop zij zich verwoorden, ‘het gaat goed met mij’ of ‘het gaat niet goed met mij’, daar stopt het mee.  Dat is heel schraal.  Misschien is dat eigen aan kinderen, maar ik vermoed dat daaronder veel meer broebelt, beweegt, bruist.

Autisme

Ik werk heel veel met beeldspraak, de laatste keer ging het over een berg, jijzelf kan zo stabiel worden als een berg, krachtig, ook al onweert het, regent het, de berg wordt niet weggewaaid of weggespoeld.  Die beeldspraak is heel moeilijk voor kinderen met autisme.

De juf van Pol de Trol

Ik heb een paar heel fijne reacties gehad van ouders die heel specifiek naar mij komen, “ah, jij bent de juf van Pol de Trol”.  Die ouders zijn razend enthousiast omdat hun kinderen razend enthousiast zijn.  Dat zijn natuurlijk net de kinderen waar ik van voel dat ze er echt van genieten.  Ook zijn dat vaak ouders die zelf met zo’n dingen bezig zijn.  Ik heb ook reacties van mensen die zeggen ‘heb je vandaag weer Pol de Drol’ gehad?’.

Vorig jaar heb ik een sessie voor ouders en kinderen gegeven, de ouders konden beleven wat het was.  Uiteraard krijg je daar ook alleen maar de ouders die écht geïnteresseerd zijn.  Ik denk dat er ouders zijn die niet weten dat hun kinderen dat op school krijgen.  Laat ons zeggen dat 1/3 van de ouders zéér positief is, van de rest weet ik het niet .

Leerkrachten kennen het niet

Hoe de andere leerkrachten reageren is een pijnlijk stuk, ze staan er niet om te springen.  Ik kan dat wel snappen, de uren die ik voor Pol de Trol gebruik zijn uren die ook kunnen gebruikt worden om een klas te splitsen.  We zitten met veel te grote klassen.  Ik ben het daar mee eens, kinderen zouden veel meer genot hebben van kleinere, rustige klasjes.

Aanwezig

Het lijkt alsof ik niet veel doe op school, ik heb een gemakkelijk jobke: ik heb geen rekenboeken van 28 kinderen te verbeteren, geen rapporten te schrijven.  Ik voel me goed in mijn job.    Ik help het de leerkrachten het een stukje draaglijker te maken, en dit op alle vlak.  Ze mogen altijd naar mij komen om over een bepaald kind iets te vertellen, wat soms al een opluchting kan zijn.  Ik help ook in concrete taken, soms komt er iemand naar mij omdat die niet weet wat te doen voor knutselen.  Er zijn leerkrachten die naar mij komen om een babbeltje te doen over het huis dat ze gaan kopen of weet ik veel.  Ik ben ergens wel aanwezig voor hen, ze weten dat ze bij mij terecht kunnen.

Ik doe niet per se activiteiten om het positieve te organiseren, ik zal geen slogans van BZN in de gangen hangen.  Ik doe niets speciaals, ik heb gewoon het gevoel dat ik aanwezig ben, ik doe niets speciaal, maar ik ben er wel.  Ik ben aanwezig. Eigenlijk moet je niet veel doen, gewoon aanwezig en beschikbaar zijn.  Dat is volgens mij mijn grootste kracht.

Klasmanagement

Ik ben taakleerkracht geworden vanuit een negatieve keuze. Ik geef ongelooflijk graag les, maar ik was het klasmanagement beu.  Elke dag opnieuw zeggen de brooddozenbak mee te nemen, elke dag opnieuw vragen van wie die brooddoos is, haal die rotte banaan daar eens uit…  De bureaucratie speelt ook wel een beetje, maar het was vooral het klasmanagement op zich.  De klassen werden alsmaar groter, zo een grote klas van 28 is veel te veel voor mij.  Op zich mis ik de klas heel erg, mocht men bijvoorbeeld zeggen dat volgend jaar het vijfde leerjaar gesplitst wordt, ik zou direct ja zeggen!  Ik geef graag taal en wiskunde, maar dat geven is bijna bijzaak geworden, het is natuurlijk belangrijk, maar dat is in deze tijd niet meer waar om het draait.  De mens in zijn mens-zijn wordt belangrijk, ‘zijn’ wordt belangrijk.

Baat

Dat ‘mens’ zijn belangrijk is, dat is een puur aanvoelen, dat is wakker geworden vanuit mijn eigen groeiproces  dat een jaar of vier geleden gestart is.  Vanaf het moment dat je aan jezelf begint te werken, groeit het besef ‘waar ik baat bij heb, daar zal de wereld ook baat bij hebben’.  Wat mij heel veel vreugde en rust verschaft is bezig zijn met mezelf, weten wie ik ben, zelf stappen zetten.  Zelf zien wat ik kan, en wat ik niet kan, zien waarin ik nog kan groeien en waarin  niet.  Dat is ook iets wat ik kinderen wil meegeven.

Liefde

We zijn in een periode van ommekeer bezig, van meer menswording.  Iets wat ik de laatste jaren geleerd heb, is dat in alles en overal één basiswoord terugkomt: liefde.  Liefde in al zijn facetten.  Je komt hier op aarde om te leren wat liefde is, om liefde te voelen.  Dan heb ik het niet over liefde tussen een man en een vrouw, maar liefde in al zijn vormen.  Liefde voor jezelf, liefde voor alle levende wezens, liefde voor het universum, liefde voor de natuur.  Dat kom je hier leren.

Het is nog niet mogelijk om dat woord in het onderwijs uit te spreken.  Dat past daar niet in, wanneer ik het woord ‘liefde’ uitspreek, dan beginnen ze allemaal al te gniffelen.  Dat gaat dan over verliefd zijn, mannen en vrouwen.  Daar heeft het geen zak mee te maken.  Dat is waar we naartoe aan het gaan zijn: verbinding aangaan met alles en iedereen.

Lunatic

Ik ben niet iemand met ongelooflijk veel overredingskracht, ik heb ook niet alsmaar de zin om te proberen mijn school te transformeren, in een nieuwe richting te duwen.  Het enige wat ik doe is op mijn manier gewoon ‘zijn’.

Het zit eigenlijk in heel stomme dingen.  We zaten ooit met leerkrachten aan tafel, een leerkracht was  de krant aan het lezen.  Ze las voor dat er mensen waren die bomen knuffelen, “wie knuffelt er nu bomen??.  Daar moet je goed zot voor zijn”.  Je hoorde de veroordeling, ik wist niet wat ik moest doen want ik doe dat ook.  Uiteindelijk heb ik het gewoon gezegd.  Ik heb niet uitgelegd waarom ik dat doe, ik weet dat niet, ik voel gewoon aan dat dat klopt.  Ik loop daar niet mee te koop, maar als er zo’n uitspraken gedaan worden, dan ga ik in mijn kracht staan en zeggen dat ik dat wel doe.  Het doet heel veel pijn als je hoort ‘wie doet dat nu, dat zijn lunatics’.  Als je het dan zegt voel je wel een stukje schaamte bij die anderen.

Niet wereldvreemd

Het is een taal die ik aanleer aan de leerlingen, ik spreek aldoor de woorden ‘liefde’, ‘zachtheid’, ‘ademen’, ‘tot jezelf komen’ uit.  In de grote mensenwereld klinkt dat heel flauw, zweverig.

Toch vind ik met beide voeten op de grond blijf staan, ik ben niet zweverig in de zin van dat alles mooi is, en goed en schoon.  Neen, absoluut niet, ik ben niet wereldvreemd, ik kleed me graag mooi op, ik maak me op, feest graag.

Zelfvertrouwen

Vorig jaar in het begin van het schooljaar hebben we een spel gespeeld over kwaliteiten.  Voor mij was er uitgekomen dat ik zelfvertrouwen had, een collega sprak me daarover aan.  Die vond dat dat niet klopte, ze vond dat ik zelfvertrouwen miste, want ik kom nogal onzeker over.  Mensen kunnen inderdaad makkelijk over mij lopen, maar toch vertrouw ik mezelf, of anders gezegd, ik weet wat ik aan mezelf heb.

Hoe meer je met jezelf bezig bent, aan jezelf werkt, in mildheid, hoe meer ik dat ook kan met kinderen en mensen.  Eigenlijk heb ik de ideale job, ik kan mijn vaardigheden inoefenen, de dingen waar ik goed in ben verder laten groeien.  Tegelijkertijd kan ik gewoon mens zijn, de mens die ik in wezen ben tonen aan de kinderen.  Het is niet dat ik op school een ander rolleke speel dan thuis of bij mijn vrienden.

Uit de schaduw

Als ik mijn leven bekijk, dan vind ik dat ik heel lang in het donker heb geleefd, of laat ons eerder zeggen in de schaduw.  Vier jaar geleden, juli 1997, heb ik een openbaring gehad, geen mystiek visioen of zo, gewoon een inzicht.  Ik heb het boek ‘The Secret’ gelezen, ik weet niet meer wat er in staat, maar een heel belangrijke gedacht is me bijgebleven: je kan je eigen leven creëren.  Als je positief in het leven staat, dan is het leven ook positief, en zal er zich van alles positiefs ontvouwen.  Die gedachte is zo allesomvattend voor mij geweest en sindsdien ben ik in bloei gekomen.

In dat boek staat ook dat indien je graag een dikke Mercedes wil dat je dat kan creëren.  Dat zal ook zo wel zijn, maar dat interesseert me niet, wat me interesseert is dat je je leven positief kunt creëren.

Liefdevol opkuiswerk

Tot toen heb ik heel erg geleefd met het idee dat het ons allemaal overkomt, dat we er niets aan kunnen doen.  Een beetje fatalistisch.  Ik voelde toen de uitnodiging om mijn eigen leven in handen te pakken, en dat is toen heel erg in een stroomversnelling geraakt.  Toen ben ik dingen in de wereld gaan zetten, een van de eerste stappen was het oude opkuisen, die oude energieën, de oude gedachtenpatronen.  Wat nieuw was is dat je dit opkuiswerk kan doen in mildheid, liefde voor jezelf.  Dit heeft me gemaakt tot de mens die ik vandaag ben, gelukkig, of eerder tevreden.  Ik ben tevreden met wie ik ben.

Ons onderwijs heeft een nieuw elan nodig, eentje van meer ‘zijn’ dan ‘kennen’ en ‘kunnen’, eentje van verbinding.  Met mensen zoals Kristel heb ik het gevoel dat het de goede richting uitgaat.

Franky De Cooman

Met dank aan Mieke De Pril en Evelien De Cooman voor de redactie.

Advertenties

One Response to Kristel De Coster – Zorgleerkracht

  1. Ann Ravoet says:

    Hoopgevend!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: