Uit de bak, aan de bak

BZN-cosmogolem-tempMaatschappelijk Verantwoord Onderemen (MVO) is een breed begrip waar geen eensluidende definitie voor bestaat, en dat schept als dusdanig heel wat verwarring.  Echter, op deze manier geeft het aan bedrijven – of organisaties in het algemeen – de mogelijkheid om het zelf invulling te geven.  Op deze manier kunnen organisaties zich MVO eigen maken en zoeken naar hun eigen zingeving.

MVO is als dusdanig een proces van vallen en opstaan, waarbij de beste resultaten geboekt worden wanneer persoonlijke, organisationele en maatschappelijke doelstellingen op één lijn komen te staan.  De vraag of een dergelijk proces financieel loont, zorgt voor heel wat verdeeldheid bij denkers en doeners.   Wetenschappelijk onderzoek begint zich gelukkig meer toe te spitsen op het hoe en waarom organisaties verantwoordelijkheid opnemen voor de maatschappij.  Op deze manier kan men trachten onderscheid te maken tussen greenwashers en zij die het doen vanuit hun authentieke maatschappelijke betrokkenheid.

Hoe je het ook draait of keert, bij MVO (of zijn analoge begrippen – het hangt er maar van af vanuit welke wetenschappelijke discipline je kijkt – Stakeholder Theory, Corporate Citizenship, Corporate Social Responsibility, Sustainable Development, Corporate Social Performance) gaat het er telkens om dat je je verantwoordelijkheid opneemt naar de maatschappij toe.  Wat je ook doet, als organisatie heb je altijd impact op de maatschappij, niet alleen via de producten of diensten die je levert, maar ook via de zogenaamde externaliteiten. Externaliteiten zijn de zaken die je als organisatie gewild of ongewild impacteert, en die niet zichtbaar zijn in de diensten die je levert en niet doorgerekend worden aan de afnemer.

Meestal hebben we aandacht voor de negatieve externaliteiten zoals milieuvervuiling.  Er bestaat echter ook zoiets als positieve externaliteiten, bv. wanneer een werkgever bewust mensen uit kansengroepen rekruteert om deze mensen, tegen meerkosten voor zichzelf, kansen te bieden.  Door het tewerkstellen van mensen die via een (sociale) handicap moeilijk in de arbeidsmarkt opgenomen geraken, worden organisaties zogenaamde inclusieve werkgevers.  Het is dan ook niet onlogisch dat in de internationale standaard voor het opmaken van duurzaamheidsverslagen, het Global Reporting Initiative (GRI), een item voorzien is (G4-LA12) om te duiden dat kansengroepen via tewerkstelling in je organisatie kansen krijgen.

Moet de staat dan niet zorgen voor het opkomen van kansengroepen?  In de huidige maatschappij wordt er vanuit gegaan dat de staat niet alle verantwoordelijkheden zelf meer kan invullen.  Het komt er dus op neer dat organisaties, en niet enkel NGO’s, taken waar eigenlijk de staat verantwoordelijk voor is, op zich dienen te nemen.  Een van de zaken waar werk dient van gemaakt te worden is de re-integratie van ex-gedetineerden in de maatschappij.  Een niet evident debat…  Re-integratie van ex-gedetineerden is heel belangrijk, een cruciale factor daarbij is het ingeschakeld worden in de arbeidsmarkt.   Recent wetenschappelijk onderzoek in Noorwegen heeft trouwens aangetoond dat de kans op recidivisme beduidend kleiner is voor ex-gedetineerden die de kans krijgen een job uit te oefenen.

Daarom sta ik als één man achter het initiatief van Bond Zonder Naam die met de jaarlijks terugkerende gevangenenactie oog heeft voor ex-gedetineerden.  Ik hoop dat hun oproep om deze mensen via het arbeidscircuit terug een volwaardige plaats in de maatschappij te geven, weerklank mag vinden.

Wetenschappelijke referenties voor dit schrijfsel komen na het filmpje

REFERENTIES

Blombäck, A., & Wigren, C. (2009). Challenging the importance of size as determinant for CSR activities. Management of Environmental Quality: An International Journal, 20(3), 255–270. doi:10.1108/14777830910950658

Bowman, E. H., & Haire, M. (1976). Social Impact Disclosures and Corporate Annual Reports. Accounting, Organizations and Society, 1(1), 11–21.

Carroll, A. B. (2008). A History of Corporate Social Responsibility: Concepts and Practices. In A. Crane, A. McWilliams, D. Matten, J. Moon, & D. Siegel (Eds.), The Oxford Handbook of Corporate Social Responsibility (pp. 19–46). Oxford: Oford University Press.

Cramer, J., Jonker, J., & Heijden, A. Van Der. (2004). Making Sense of Corporate Social Responsibility. Journal of Business Ethics, 55, 215–222.

Cramer, J., van der Heijden, A., & Jonker, J. (2006). Corporate social responsibility: making sense through thinking and acting. Business Ethics: A European Review, 15(4), 380–389. doi:10.1111/j.1467-8608.2006.00459.x

Crane, A., McWilliams, A., Matten, D., Moon, J., & Siegel, D. S. (2008). The Corporate Social Responsibility Agenda. In A. Crane, A. McWilliams, D. Matten, J. Moon, & D. Siegel (Eds.), The Oxford Handbook of Corporate Social Responsibility (pp. 3–15). Oxford: Oford University Press.

Garriga, E., & Melé, D. (2004). Corporate Social Responsibility Theories: Mapping the Territory. Journal of Business Ethics, 2(53), 51–71.

Global Reporting Initiative. (2013). G4. Retrieved from http://www.globalreporting.org

Ketola, T. (2010). Responsible Leadership: Building Blocks of Individual, Organizational and Societal Behavior. Corporate Social Responsibility & Environmental Management, 184(17), 173–184. doi:10.1002/csr

Kuhn, T., & Deets, S. (2008). Critical Theory and Corporate Social Responsibility: Can/Should we get beyond Cynical Reasoning. In A. Crane, A. McWilliams, D. Matten, J. Moon, & D. Siegel (Eds.), The Oxford Handbook of Corporate Social Responsibility (pp. 173–196). Oxford: Oford University Press.

Kurucz, E., Colbert, B., & Wheeler, D. (2013). Reconstructing Value: Leadership Skills for a Sustainable World. Toronto: University of Toronto Press.

Margolis, J. D., & Walsh, J. P. (2003). Misery Loves Companies: Rethinking Social Initiatives by Business. Administrative Science Quarterly, 48(2), 268. doi:10.2307/3556659

Nijhof, A., & Jeurissen, R. (2006). Editorial: A sensemaking perspective on corporate social responsibility: introduction to the special issue. Business Ethics: A European Review, 15(4), 316–322. doi:10.1111/j.1467-8608.2006.00455.x

Orlitzky, M. (2011). Institutional Logics in the Study of Organizations : The Social Construction of the Relationship between Corporate Social and Financial Performance. Business Ethics Quarterly, 3(July), 409–444.

Porter, T. B. (2008). Managerial applications of corporate social responsibility and systems thinking for achieving sustainability outcomes. Systems Research and Behavioral Science, 411, 397–412. doi:10.1002/sres

Scherer, A. G., Palazzo, G., & Matten, D. (2009). Introduction to the Special Issue : Globalization as a Challenge for Business Responsibilities. Business Ethics Quarterly, 19(July), 327–347.

Skardhamar, T., & Telle, K. (2012). Post-release Employment and Recidivism in Norway. Journal of Quantitative Criminology, 28(4), 629–649. doi:10.1007/s10940-012-9166-x

Stevens, J. M., Kevin Steensma, H., Harrison, D. A., & Cochran, P. L. (2005). Symbolic or substantive document? The influence of ethics codes on financial executives’ decisions. Strategic Management Journal, 26(2), 181–195. doi:10.1002/smj.440

Visher, C. A., Debus-Sherrill, S. A., & Yahner, J. (2011). Employment After Prison: A Longitudinal Study of Former Prisoners. Justice Quarterly, 28(5), 698–718. doi:10.1080/07418825.2010.535553

Waddock, S. (2006). Leading Corporate Citizins: Vision, Values, Value Added. New York: McGraw-Hill.

Weaver, G. R., Treviño, L. K., & Cochran, P. L. (1999). Corporate Ethics Practices in the Mid-1990 ’ s : An Empirical Study of the Fortune 1000. Journal of Business Ethics, 18, 283–294.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: