Dirk Vansintjan – Ecopower

dirk1Bij Dirk Vansintjan stroomt het maatschappelijk engagement door zijn aderen.  Samen met een paar kompanen richtte hij Ecopower op.

Beste Lezer, voor u aan deze tekst begint, best eerst even de algemene inleiding op deze interviewreeks lezen...

Van jongs af aan

Mijn vader was vakbondssecretaris bij het ACV.  Thuis hadden we drie stencilmachines staan, die gebruikt werden voor uitnodigingen en pamfletjes.   Zowel mijn broer als mijn 4 zussen zijn allemaal chiroleider geweest, mijn ouders als kajotter doordrongen met de gedachten van Cardijn.  Ik ben vrij vlug in de groene beweging verzeild geraakt via een voordracht van Luc Versteylen. Als jonge gast van 17 jaar stond ik mee aan de wieg van Agalev.

Acties

Ik heb Germaanse gestudeerd, toen mijn vrouw praeses was, was ik vice-praeses. Dat was eind de jaren 70, de periode van de betogingen tegen kernenergie, tegen de kernraketten in Florennes.  Ik heb actiekampen gedaan, opgepakt geweest en in de cel gezeten.  Toen heb ik de conclusie getrokken dat je met protesteren de mensen niet overtuigt, wel met daden.

Concrete actie ondernemen

Ik had de kans om in het Europees parlement medewerker van de nieuwe groene fractie te worden. Ik heb daar 4 maand gewerkt, voor mij stond het los stond van de realiteit.

Het was een periode met grote werkloosheid.  Als er ergens een vacature was, lieten ze ons met 60 Germanisten komen om er de beste uit te kiezen.  Ik heb toen vrijwilligerswerk gedaan, bij Agalev en bij VZW TSAP in de Dijlemolens.  In 1985 hebben we met een aantal oud-studiegenoten de molen in Rotselaar gekocht en zijn we gestart met de restauratie. Zo zijn we in de HE-sector gerold, en is de molen van Rotselaar de wieg van Ecopower geworden.  Met een architect hebben we gezocht om de gebouwen nieuwe functies te geven.  We wilden ook alle vroegere functies terug opnemen: de boerderij, de molen, de maalderij, de elektriciteitsopwekking. Ik denk dat we daar redelijk in geslaagd zijn.  Het heeft veel langer geduurd dan gepland, het is een enorm gebouw, één van de grootste privé monumenten van Vlaanderen. De bedoeling van het project was autonoom en zelfvoorzienend te zijn.  We wonen hier nog steeds met 9 huishoudens.

VZW of NV of Coöperatie?

We merkten dat een vzw niet de geschikte vorm was om met hernieuwbare energie bezig te zijn.  Er  waren 2 tendensen in de groep, ofwel gaan voor het geld via een NV, ofwel gaan voor het coöperatieve idee.  Ik was meer voor een coöperatie.  Waar we toen voor stonden, zouden we nu de energie-transitie noemen.  We waren tegen kernenergie en vóór hernieuwbare energie. Deze vorm van energieopwekking leent er zich toe om met veel mensen samen te doen.

In 1991 hebben we 2 vennootschappen opgericht. Enerzijds Ecowatt NV,  anderzijds Ecopower cvba.  Het was de bedoeling om samen te werken.  Met Ecopower zouden we de coöperatieve mensen activeren en centen zoeken om te investeren in de projecten van die NV.

ODE

In Duitsland was er al een wet die bepaalt dat wie hernieuwbare energie opwekt en op het net zet, een vaste vergoeding krijgt. Dat maakt dat daar een enorme vlucht was in de hernieuwbare energie , jaren voor dat hier het geval was.  Daar is een industrie ontstaan en is de tewerkstelling in de groene sector gegroeid.

In Vlaanderen hadden we de eerste industriële windturbinebouwer ter wereld, HMZ (Sint-Truiden).  Door een falend overheidsbeleid, ingezet door Guy Verhofstadt in 1985, zijn alle onderzoeksgelden van hernieuwbare energie weggehaald en naar kernenergie gedirigeerd. Daardoor komt het dat wij geen duizenden mensen in die sector kunnen tewerkstellen. Wat ze toen ondersteund hebben, de auto-industrie en de kernenergie, zijn aflopende verhalen.

We kwamen tot de vaststelling dat hier de tijd niet rijp was. Er was op dat moment geen ruimte voor hernieuwbare energie. Om daar iets aan te doen hebben we in 1996 ODE Vlaanderen opgericht, Organisatie Duurzame Energie Vlaanderen. Zo hebben we onderzoeksinstellingen, universiteiten, hogescholen, vzw’s, individuen en pioniers rond de tafel gebracht.  Op die manier konden we, met succes, lobbyen naar de overheid.

Lobbyen

In 1991 hebben we in onze statuten geschreven dat, vanaf het moment we stroom opwekken, deze zo snel mogelijk geleverd diende te worden aan onze coöperanten. Electrabel zei dat we gek waren, dit zou nooit gebeuren. Wat toen gek leek, blijkt nu visionair te zijn, of een lucky shot. We hebben gewerkt om een economisch kader te creëren zodat hernieuwbare energie, zoals in Duitsland, investeerders zou aantrekken.

Met ODE zijn we aan het lobbyen gegaan, met als resultaat dat er eind van de jaren 90 een kentering kwam.  Voor 1995, vóór ons lobbywerk, kregen we ongeveer 1 Belgische frank per kWh die we op het net zetten.  ’s Nachts moesten we zelfs betalen: Electrabel had in de daluren stroom op overschot.

We hebben goed samengewerkt met Eric Van Rompuy, toenmalig minister van energie, en later met Steve Stevaert. Dat heeft ertoe geleid dat we een tweede groene frank kregen.  Die tweede frank maakte dat windturbines tot op de lijn Gent – Antwerpen rendabel konden zijn.

Eeklo

Op dat moment koos onze zuster Ecowatt er voor om samen te werken met Electrabel, wij vonden dat niet goed.  We hebben toen de raad van bestuur volledig vernieuwd, voor Ecopower was dat een doorstart.  We hadden 30 aandeelhouders en 2 miljoen Belgische Frank. Dat geld hadden we terug gekregen van Ecowatt toen ze gingen samenwerken met Electrabel gekregen.

Bij een openbare aanbesteding door de stad Eeklo werden we gekozen, zo konden we op hun terrein 2 windturbines bouwen.   We hadden de middelen, midden 2001 stonden de windmolens er.

Voorzichtig beginnen

In 2003 kwam de liberalisering.  Dankzij het project in Eeklo hadden we 1200 aandeelhouders.  De algemene vergadering heeft aan de Raad van bestuur gevraagd om werk te maken van elektriciteitslevering aan de coöperanten.  We hebben dat een beetje schoorvoetend gedaan, als je stroom gaat leveren moet je mensen in dienst nemen, er moet iemand aan de telefoon zitten die antwoordt.

We zijn begonnen met reclame te maken via Netwerk Vlaanderen en in bladen van bevriende organisaties.  Stilaan hebben we het systeem opgebouwd en voorzichtig met stroomlevering begonnen.

Op 10 jaar tijd zijn we gegroeid van goed 30 aandeelhouders naar 45 000, we leveren nu stroom aan 1,3 % van de Vlaamse huishoudens.  Deels wekken we die zelf op, nu ongeveer 55%.  De rest kopen we in België, van installaties die we kennen.   Het is niet zo dat onze stroom ergens uit Noorwegen of de Alpen komt.

Poespas

We vervullen een speciale rol: we kopen energie aan van boeren die hun loods hebben volgezet met zonnepanelen. We hebben een eenvoudig contract, als iemand belt met de mededeling dat ze volgende week op het net wensen te  gaan, vragen we hoeveel ze zelf gaan gebruiken en hoeveel overschot ze zullen hebben.  Tijdens het telefoongesprek krijgt die persoon al een mail met het contract. Je moet dat bij Electrabel eens proberen.

De contracten van de andere stroomleveranciers zijn dubbelzinnig of hebben kleine lettertjes.  Het is belangrijk dat er een speler is die een duidelijk, transparant verhaal vertelt.

Coöperatief model bevorderen

Ongeveer 7 jaar geleden hebben wij ontdekt dat wij niet alleen zijn als coöperatie.  Historisch gezien heeft de coöperatieve beweging in België veel sterker gestaan dan nu.  Door deel te nemen aan een studiedag van CERA hebben wij ontdekt dat wij met onze ideeën niet alleen stonden, dat wij niet het warm water zelf moesten uitvinden. We zijn ons daarin gaan verdiepen, het heeft er toe geleid dat één van onze doelstellingen nu is de coöperatieve economie te bevorderen.

Het ICA heeft 7 hoofdprincipes vastgelegd, één daarvan is dat coöperaties samenwerken met andere coöperaties.  Wanneer 2 coöperaties beginnen te concurreren, dan is er iets mis. Dat hebben we in het verleden gehad: soms was er in één stad zowel een socialistische coöperatieve bakkerij, één van de christendemocraten,  één van de liberalen,…

Voor ons drukwerk werken we met De Wrikker, een organisatie die coöperatief werkt.  Voor een receptie die we onlangs hielden hebben we kaas genomen van een coöperatieve kaasmakerij, onze wijn kwam van Oxfam wereldwinkel.

Kleur bekennen?

Door de samenwerkingen is er een losse vereniging ontstaan, over de zuilen heen: Coopkracht.  Onlangs vroeg men ons welke kleur we hadden.  We zijn wat groen achter ons oren, maar wij zijn geen socialisten, we zijn voor iedereen. Dat is misschien een beetje pretentieus, maar we zouden graag hebben dat er een echte federatie van coöperatieve bedrijven in België komt die werken volgens de ICA principes.

Met Coopkracht doen we aan vorming van kaderleden die in coöperaties werken, maar ook van werknemers. Als werkvorm gebruiken we wereldcafé’s.   In Wallonië hebben wij een vrij cruciale rol vervuld.  Daar waren coöperatieve windprojecten, maar ze hadden een probleem met hun financiering.  Ecopower heeft voor die organisaties borg gestaan.  We hebben ook een 20% geïnvesteerd in hun projecten.  We doen dat zo lang het nodig is.

Energiecoöperaties

Er zijn concurrenten, privébedrijven, die om een project binnen te halen, een coöperatie oprichten.  Zo trachten ze ervoor te zorgen dat het project niet naar ons gaat: als gemeentebestuur het belangrijk vindt dat burgers kunnen participeren, kunnen die bedrijven zeggen dat ze dat ook doen.  Bij vele energiecoöperaties is het een façade, ze zijn niet autonoom.  Autonomie is één van de 7 basisprincipes van het ICA.

De bedrijfsvorm CVBA geeft geen garanties dat je echt coöperatief werkt. Omgekeerd kan je een VZW of NV of een zelfstandige zijn die volgens de coöperatieve principes werkt. Op de vergaderingen van Coopkracht is altijd een opticien aanwezig.  Op zijn eentje kan hij geen coöperatie vormen, maar hij staat achter de principes.

In Vlaanderen hebben we Beauvent en Ecopower plus enkele startende initiatieven, zoals Pajopower en Bilzen Energiek, dat nu Bronsgroen heeft opgericht. In Wallonië bestaan reeds een achttal energiecoöperaties, plus een 15 beginnende initiatieven.   Het subsidiesysteem van Wallonië bevordert het vormen van lokale coöperaties. Bij ons is er voor wind bijna geen subsidie meer.

Europa lonkt

Via onze Waalse vrienden kwamen we in contact met Fransen die een probleem hadden.  Samen met Triodos en een Franse bank hebben we hen geholpen.  Van daaruit hebben we een Europese federatie van energiecoöperaties opgericht.

We hebben net een Europees project goedgekeurd gekregen.  De bedoeling is om in 3 jaar tijd de manier van werken te analyseren.  We hebben al 400 soortgelijke initiatieven in kaart gebracht, er zijn er waarschijnlijk meer dan duizend.   Dat gaat van een tiental mensen in een Duitse parochie die  zonnepanelen op hun kerk plaatsten, tot een Deense coöperatie met 9000 leden die een groot offshore windmolenpark bouwde.   Er is bijvoorbeeld ook Greenpeace Energy, die veel meer klanten maar minder coöperanten hebben dan wij.  Met onze 45 000 coöperanten, zijn wij wellicht de grootste.

Dingen zichtbaar maken

Er zijn boeren die samen de houtkanten onderhouden, dat hout snipperen en aan het gemeentebestuur bezorgen die daarmee de verwarming doet draaien. Het is heel divers, maar heel interessant.  We gaan dat aan de oppervlakte brengen en de goeie voorbeelden naar voor schuiven.

Er zijn coöperaties van honderd jaar oud, in Zuid-Tirol bijvoorbeeld. Het is interessant om weten hoe zij dat gedaan hebben.  Ze moeten het vertellen aan mensen die pas beginnen, aan hen die met de vragen zitten “hoe groot kunnen wij worden?”, “waar zitten de grenzen?”, “waar zitten de valkuilen?”.

We gaan het financiële bekijken en juridische modellen vergelijken. Zo kunnen de overheden zien hoe het gebeurt, en in Europa gelijk schakelen.  We gaan het ook propageren, vooral in het Oosten waar coöperaties dikwijls samen met het communisme van de kaart zijn geveegd. We gaan ervoor trachten te zorgen dat jonge mensen het terug ontdekken, dat ze kunnen zien dat het werkt.  De Vlaming is in se nog altijd een boer, als uw patatten dikker zijn dan die van de gebuur, dan gaat hij u geloven. Als je alleen maar komt vertellen hoe je het moet doen, dan gelooft hij je niet.

Niet uit op geld

De doelstelling van Ecopower is betaalbare groene stroom maken voor onze burgers.  We willen tonen dat dat werkt.  De winst is bijkomstig, vooral interessant om mensen aan te trekken.

Vorig jaar was er weinig wind.  We hebben de opslag gehad van de distributietarieven, dat vooraf niet aangekondigd door de netbeheerders. We hebben ook veel geïnvesteerd. Op basis van de cijfers gaan we dit jaar geen dividend kunnen uitkeren.  We gaan moeten afwachten hoe onze aandeelhouders gaan reageren…

Kan in elke sector

Als je onze Raad Van Bestuur rond de tafel zet, dan komen er ideeën naar boven voor 16 nieuwe bedrijven.  Het zou zinvol zijn een cel te hebben die ideeën van mensen capteert helpt omzetten in nieuwe bedrijven.  Het kan namelijk in elke sector

In Baskenland heb je Mondragón, dat is de 2e industriële groep in Spanje, ontstaan voor de 2e wereldoorlog dankzij een pater van Don Bosco. Hij zei tegen zijn gasten “Als je als elektrieker afstudeert, dan moet je niet op je eentje beginnen, ik zal wel adviseren”. Dat is uitgegroeid tot een groep die zelfs staalfabrieken heeft.  Een coöperatieve ondernemingsvorm kan in elke sector succes hebben.

In Vlaanderen hebben we Milcobel, die is in eigendom van 3500 Vlaamse veeboeren. De CEO zei “ik heb moeten leren dat niet de winstcijfers van de melkerij het belangrijkste is, wel een hogere melkprijs voor de leden.”  Ze beseffen dat ze de melkerij niet geërfd hebben van hun vaders maar ze in pacht hebben van de mensen in de toekomst.

Sociaal weefsel

Wij hebben ontdekt dat in de Verenigde Staten 70% van het grondgebied door energiecoöperaties wordt bediend. Alle landelijke gebieden zitten bij coöperaties, het was niet interessant voor privébedrijven om stroom te leveren aan afgelegen huizen.

Burger-coöperaties hebben daar een federatie opgericht met serieuze fondsen.  Na de aardbeving in Haïti hebben vrijwilligers daar aan de elektriciteitsleidingen gaan werken.  Dat is een kant van de Verenigde Staten die ik niet kende.   Ik put daar hoop uit voor de toekomst, voor de wereld. Ze zetten energiecoöperaties op, vooral in Latijns-Amerika. Niet met de bedoeling om ze dan te exploiteren, maar om de mensen op hun eigen benen te laten staan.

Wij willen werken aan de coöperatieve economie. Dat is voor ons een alternatief voor het communisme die menselijke creativiteit verstikt, waar iedereen een grijze muis is. Het is een alternatief voor het kapitalisme dat cyclisch failliet gaat, waar de gewone man altijd de dupe van is.

Uit handen geven?

In Nederland zijn veel windcoöperaties, zij nodigen mij uit, ze willen weten hoe het er in Vlaanderen aan toe gaat.  Er was een nieuwe coöperatie in Utrecht met een bouwvergunning voor 15 windturbines, maar met slechts 200 mensen.  Ze kunnen het project niet financieren.  Een beetje verder is een groep van mensen die nog een windmolen hebben, een museumstuk, maar die geen nieuwe vergunningen krijgen.  Ik suggereerde om samen te werken, daar hadden ze nog niet aan gedacht.

Een Nederlands nutsbedrijf, eigendom van gemeentebesturen, heeft een participatie van 15% in een offshore windpark. Dat dreigt nu voor 85% in de handen te komen van een Koreaanse investeringsmaatschappij die 5 miljard euro kunnen bijeen brengen.  Als alle Nederlandse gezinnen 1000 euro investeren, dan is het in handen van de burgers en gaat niet alles naar Korea.  Als we het niet bestuderen, dan laten we een kans liggen waarvan we binnen 20 jaar misschien spijt zullen hebben.

Vertrouwen

Toen we in het begin in Wallonië wilden investeren, vertrouwden ze ons niet.   Veel van die coöperaties zijn vrijwilligers, gepensioneerde ingenieurs.   Toen we hen geld wilden lenen aan 1,5% dachten ze dat daar iets achter zat.  Rudy Demotte had gezegd dat Vlamingen zoiets niet doen.  Daar zit niets achter, alleen solidariteit zit daar achter.  De persoon die het niet vertrouwde is zich nadien komen verontschuldigen.

We zetten nu de volgende stap, we zetten een coöperatief fonds op in Wallonië.  In dat fonds kunnen oude coöperaties zoals de mutualiteit, de vakbonden en gemeenten participeren in de projecten van de burgers.

Coöperatieve fondsen

Het mag niet worden zoals Aspiravi, een bedrijf dat voortvloeit uit 99, vooral Limburgse en West-Vlaamse, gemeenten.  Zij wekken veel meer stroom op dan wij, maar die wordt gewoon aan de meest biedende verkocht. De gewone burger heeft daar via de omweg van zijn gemeente in geïnvesteerd.  Op een dag koopt een van de groten het op, dan is al wat ze gedaan hebben verloren voor de burger. De gemeente zal dan wat geld hebben om de straten te onderhouden, maar wezenlijk gaat niets veranderen.  De mensen worden verder uitgeperst.

Burgers gaan akkoord

De energietransitie wordt hoe dan ook gefinancierd met geld van de burger, ofwel via de banken waar zijn spaargeld zit, ofwel via grote elektriciteitsbedrijven die groenstroomcertificaten opstrijken die de burgers moeten betalen.

Als heel dat financieringsmechanisme in functie zou zijn van coöperatieve bedrijven, die een normale winst maken en 6% dividend uitkeren, dan zullen de mensen daarmee akkoord gaan.  Ze gaan een goede vergoeding hebben bovenop de inflatie.

Solidariteit

Onze stroom kost overal evenveel, het hangt af van waar je woont of we de goedkoopste zijn of niet.  In Antwerpen zijn we duur, in Vlaams Brabant zijn we nog bij de goedkopere, dat komt omdat de distributietarieven sterk durven verschillen.  We hebben gemerkt dat onze klanten zich dat niet aantrekken, we krijgen in Antwerpen nog altijd evenveel mensen bij.  We hebben een handvol mensen gehad die kloegen over de prijsverhoging, die niet solidair wilden zijn.  Jarenlang zijn we met de Limburgers, die een duur net hadden, solidair geweest. Vanaf het moment dat het ongeveer gelijkgeschakeld werd, wilden enkele Limburgers niet meer solidair zijn met de rest.

Solidariteit werkt, maar sommige mensen moeten het terug leren kennen.  Solidair zijn levert heel veel plezier op.

Ik, hier, nu

Nu is het de leuze “ik, hier, nu”.  Dat primeert voor veel mensen. Wij beweren het tegendeel, wij denken over generaties heen. Momenteel wil men dat een investering zich terug betaalt binnen de 3 jaar.  Wij doen investeringen op 10-tallen jaren.

Wij stellen ons kwetsbaar op, bij ons is dat heel letterlijk. Bij de algemene vergadering kan men bij het verkiezen van de raad van bestuur alle bestuurders wegstemmen. Wij hebben onze positie niet verankerd. Velen verklaren mij gek.  Maar wie verklaart ons gek? Degene die hetzelfde doen als wij, maar voor hun eigen zak. Het feit dat wij het anders doen, voelen zij aan als een groot verwijt, zo iets van “ik ben een zakkenvuller”. We zijn open, we zetten alle cijfers op het net, niemand anders doet dat. Niemand. De anderen nemen ons dat heel erg kwalijk.

ROI

De sector wil een Return On Investment van 15%. Wij vinden 8% voldoende.  De overheid moet niet elke transitie financieren, of zorgen dat bedrijven rijk worden via groenstroomcertificaten.

Wij hebben windturbineparken in Frankrijk aangeboden gekregen van Electrabel omdat ze geen 10% opbrengen.  Als de overheid ervoor zorgt dat het mechanisme zo is, dat de ROI nooit 15% is, dan krijgt die andere economie van de burger alle kansen.

Wind is van iedereen

Electrabel plant projecten in zones waar het tot nu toe uitgesloten was. In die zin is dat voor ons een signaal dat we dat ook maar moeten doen. Wij eisen participatie in elk windproject. Wij lobbyen daar voor, in Wallonië lijkt dat te lukken. Tot grote woede van de anderen.  De wind is niet van Electrabel en ook niet van die boer waarmee die getekend heeft. De wind is van iedereen, zoals de steenkool ook van iedereen was.

Contact houden

We willen direct contact houden met onze klanten.  Wij houden eraan als men ons belt, dat men hel direct, en binnen de minuut iemand aan de telefoon hebben die weet waarover het gaat. Ons systeem is zo uitgebouwd dat wie de telefoon opneemt, kan zien wat de historiek is van de klant.

Er zijn heel veel mensen die een babbeltje met ons willen doen. De Algemene vergadering is daarvoor niet voldoende.  We hebben besloten om halfjaarlijks bijeenkomsten te organiseren, op drie plaatsen verschillende plaatsen.  We hebben ook besloten om, als we ergens een project hebben, eerst de coöperanten uit de streek samen te roepen.  Dan bespreken we met die mensen het project, pas dan gaan we naar het grote publiek. Dat geeft mensen de kans het idee al eens in hun kringen te toetsen en te verspreiden. We hebben meer dan 40 000 coöperanten, dus in elk dorp of gemeente hebben we mensen.  Wij willen onze mensen activeren, het is belangrijk dat het gedragen wordt door de bevolking.  Anders gaat het niet lukken.

Slimme verbruiker, domme meter

Op 6 jaar tijd hebben alle klanten van Ecopower hun elektriciteitsverbruik met 46% teruggebracht. We willen weten waarom. Hebben die mensen maatregelen genomen? Zijn ze er gewoon beter gaan op letten? Is het ons eenvoudig tarief dat hen inzicht geeft in hun verbruik? We zouden daar onderzoek willen rond doen.  Europa heeft 5 miljard Euro geïnvesteerd in het onderzoek naar de slimme meter.  Het resultaat?  Een slimme meter kan 5à8% verbruik verminderen als de consument inzicht heeft in wat hij gaat moeten betalen.   Dat kan je bereiken door een grote display waar in plaats van kWh, de euro’s tellen.  Wij denken dat het beter is slimme verbruikers te hebben, samen met domme meters.

Ecopower, een organisatie die verder kijkt dan zijn neus lang is, die pioniert en anderen helpt verder te geraken.  Het deed deugd de organisatie waar ik al een paar jaar mijn stroom van betrek, beter te leren kennen. 

 

Franky De Cooman

Met dank aan Mieke De Pril en Evelien De Cooman voor de redactie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: